Brown Rot

Bruinrot


Ralstonia solanacearum


Aardappelen

Ziektebeeld

Bruinrot bij aardappels wordt door de bacterie Ralstonia solanacearum veroorzaakt. De ziekteverwekker veroorzaakt schade bij de opkomst van aardappelgewassen, waarin bij sterke aantasting talrijke open plekken opvallen. Bij enkele planten worden de eerste symptomen vooral op het heetst van de dag aan de scheuttoppen, waarvan de bladeren beginnen te verwelken, zichtbaar. In het verdere ziekteverloop verwelkt de plant vaak plotseling in een keer. De bladeren vergelen, necrotiseren en ten slotte sterft de hele plant af. Bij het vaatbundelgebied in de stengel en bij de stolonen is in de doorsnede een bruine verkleuring te zien, waaruit onder druk een bruinachtige vloeistof (exsudaat) uittreedt. Aangetaste knollen vertonen op het oppervlak blauwzwarte, ingezonken vlekken op de ogen en de navel. Op deze plekken treedt bacterieslijm uit, waardoor op deze plaatsen vaak aarde blijft plakken. Gehalveerde knollen vertonen een geelbruin verkleurd vaatbundelgebied, waaruit eveneens bacterieslijm uittreedt.


Relevantie

Bruinrot komt voornamelijk in tropische en subtropische landen voor. De ziekte is ook in enkele Europese landen regionaal vertegenwoordigd. In het kader van quarantainemaatregelen bestaan o.a. een meldingsplicht en teeltverbod. De schade kan door maatregelen op het gebied van plantenhygiëne, desinfectie van besmette voorwerpen en gebruik van niet aangetast pootgoed binnen de perken gehouden worden. Preventief kunnen ook niet gevoelige culturen, zoals gras- en graansoorten, in meerjarige vruchtwisselingen geteeld worden. Met behulp van gevoelige opsporingsmethodes kan ook een latente aantasting in een gewas vastgesteld worden.