Producten

Producten

Insecticide, Acaricide Movento®

Toepassingsvoorwaarden

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten en terrestrische planten te beschermen is toepassing van dit middel in een dosering tot maximaal 1,0 L/ha in de teelt van appel, peer, kers, pruim en overige pit- en steenvruchten uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van een techniek uit tenminste de klasse DRT99, of DRT97,5 in combinatie met een teeltvrije zone van 450 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij of de laatste boom in de rij tot aan de perceelgrens).

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten en terrestrische planten te beschermen is toepassing van dit middel in een dosering tot maximaal 0,75 L/ha in de teelt van appel, peer, kers, pruim en overige pit- en steenvruchten, maximaal 0,6 L/ha in de teelt van druif en maximaal 0,5 L/ha in de teelt braam- en framboosachtigen uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van een techniek uit tenminste de klasse DRT97,5, of DRT95 in combinatie met een teeltvrije zone van 450 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste bomenrij/struikrij of de laatste boom/struik in de rij tot aan de perceelgrens).

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten te beschermen is toepassing van dit middel in de teelt van vezel-gewassen, witlof, aardbei, sla, andijvie, spinazie-achtigen, koolgewassen, uien, sjalotten, aardappelen, bloembol- en bloemknolgewassen, vaste plantenteelt, veldsla, rucola, aromatische kruidgewassen, medicinale kruidgewassen met uitzondering van kamille, bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen (neerwaarts bespoten), aardappelen, wortelen, chicorei, radijs-achtigen, suikerwortel, wortelpeterselie, pastinaak, aardpeer, rode biet, knolselderij, schorseneer en mierikswortel, en de teelt van veredeling en zaadteelt van diverse gewassen uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van één van de volgende maatregelen:

Zonder luchtondersteuning:

  • Veldspuit met verlaagde spuitboom in combinatie met spuitdoppen van tenminste DRD50% met een tophoek van maximaal 90˚ en bijbehorende driftarme kantdop met spuitdopafstand 25 cm en spuitdophoogte maximaal 30 cm in combinatie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • sleepdoek spuitsysteem met spuitdoppen met tenminste druppelgrootte F en een kantdop met tenminste druppelgrootte F bij een spuitdophoogte van maximaal 20 cm in combinatie met een teeltvrije zone van 175 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • sleepdoek spuitsysteem met spuitdoppen met tenminste DRD50 en een kantdop met tenminste DRD50% bij een spuitdophoogte van maximaal 20 cm in combina-tie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Tunnelspuit voor beddenteelt (=overkapte beddenspuit) in combinatie met spuitdoppen met een tophoek van 110-120° en tenminste druppelgrootte M en een kantdop aan beide kanten van de spuit met tenminste druppelgrootte M;
  • Veldspuit met spuitdoppen met tenminste DRD75% en een kantdop met tenminste DRD75% in combinatie met een teeltvrije zone van 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Met luchtondersteuning:

  • Veldspuit met spuitdoppen met tenminste DRD75% en een kantdop met tenminste DRD75% in combinatie met een teeltvrije zone van 200 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • veldspuit met verlaagde spuitboom in combinatie met een spuitdophoogte van maximaal 30 cm met een dopafstand 25 cm en spuitdoppen tenminste DRD 50%met een tophoek van maximaal 90° en bijbehorende driftarme kantdop in combinatie met een teeltvrije zone van 150 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens);
  • Hardi Twin Force luchtondersteunde veldspuit in combinatie met spuitdoppen van tenminste DRD 50% en bijbehorende driftarme kantdop bij een rijsnelheid van maximaal 12 km/u;
  • Hardi Twin Force luchtondersteunde veldspuit en bijbehorende driftarme kantdop bij een rijsnelheid van maximaal 12 km/u in combinatie met een teeltvrije zone van 225 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten en terrestrische planten te beschermen is toepassing van dit middel in de teelt van hoge laanbomen uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van een techniek uit tenminste de klasse DRT50 in combinatie met een totale teeltvrije zone van 700 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Om niet tot de doelsoorten behorende insecten/geleedpotigen, bijen en andere bestuivende insecten en terrestrische planten te beschermen is toepassing van dit middel in de teelt van boomkwekerijgewassen (spillen en opzetters) uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruikt gemaakt wordt van een techniek uit tenminste de klasse DRT0 in combinatie met een totale teeltvrije zone van 1000 centimeter (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens).

Gebruik in de onbedekte teelt van aromatische of medicinale kruidgewassen (m.u.v. kamille) is alleen toegestaan wanneer deze in het veld niet tot bloei komen. In de onbedekte teelt van aromatische of medicinale kruidgewassen (m.u.v. kamille) die wel tot bloei komen is gebruik alleen na de bloei.

Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen en andere bestuivende insecten te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei-staande gewassen of op niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Gebruik dit product niet wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Verwijder onkruid voordat het bloeit. Na een gewasbehandeling percelen nog minimaal twee weken vrijhouden van bloeiende onkruiden.

Voor bedekte teelten geldt dat gebruik wel is toegestaan op bloeiende planten mits er geen bijen of hommels in de kas actief naar voedsel zoeken. Voorkom dat bijen en andere bestuivende insecten de kas binnenkomen door bijvoorbeeld alle openingen met insectengaas af te sluiten.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

Resistentiemanagement 

Dit middel bevat de werkzame stof spirotetramat. Spirotetramat behoort tot de acetyl CoA carboxylase remmers. De IRAC code is 23. Bij dit product bestaat er kans op resistentieontwikkeling. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen, op te volgen.

Gevoeligheid gewassen
In een aantal appelrassen kan Movento fytotoxiciteit geven.

In de teelt van aardappel maximaal 2 toepassingen met 0,5 l/ha toepassen
In de teelt van pitvruchten, steenvruchten, braam- en framboosachtigen, bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en vaste plantenteelt het middel toepassen in minimaal 1000 liter water per ha.
In de teelt van druif het middel toepassen in 1200 liter water per ha.
Behandelde vezelgewassen en producten hiervan niet voor menselijke en/of dierlijke consumptie bestemmen.

Gezien het grote aantal variëteiten en de wisselende teeltomstandigheden van boomkwekerijgewassen, vaste planten, bloembollen- en bolbloemen en groenteteeltgewassen en de verschillen in gewasverdraagzaamheid, verdient het aanbeveling om alvorens het middel toe te passen een proefbespuiting uit te voeren. Na de proefbespuiting 14 dagen wachten om vast te stellen of een bespuiting van het middel gewaseffecten veroorzaakt

Het middel niet toepassen in Salix (Salicaceae)

Overige bijzonderheden

Effecten op nuttige insecten
De classificatie van Movento in onderstaande tabel is bij direct raken van de nuttige insecten. Movento is veilig voor nuttige insecten en kan uitstekend worden toegepast in geïntegreerde teeltsystemen en in combinatie met nuttigen.

Nuttig insect Classificatie  
Anthocoris spp.  
Amblyseius cucumeris   
Amblyseius swirskii  
Aphidius spp.  
Chrysoperla carnea   
Coccinellidae   
Dacnusa sibrica  ?
Diglyphus isea
Encarsia formosa   
Eretmocerus spp.   
Feltiella acarisuga   
Macrolophus caliginosus   
Orius spp.   
Phytoseiulus persimilis   
Typhlodromus pyri   
        veilig 
  licht schadelijk
  matig schadelijk
 

schadelijk

Disclaimer:
De hier weergegeven classificatie is opgesteld aan de hand van nationale en internationale werkingsproeven en praktijkervaringen en zijn gebaseerd op de in Nederland geregistreerde toepassingsdosering. Omdat de weerssituatie, gewasontwikkeling en de spuittechniek mede van invloed zijn, kunnen aan deze lijst geen rechten worden ontleend.
Raadpleeg de Toolbox Emissiebeperking voor meer informatie over alle vormen van emissies naar oppervlaktewater, zoals ondermeer ook afspoeling en hoe deze te beperken.
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewas- of ruimtebehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd en er in kassen gedurende 2 uur geventileerd is. Werkzaamheden kunnen vervolgens worden uitgevoerd zonder gebruik van beschermende maatregelen
H&P zinnen
Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H317:
Kan een allergische huidreactie veroorzaken.
H319:
Veroorzaakt ernstige oogirritatie.
H361fd:
Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden.
H411:
Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
P280:

Beschermende handschoenen/ beschermende kleding/ oogbescherming/ gelaatsbescherming dragen.

P308+P311:
Na (mogelijke) blootstelling: een ANTIGIFCENTRUM/ arts raadplegen
P501:
Inhoud/verpakking afvoeren naar inzamel punt voor gevaarlijk of bijzonder afval. Zie STORL.
Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.