Terug
Je moet groene vingers hebben en nauwkeurig kunnen werken
Volgende
Stuurgroep streeft naar breed inzetbaar middelenpakket
sluiten

uitgave september 2017

Bloembollen Koerier

Unieke museumtuin en waardevolle genenbank

De Hortus Bulborum is een bijzondere museumtuin in het Noord-Hollandse Limmen. Er worden meer dan 4000 verschillende voorjaarsbolgewassen verzameld, voornamelijk tulpen, narcissen en hyacinten, maar ook fritillaria en krokussen. De Hortus is tevens een waardevolle genenbank, met honderden oude soorten. Daarmee geeft de tuin een interessant overzicht van de ontwikkeling van deze voorjaarsbloemen door de eeuwen heen.

Voorzitter Piet Apeldoorn (links) en PR-man Max Nuyens: „De Hortus Bulborum geeft een interessant overzicht van de ontwikkelingen van voorjaarsbolgewassen door de eeuwen heen.”

Het is te danken aan de Limmer hoofdmeester Pieter Boschman, die in 1924 de basis voor deze collectie legde, dat we nu nog altijd kunnen genieten van legendarische tulpen als de Duc van Tol Red and Yellow (1595), de Zomerschoon (1620) en de grillige parkiettulp Perfecta (1750). De jonge hoofdonderwijzer en tuinbouwleraar ziet met lede ogen aan hoe veel oude historische tulpenrassen, sommige al honderden jaren oud, in snel tempo dreigen uit te sterven. Hij gaat oude bolgewassen verzamelen en plant ze in zijn tuin tussen de schoolmeesterswoning en de middeleeuwse kerk. Na 4 jaar is de tuin vol.

Boschman komt toevallig in contact met veredelaar W.E. de Mol uit Amsterdam. De Mol is een autoriteit op het gebied van plantenkunde: zo bestraalt hij tulpenbollen om nieuwe soorten te ontwikkelen. Een van die tulpen is de Estella Rijnveld, een tulp die nu nog steeds wordt geteeld. De Mol beschikt ook over een bijzondere collectie bolgewassen: historische hyacinten van na 1830. De veredelaar kampt net als Boschman met ruimtegebrek en samen richten zij in 1928 de Hortus Bulborum op. Boschmans jeugdvriend Nicolaas Blokker, bollenkweker en exporteur, ziet dat de tuin te klein wordt en biedt hen aan de collectie op een perceel van zijn landerijen op te planten. Dit aanbod wordt met beide handen aangegrepen.

Als firma Van Hof & Blokker 60 jaar later naar Heiloo verhuist, verhuist de Hortus Bulborum mee. Begin jaren 90 keert de Hortus terug naar de plek waar het allemaal is begonnen: de akkers die net als de voormalige oude school vlakbij het kerkje liggen. In die tijd rukt de woningbouw in Limmen op en het kerkbestuur wil geen nieuwbouw in de buurt van het Godshuis. Het toenmalige Hortus-bestuur kan het land voor een redelijk prijs van de kerk pachten. De Hortus Bulborum krijgt voor het eerst in zijn bestaan - nu precies 25 jaar geleden - een eigen plek, compleet met drainage, een eigen waterbron, een monumentaal hek en een  bollenschuur/informatiecentrum, dat door het bollenvak is gefinancierd.

De rooiploeg van de Hortus bestaat uit tien tot twaalf 70-plussers. Momenteel is het bestuur bezig een speciale rooimachine te laten bouwen voor de oude soorten.

2700 historische tulpen

De Hortus Bulborum is een uniek stukje historie voor de bollenteelt, vinden de huidige bestuursleden Piet Apeldoorn (voorzitter) en Max Nuyens (Public Relations). In de 1,5 hectare grote museumtuin staan 2700 historische tulpen, 950 verschillende narcissen, 120 soorten krokussen en evenveel soorten hyacinten en 50 variëteiten van de Fritillaria imperialis. De tuin is opgedeeld in twee keer vier blokken: in wisselschema worden vier blokken gebruikt en liggen er vier braak. ,,We hebben nog niet eens de nieuwe oudere soorten tulpen in de tuin staan'', vertelt Max Nuyens. ,,Ons criterium is dat de tulpen zowel in de handel als in de teelt enige betekenis moeten hebben gehad. Nu we zelf ouder worden, vinden we tulpen van 40 jaar geleden heel normaal voor de teelt. Maar dat zijn wel de bollen die we nu moeten veiligstellen.''

In de tijd van de oprichting van de Hortus dreigden er al oude bloembollensoorten te verdwijnen, zegt Nuyens. ,,De veredeling zat ook toen niet stil. Omdat oudere soorten vatbaarder waren voor ziekten, ging men op zoek naar nieuwere, sterkere soorten. Je moet niet vergeten dat er tot in het begin van de 20ste eeuw nog geen gewasbeschermingsmiddelen bestonden. Bolontsmetting dateert pas uit 1937-1938. Bollentelers keken de chemie af van graantelers, die al graanontsmetting toepasten. Als ontsmetting in graan mogelijk was, moest het ook in de bollen kunnen, was de gedachte hierachter.'' 

Strijd tegen virus

De 7 bestuursleden, 60 vrijwilligers en conservator Kees van Room doen anno 2017 hun uiterste best om de oude soorten te bewaren voor het nageslacht en tegelijkertijd in assortiment te groeien. Dat is een hele verantwoordelijkheid, stelt Piet Apeldoorn. ,,Onze grootste zorg is vooral de ziektes die in tulpen kunnen toeslaan. Veel oudere soorten worden steeds zwakker en zijn zeer gevoelig voor virus. Maar er zijn ook hele oude soorten die zich niets van virusziekten aantrekken, zoals de Duc van Tol Red and Yellow.''

Virus heeft door de eeuwen heen echter ook tot mooie cultivars geleid, zoals de groep Rembrandt-tulpen laat zien. Apeldoorn: ,,Deze tulpen komen uit de tijd van Rembrandt van Rijn. In die tijd waren veel tulpen virusziek, het virus was vaak latent aanwezig.'' De belangstelling voor de gevlamde typen, zoals de Zomerschoon, was toen verreweg het grootst, maar de gevlamde tekening kon worden veroorzaakt door een virus. Vooral zogenaamde eenkleurige Breedertulpen waren geliefd om na aantasting door virus te telen als gebroken tulpen. Apeldoorn: ,,Wij zijn de enige partij die deze tulpen nog mogen telen, een kweker mag dat niet vanwege het risico op virusverspreiding. Er staan echter ook gezonde tulpen met een vlam op de bloem op de tuin, zoals de Helmar. Deze tulp uit de  Rembrandt-groep is onlangs verkozen tot mooiste tulp van de Hortus.''

Narcissencollectie

Naast de verzameling tulpen kent de Hortus Bulborum ook enkele collecties andere bolgewassen, zoals de narcissencollectie. Het sortiment in de museumtuin stamt vooral uit het begin en midden van de 19de eeuw. Belangrijke cultivars uit die tijd zijn Golden Spur (1870), die aan de basis stond van de veredeling in Nederland, en Glory of Leiden (± 1887). Ook zijn in de tuin 120 verschillende soorten krokussen te vinden. Deze collectie bestaat uit drie groepen: de chrysanthemums, flavus en vernus. Een andere kleine verzameling is die van de hyacint. De 120 cultivars die in de Hortus zijn te vinden, zijn vrijwel allemaal historisch. Door vele ziekten is het landelijke sortiment gereduceerd tot zo’n 100 hyacinten die nog voor de teelt van belang zijn. De tuin bevat ook 50 soorten Fritillaria imperialis.  

Genetisch materiaal

De taak van de Hortus is niet alleen het behouden van historische bolgewassen voor het nageslacht, maar ook het bewaren van genetisch materiaal van oude soorten voor de veredeling. Volgens Max Nuyens is er vanuit de veredeling een toenemende belangstelling voor dit materiaal. ,,We staan aan de vooravond van het ontrafelen van het genoom van de tulp'', weet hij. ,,Er is nog geen enkel gewas waarvan de DNA-structuur bekend is, maar we weten wel dat de tulp 10 keer zoveel DNA heeft als de mens. Dat DNA wil de veredeling in kaart kunnen brengen. Veredelaars mogen stuifmeeldraden in onze tuin plukken, op verzoek stellen we bolletjes beschikbaar.''

De bestuursleden zien de toekomst van de Hortus Bulborum positief tegemoet. We willen de 100 jaar halen, zeggen Apeldoorn en Nuyens heel beslist. ,,Dankzij ondersteuning vanuit het bollenvak, donaties en sponsors hopen we de Hortus in stand te houden'', aldus Apeldoorn. ,,We hebben goede bezoekersaantallen, we mogen niet klagen.'' Het bestuur is nu bezig om een rooimachin  te laten bouwen voor oude soorten. ,,Een kostbare maar noodzakelijke investering'', stelt de voorzitter. ,,We rooien nog steeds met de hand, maar de generatie die dat kan, sterft langzaam uit. Onze rooiploeg bestaat uit tien tot twaalf mensen van ruim 70 jaar. Daar kunnen we binnen nu en vijf jaar waarschijnlijk geen beroep meer op doen. Het is voor de levensduur van de Hortus van groot belang dat het rooien wordt gemechaniseerd. We zitten nu in een traject dat het opschepmechanisme wordt getest. Als dat lukt, kunnen we verder werken aan de ontwikkeling van de machine. We zitten al met al in een spannende fase!'' 


Movento en Montego

De tuinders van de Hortus Bulborum zetten het insecticide Movento in voor het bestrijden van de tulpengalmijt. Het resultaat is uitstekend, zegt bestuurslid Max Nuyens. ,,Voorheen gebruikten we het product Actellic®. Dat werd van de een op de andere dag verboden. We hebben daarna een seizoen geen behandeling uitgevoerd, maar toen zaten we tot over onze oren in de tulpengalmijt. Dat was behoorlijk schrikken, we zijn er zelfs een paar soorten door kwijtgeraakt.'' Verder wordt in de Hortus Montego tegen Rhizoctonia gebruikt, in combinatie met Monarch®. Nuyens: ,,We dienen deze stoffen toe via de beddenfrees, dat werkt perfect. Op deze plek worden al decennia lang bollen geteeld, de tuin is behoorlijk geïnfecteerd met Rhizoctonia. Sinds we deze combinatie gebruiken, hebben we geen aantasting meer: noch op de bol, noch op het land. De bollen blijven puntgaaf.''

Monarch® is een geregistreerd handelsmerk van Belchim.
Actellic® is een geregistreerd handelsmerk van Syngenta.

+Colofon