Producten

Herbicide Cossack® Star

Toepassingsvoorwaarden
Om niet tot de doelsoorten behorende terrestrische planten te beschermen is toepassing in wintertarwe, winterrogge, triticale, durum wintertarwe en spelt uitsluitend toegestaan indien bij de dosering van 0,2 kg middel/ha op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit de klasse DRT75 in combinatie met een teeltvrije zone van minimaal 1,25 m (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de perceelgrens) of van een techniek uit tenminste de klasse DRT90.
Om niet tot de doelsoorten behorende terrestrische planten te beschermen is de toepassing uitsluitend toegestaan indien:
• Bij de dosering van 0,2 kg middel/ha op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit de klasse DRT75 in combinatie met een teeltvrije zone van minimaal 1,25 m (gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant
in de rij tot aan de perceelgrens) of van een techniek uit tenminste de klasse DRT90.
• Bij de dosering van 0,18 kg middel/ha op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van minimaal een techniek uit de klasse DRT75.
Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

Resistentiemanagement

Dit middel bevat de werkzame stoffen iodosulfuron-methyl-natrium, mesosulfuron-methyl en thiencarbazone-methyl. Iodosulfuron-methyl-natrium en mesosulfuron-methyl behoren tot de sulfonylureum verbindingen. De HRAC code is B. Thiencarbazone-methyl behoort tot de sulfonyl-amino-carbonyl-triazolinone groep. De HRAC code is ook B. In Nederland zijn onkruiden aangetroffen die resistent zijn tegen werkzame stoffen met HRAC code B. Omdat er binnen deze groep kruisresistentie bestaat, dit middel afwisselen met middelen met een ander werkingsmechanisme. In het kader van resistentiemanagement dient u de adviezen die gegeven worden in de voorlichtingsboodschappen op te volgen.

Gewasgevoeligheid

Na een behandeling met Cossack Star kan fytotoxiciteit in winterrogge optreden. Een effect op de oogst is niet uit te sluiten. Overlap van spuitbanen dient daarom zorgvuldig vermeden te worden.

Vervanggewassen

Bij herinzaai na het mislukken van de teelt kan zomertarwe worden verbouwd mits een kerende grondbewerking wordt uitgevoerd.

Bij herinzaai na het mislukken van de teelt, kan naast zomertarwe - mits ook hier een kerende grondbewerking wordt uitgevoerd - maïs worden verbouwd.

Volggewassen

Na de oogst van het behandelde gewas kunnen in een normale vruchtopvolging in de herfst wintergranen, raaigras, koolzaad en groenbemesters worden geteeld.

In het volgende voorjaar kunnen suikerbiet, aardappel, maïs, haver, peulvruchten en zonnebloem veilig worden geteeld.


Voor de zaai van kruisbloemige groenbemesters volstaat een oppervlakkige grondbewerking van 10 - 15 cm.
Naast de in het WG aangegeven mogelijke volgewassen kunnen ook cichorei en vlas worden verbouwd als nateelt.
Voorafgaand aan deze teelten en die van alle andere gewassen dient een kerende grondbewerking te worden uitgevoerd.
Ongunstige weersomstandigheden, zoals langdurige droogte na toepassing, overvloedige regenval of erosie hebben mogelijk
een effect op de snelheid van herbiciden afbraak en daarmee op de hoeveelheid residu in de bodem.
Het risico voor volggewassen kan beperkt worden door het uitvoeren van een kerende grondbewerking, alvorens het volggewas in te zaaien of te planten. De grondbewerking moet zorgen voor een goede menging van grond van verschillende diepte. Iedere vorm van minimale grondbewerking wordt ontraden.
Overige bijzonderheden
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewasbehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd. Werkzaamheden kunnen vervolgens worden uitgevoerd zonder gebruik van beschermende maatregelen
H&P zinnen
Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H319:
Veroorzaakt ernstige oogirritatie.
H410:
Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
P280:

Draag beschermende handschoenen/ beschermende kleding/ oogbescherming/ gelaatsbescherming.

P305+P351+P338:
BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten; contactlenzen verwijderen, indien mogelijk; blijven spoelen.
P337+P313:
Bij aanhoudende oogirritatie: een arts raadplegen.
P501:
Inhoud/verpakking afvoeren naar inzamel punt voor gevaarlijk of bijzonder afval. Zie STORL
Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.