Producten

Producten

Insecticide Calypso®

Toepassingsvoorwaarden

Om in het water levende organismen  te beschermen is toepassing in de onbedekte teelten van appels, peren, pruimen en kersen op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien:

voor 1 mei:

  • gespoten wordt met tunnelspuit en een maximaal 0,27 liter middel per hectare of
  • in de eerste 20 meter grenzend aan het oppervlaktewater gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij in de richting van het perceel en maximaal 0,27 liter middel per hectare

vanaf 1 mei

  • tussen het oppervlaktewater en de buitenste bomenrij een windscherm en een rijpad zijn geplaatst en het windscherm niet bespoten wordt, of
  • gespoten wordt met een tunnelspuit, of
  • een teeltvrije zone van 6 meter aanwezig is en maximaal 0,25 liter middel per hectare wordt toegepast, of
  • sensor gestuurd gespoten wordt met maximaal 0,25 liter middel per hectare voor appel, pruim en kers of maximaal 0,2 liter middel per hectare voor peer) of
  • een emissiescherm (2,5 m) tussen boomgaard en oppervlaktewater aanwezig is en maximaal 0,23 liter middel per hectare wordt verspoten, of
  • het middel verspoten wordt met een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en maximaal 0,212 liter middel per hectare  of
  • in de eerste 20 meter grenzend aan het oppervlaktewater gebruik wordt gemaakt van een venturi-dop in combinatie met een éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij in de richting van het perceel en een maximaal 0,25 liter middel per hectare.

Om in het water levende organismen te beschermen is toepassing op percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van minimaal 90% driftreducerende spuitdoppen in de overige onbedekte teelten.

Om in het water levende organismen te beschermen is het in de bedekte teelten, m.u.v. de bedekte teelt van framboos en bessen, niet toegestaan om ongezuiverd filterspoelwater, drainwater bij substraatteelten en drainagewater bij grondgebonden teelten ongezuiverd te lozen. Het te lozen drain-, drainage en filterspoelwater mag uitsluitend op het oppervlaktewater of riool worden geloosd, nadat het door een goed werkende zuiveringsvoorziening is geleid die meer dan 95% van de werkzame stof uit deze afvalwaterstroom/afvalwaterstromen verwijdert.

Deze zuiveringsvoorziening dient te bestaan uit één van onderstaande combinaties van technieken:

  • H2O2 + MDUV + actief koolfilter of
  • H2O2 + LDUV + actief koolfilter of
  • Ozon + actief koolfilter
  • Een andere door het bevoegd gezag gelijkwaardig verklaarde techniek.

De zuiveringsvoorziening wordt tenminste éénmaal per jaar op de goede werking gecontroleerd en onderhouden door een deskundige op het gebied van zuiveringsvoorzieningen. Een bewijs van de controle en het onderhoud is binnen de inrichting aanwezig en op aanvraag direct te tonen.

Om niet tot de doelsoorten behorende geleedpotigen te beschermen is toepassing op percelen die niet grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt minimaal 50% driftreducerende spuitdoppen in de volgende gewassen:

  • aardappels, peulvruchten, hennep, bessen (alle), aardbeien, bloembol-, bloemknol- en bolbloemgewassen, bloemisterijgewassen, openbaar groen, witlof, cichorei, asperge, blauwmaanzaad, mosterd, vezelvlas, chinese kool, rettich, daikon, bleekselderij, knolvenkel, particuliere tuinen, de veredeling en zaadteelt van overige akkerbouw-, groenten- en bloemisterijgewassen.
Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.
Het is niet toegestaan dit product te verkopen aan glastuinbouwbedrijven die niet kunnen aantonen dat zij kunnen voldoen aan de toepassingsvoorwaarden voor waterzuivering zoals weergegeven in het Wettelijk Gebruiksvoorschrift. Verkoop vindt plaats volgens het regime van gecontroleerde distributie van de Stichting CDG (www.stichtingcdg.nl).
Resistentiemanagement
Dit middel bevat de werkzame stof thiacloprid. Thiacloprid behoort tot de neonicotinoïden. De Irac code is 4A. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de
voorlichtingsboodschappen, op te volgen.
In de teelt van groene asperge het middel na de oogst toepassen.
Druppelbehandeling in de teelt op substraat van vruchtgroenten van Solanaceae mag slechts worden toegepast vanaf 1 maart tot en met december.
Beperking:
Hennep mag niet vervoederd worden.
Gezien het grote aantal variëteiten en de wisselende teeltomstandigheden van bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen, vaste planten en groenteteeltgewassen en de verschillen in gewasverdraagzaamheid, verdient het aanbeveling om alvorens een middel toe te passen een proefbespuiting uit te voeren.
Overige bijzonderheden

Effecten op nuttige insecten
Het effect van Calypso is afhankelijk van de dosering, de toepassingstechniek (druppelen of spuiten) en specifiek bij spuiten ook nog van de spuittechniek. De classificatie in onderstaande tabel is bij direct raken van de nuttige insecten. Wordt echter slechts een deel van een gewas (bijvoorbeeld alleen de koppen of alleen bovenlangs) gespoten, dan zal het effect veel minder zijn. Calypso is uitstekend te combineren met bijen en hommels en derhalve kan zowel voor, tijdens als na de bloei worden toegepast.

 

Nuttig insect Classificatie spuiten  Classificatie druppelen 
Anthocoris spp.    
Amblyseius cucumeris     
Amblyseius swirskii    
Aphidius spp.    
Chrysoperla carnea     
Coccinellidae     
Dacnusa sibrica  ?  
Diglyphus isea  ?  
Encarsia formosa     
Eretmocerus spp.   
Feltiella acarisuga     ?
Macrolophus caliginosus     
Orius spp.     
Phytoseiulus persimilis     
Typhlodromus pyri     
        veilig 
  licht schadelijk
  matig schadelijk
 

schadelijk

Disclaimer:
De hier weergegeven classificatie is opgesteld aan de hand van nationale en internationale werkingsproeven en praktijkervaringen en zijn gebaseerd op de in Nederland geregistreerde toepassingsdosering. Omdat de weerssituatie, gewasontwikkeling en de spuittechniek mede van invloed zijn, kunnen aan deze lijst geen rechten worden ontleend.

Voorkomen emissie
Om emissie naar grond- en oppervlaktewater te voorkomen, adviseert Bayer Crop Science om machines waarmee gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast overdekt te stallen en te reinigen op een was- en spoelplaats met een opvangmogelijkheid voor verontreinigde vloeistoffen. Verwerk was- en spoelwater en eventuele restvloeistoffen die niet over het laatst bespoten perceel kunnen worden uitgereden in een Phytobac® (of gelijkwaardige methode) om onnodige milieubelasting te voorkomen.

Schoon uit de kas:
Gewasbeschermingsmiddelen die in bedekte teelt worden toegepast kunnen het oppervlaktewater verontreinigen indien recirculatiewater of andere waterstromen uit de kas (o.a. condenswater, filterspoelwater, drain na doorsteken van de matten) direct of indirect op het oppervlaktewater worden geloosd.

BCS adviseert bij gebruik van alle gewasbeschermingsmiddelen om deze waterstromen zoveel mogelijk te hergebruiken, maar voor lozing altijd te zuiveren. Streef ernaar om tussen toepassing en lozing een wachttijd van 2 weken te respecteren. Zuivering kan bijvoorbeeld met behulp van koolstoffilters, waterstofperoxide, lage en/of hoge druk UV of combinaties hiervan worden gedaan. Indien water voor lozing met een koolstoffilter wordt gereinigd, wordt gemiddeld meer dan 85% van de resterende actieve stof gebonden tot een filter-levensduur van 20.000 BVT (bed volumina treated).
Voor een optimale inzet van diverse zuiveringstechnieken wordt nog onderzoek gedaan.

Raadpleeg de Toolbox Emissiebeperking voor meer informatie over alle vormen van emissies naar oppervlaktewater, zoals ondermeer ook afspoeling en hoe deze te beperken.
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewas- of ruimtebehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd en er in kassen gedurende 2 uur geventileerd is. Werkzaamheden kunnen vervolgens worden uitgevoerd zonder gebruik van beschermende maatregelen
H&P zinnen
Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H302+H332:
Schadelijk bij inslikken en bij inademing.
H317:
Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
H336:
Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken.
H351:
Verdacht van het veroorzaken van kanker.
H360Fd:
Kan de vruchtbaarheid schaden. Wordt ervan verdacht het ongeboren kind te schaden
H410:
Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
P201:
Alvorens te gebruiken de speciale aanwijzingen raadplegen.
P261:
Inademing van stof/rook/gas/nevel/damp/spuitnevel vermijden.
P271:
Alleen buiten of in een goed geventileerde ruimte gebruiken.
P280:

Draag beschermende handschoenen/ beschermende kleding/ oogbescherming/ gelaatsbescherming.

P308+P311:
Na (mogelijke) blootstelling: een ANTIGIFCENTRUM/ arts raadplegen
P501:
Inhoud/verpakking afvoeren naar inzamel punt voor gevaarlijk of bijzonder afval. Zie STORL.
Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.