Viola arvensis
Int. Afk.: VIOAR
Viola arvensis
Int. Afk.: VIOAR
Het akkerviooltje behoort tot de Viooltjesfamilie (Violaceae).
Algemeen: een- tot meerjarig, opstijgend tot rechtopstaand zaadonkruid, lichtbehoeftig; tot 80 cm hoog.
Belangrijkste kiemperiode: herfst, voorjaar.
Typische kenmerken: rangschikking van de 5 bloemblaadjes zoals bij Viola tricolor, maar anders dan bij deze plant zijn de kelkbladeren groter dan de wit-geelachtige bloemblaadjes.
Zaadlobben: kort gesteeld, spatelvormig, iets uitgerande top (zoals Viola tricolor).
Loofbladeren: onderste bladeren rondachtig tot eivormig, langer gesteeld; de bovenste bladeren langwerpig tot lancetvormig en korter gesteeld; aan de rand grof gekarteld, aan de bladbasis met grote, diep ingesneden steunblaadjes.
Stengel: opstijgend of rechtopstaand, vertakt, scherp driehoekig, van binnen hol.
Bloemen: alleenstaand, lang gesteeld met 5 bloemblaadjes van ongelijke grootte, het onderste eindigend in een spoor dat dient om nectar op te vangen; meestal geelachtig wit, de bovenste bloemblaadjes ook gedeeltelijk paars.
Bloeitijd: april- oktober, vaak het hele jaar door.
Vruchten: driekleppige, eivormige doosvrucht.
Zaden: peervormig, geel tot bleekbruin, glanzend; ca. 2500 per plant; oppervlaktekiemer bij 0,5 - 1 cm. Levensduur van de zaden in de bodem: meer dan 10 jaar.
Door verhoging van het aandeel wintergewassen in de vruchtwisseling steeds meer voorkomend. Komt voor op zand- en zandige leemgronden.