Producten

Producten

Fungicide Rudis®

Toepassingsvoorwaarden

Om in het water levende organismen te beschermen is de toepassing in uien, knoflook en sjalotten (grondbehandeling) in percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT90.

Gezien het grote aantal variëteiten en de wisselende teeltomstandigheden in de onbedekte teelt van groenten en bloembol- en bloemknolgewassen is het onmogelijk om de gewasverdraagzaamheid voor alle situaties te onderzoeken. Indien nog geen ervaring is opgedaan met het middel in een bepaald gewas of ras, dient een proefbespuiting uitgevoerd te worden teneinde de verdraagzaamheid van het gewas of ras te testen.
Voorkomen emissie
Raadpleeg de “Toolbox Emissiebeperking” op www.toolboxwater.nl voor meer informatie over alle vormen van emissies naar oppervlaktewater, zoals het voorkomen van afspoeling, het verwerken van restanten en de reiniging van machines.
Om emissie van ontsmettingsvloeistof bij de dompeltoepassing van 2e jaarsplantui, knoflook en sjalotten te voorkomen:
- Dienen ontsmettingsbehandelingen uitsluitend plaats te vinden op een locatie waarbij geen afspoeling of afwatering op oppervlaktewater of riool mogelijk is en waarbij wordt voorkomen dat via transportmiddelen (b.v. heftruck) verspreiding van ontsmettingsvloeistof plaatsvindt.
- Na plantgoed dompelbehandeling het fust droogblazen en/of minimaal 6 uur, maar bij voorkeur 12 uur laten uitdruipen.
- Transport van behandeld plantmateriaal naar het veld of een andere locatie mag uitsluitend worden uitgevoerd met een emissievrije transportwagen. Dit kan bijvoorbeeld een transportwagen zijn met opvanggoten en een opvangcontainer.
- Eventuele lek/ restvloeistoffen dienen te worden hergebruikt, als chemisch afval te worden afgevoerd of via een zuiveringssysteem (bijvoorbeeld PhytoBac® of Heliosec) verwerkt te worden conform wetgeving.

Om de ontwikkeling en verspreiding van azolen-resistente Aspergillus fumigatus zo veel mogelijk te voorkomen is gebruik van dit middel in de teelt van bloembol- en bloemknolgewassen (DTG groep 7.1.1, 7.1.2 en 7.2.2) uitsluitend toegestaan indien organisch restmateriaal wordt verwerkt conform de voorschriften in het protocol ‘Verwerking organisch restmateriaal bloembol- en bloemknolgewassen’, gepubliceerd op de website van het Ctgb
(www.ctgb.nl/azolenprotocol).

Omdat dit protocol aangepast kan worden aan nieuwe inzichten wordt de gebruiker geadviseerd de actuele voorschriften op de website van Ctgb te raadplegen vlak voordat hij begint aan de verwerking van behandeld plantmateriaal waarbij restmateriaal ontstaat.

Bij de grondbehandeling in de teelt van uien, knoflook en sjalotten het middel toepassen in 150-400 liter water per ha.

In wortel- en knolgewassen zijn alleen gewasbehandelingen in mechanisch te oogsten gewassen toegestaan. Indien het gewas bestemd is voor verdere verwerking dient de verwerker te worden geraadpleegd voordat het middel wordt toegepast.

Overige bijzonderheden
Veiligheidsaanbevelingen bij herbetreding
Na een gewas- of ruimtebehandeling uitsluitend herbetreden nadat de spuitvloeistof is opgedroogd. Tijdens gewaswerkzaamheden en oogsten / snijden gedurende 7 dagen na de toepassing geschikte beschermende kleding en handschoenen dragen.

H&P zinnen
Bevat Prothioconazool en een mengsel van 5-chloor-2-methyl-isothiazool-3-on/ 2- methyl-isothiazool-3-on. Kan een allergische reactie veroorzaken.
Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.
H410:
Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.
P280:

Draag beschermende handschoenen/ beschermende kleding/ oogbescherming/ gelaatsbescherming.

P410:
Tegen zonlicht beschermen.
P501:
Inhoud/verpakking afvoeren naar inzamel punt voor gevaarlijk of bijzonder afval. Zie AgriRecover
Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.