Producten

Producten

Insecticide Batavia®

Batavia is een volledig systemische insecticide, behorend tot de groep van de keto-enolen. Het werkingsmechanisme berust op de verstoring van de aanmaak van lipiden en daarmee de verstoring van onder andere de aanmaak van vetten en celmembranen van insecten.

Hierdoor is er geen kruisresistentie met insecticiden uit andere groepen dan uit de keto-enolen en is Batavia dus een uitstekend middel in resistentiemanagement strategieën. Batavia wordt opgenomen in de plant en zowel via bast als houtvaten (tweezijdig systemisch) door de gehele plant naar boven én naar beneden getransporteerd. Door deze unieke eigenschap zullen ook jonge onbehandelde bladeren, moeilijk bereikbare delen van de plant én het wortelgestel van de plant uitstekend beschermd zijn.

Batavia heeft een zeer brede werking, en is effectief tegen een zeer breed spectrum van zuigende insecten. Op volwassen insecten kan de werking onvoldoende zijn omdat deze nauwelijks voedsel opnemen en minder vetten aanmaken.

Attentie
Cruciaal voor een optimale werking van Batavia is de opname door en het transport in de plant. Pas Batavia daarom alleen toe als:

  • het gewas krachtig groeit, en dus niet op een verouderend of in stress verkerend gewas
  • er voldoende blad aanwezig is

Werking
Batavia bestrijdt diverse soorten zuigende insecten, waaronder:

  • Bladluizen en wortelluizen. De aanvangswerking op bladluizen is traag. Indien gespoten wordt op een populatie ingekrulde bladluizen zal pas na 7 tot 14 dagen werking zichtbaar zijn. Bij voorkeur spuiten op een beginnende bladluispopulatie, voordat er zich koloniën hebben ontwikkeld.  Bij wortelluizen wordt de actieve stof van Batavia via een bladtoepassing naar de wortels getransporteerd.
  • Bladvlooien. Batavia inzetten op het moment dat de eieren beginnen te verkleuren en net voordat de eerste bladvlooien uit het ei komen.
  • Dop- en schildluizen. Batavia is het meest effectief in te zetten als de larven onder de schildjes vandaan komen en aan het migreren zijn.
  • Bloedluizen en wolluizen. Batavia inzetten als de larven gaan migreren van oud hout naar nieuwe scheuten.
  • Wittevlieg (kaswittevlieg en tabakswittevlieg). Zodra de wittevlieg wordt waargenomen Batavia toepassen in een actief groeiend gewas.
  • Tripsen. Bij de eerste waargenomen tripsen of aantasting Batavia toepassen; spuit zo preventief mogelijk. Batavia heeft alleen een werking op de larvenstadia.
  • Blad- en topgalmuggen, koolgalmuggen. Batavia toepassen zodra de eieren worden afgezet.