Datura stramonium
Int. Afk.: DATST
Datura stramonium
Int. Afk.: DATST
De doornappel behoort tot de nachtschadefamilie (Solanaceae).
Algemeen: eenjarige, weelderige plant, half struikachtig, tot 2 m hoog. Alle plantendelen zijn voor mensen en dieren giftig (bevatten alkaloïde).
Belangrijkste kiemperiode: voorzomer
Typische kenmerken: zeer groot; zachte, trechtervormige alleenstaande bloemen in de bladoksels; stekelige, eivormige vrucht.
Zaadlobben: kort gesteeld, lancetvormig tot priemvormig, langer of net zolang als de eerste loofbladeren.
Loofbladeren: lang gesteeld, eivormig, spits, gelobd, aan de bovenzijde donkergroen, onderste bladeren groot (20 x 15 cm).
Bloemen: in de bladoksel staande grote, witte ook lichtblauw-paarse, trechtervormige, alleenstaande bloemen met lange buisvormige kelken.
Bloeitijd: juni-oktober.
Vruchten: stekelige, eivormige doosvrucht (3-5 cm).
Zaden: 500-5000 per plant; warmte- en late kiemer.
Groeiplaatsen: in warme klimaten als maisonkruid, in aardappels en bieten (late kiemer) en op ruderaal terrein.
Komt voor op voedselrijke gronden in warmere klimaten, indicatorplant voor stikstof. Belangrijkste kiemperiode: voorzomer. Doornappel kan zich vooral in laat sluitende gewassen snel ontwikkelen. Wees voorzichtig bij het inkuilen!