Lamium amplexicaule
Int. Afk.: LAMAM
Lamium amplexicaule
Int. Afk.: LAMAM
Witte dovenetel is een plant uit de Lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
Algemeen: eenjarig of overwinterend eenjarig zaadonkruid met diepe penwortel, warmteminnend, 10-20 cm hoog. Doorluchte, voedsel- en humusrijke zandige leemgronden (indicatorplant voor zandgrond).
Belangrijkste kiemperiode: het hele jaar door.
Typische kenmerken: de bovenste bladeren 'omvatten' de stengel.
Zaadlobben: klein, rond-ovaal, gaafrandig, gesteeld, top iets uitgerand, aan de slip van de bladbasis.
Loofbladeren: kruisgewijs tegenoverstaand, rondachtig, diep gekarteld, onderste gesteeld, bovenste zittend, half de stengel omvattend met onregelmatig ingesneden bladschijf; alle bladeren netachtig gerimpeld.
Stengel: rechtopstaand, bossig vertakt, vierkant, onderaan kaal, bovenaan donzig behaard. Bloemen: in dichte okselstandige kransen, roze tot karmijnrood, helmvormig, de gaafrandige bovenlip dicht purperkleurig behaard. De onderlip heeft twee kleine, toegespitste zijlobben en een grotere uitgerande middenlob.
Bloeitijd: maart tot in de herfst, in milde klimaten bijna het hele jaar door.
Vruchten: eenzadig nootje, langwerpig-ovaal, in het midden gekield.
Zaden: langwerpig-eivormig, met witachtige knobbels; oppervlaktekiemer; 50-300 per plant. Groeiplaatsen: vaak in akkers, braakland, wijngaarden, tuinen.
De witte dovenetel komt vooral voor op een vochtige, voedselrijke bodem.