Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen en inzichten op het gebied van aaltjes? Welke teeltmaatregelen zijn nog onderbelicht als het om de beheersing van aaltjes gaat? En hoe houden we belangrijke werkzame stoffen – zoals fluopyram in Verango en Velum Prime – zo lang mogelijk effectief voor de land- en tuinbouw? Deze en nog veel meer vragen kwam allemaal aan bod tijdens een speciale aaltjesmiddag voor teeltspecialisten in het Duitse Monheim.
,,Om aaltjes de baas te blijven moeten we samen leren en is kennisuitwisseling - van teler tot onderzoeker – van cruciaal belang. We weten best veel van aaltjes, maar er is nog véél meer dat we niet weten. Nieuwe technieken gaan ons de komende jaren helpen om telkens een stap verder én dieper te komen’’, zo trapte Strategy Lead en aardappelspecialist Albert Schirring de middag af.

Aardappelspecialist Albert Schirring beantwoordt vragen van adviseurs en teeltspecialisten.
Vooral de werking en inzet van fluopyram (in o.a. Verango en Velum Prime) komt uitgebreid aan bod.
.
Als eerste inleider benadrukte Campaign Marketing Manager Jan Bongers het grote belang van ICM (Integrated Crop Management, red.) bij de beheersing van aaltjes. ,,Om aaltjes nu en in de toekomst onder controle te houden moeten we alle tools die we ter beschikking hebben benutten. Dat begint wat mij betreft altijd bij monitoren en bemonsteren, want dan weet je wat je uitgangssituatie is en kun je veel gerichter te werk gaan’’, zo stelt hij. Verder zijn goed bodembeheer, een voldoende ruime vruchtwisseling, het gebruik van resistente rassen en vanggewassen essentiële onderdelen bij de aaltjesbeheersing. ,,Het toepassen van een nematicide is wat mij betreft dus het sluitstuk van de aaltjesbeheersing, maar wél een onmisbaar sluitstuk. Dat geldt niet alleen voor aardappelen, maar zeker ook voor teelten als lelies en wortelen. Zonder nematiciden komen we in Nederland écht in de problemen’’, aldus Bongers.
.
We hebben nu nog keuze
Voor wat betreft de middelenkeuze is de spoeling erg dun met slechts drie beschikbarbare middelen: Nemathorin® 10G, Verango/Velum en Nemguard®. In aardappelen – waarin qua omzet veruit de meeste nematiciden worden gebruikt - zijn er zelfs maar twee opties: Nemathorin en Verango. Nemathorin heeft daarbij een (neven)werking op onder andere ritnaalden. Toepassing van Verango geeft de planten nog wat extra vitaliteit mee, wat weer een positieve bijdrage levert aan de plantgezondheid als geheel.
Hoewel Bongers het middel Verango graag naar voren schuift als ‘basis-nematicide’ in de aardappelen, lelies en wortels, wil hij de twee alternatieven allerminst van de kaart hebben. ,,Gelukkig ís er nu nog keuze; iets wat al lang niet meer vanzelfsprekend is binnen ons vakgebied. Of anders gezegd: we hebben álle middelen nodig om aaltjes nu en in de toekomst de baas te blijven.’’
Schadelijke aaltjes onder de loep
Tweede spreker van de middag is dr. Christoph Braun, senior onderzoeker bij Bayer Crop Science in Monheim. Hij ging uitgebreid in op de levenswijze, de overlevingsstrategie en het schadebeeld van schadelijke (plantparasitaire) aaltjes – waarvan er wereldwijd zo’n 4100 bekend zijn en waarvan zo’n tien soorten belangrijke schade aan kunnen richten in land- en tuinbouwgewassen.
De drie meest schadelijke aaltjes - aardappelcystenaaltjes (Globodera spp.), wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.) en wortellesieaaltjes (Pratylenchus spp.) – nam Braun wat uitgebreider onder de loep. Voor wat betreft aardappelcystenaaltjes ziet hij wereldwijd steeds meer mengpopulaties ontstaan en verschuiven de populaties ook steeds meer van G. rostochiensis naar G. Pallida (PA 2/1 en 3). ,,Door deze mengvormen en verschuivingen is aaltjesmanagement nóg belangrijker geworden dan dat het eigenlijk al was’’, zo concludeert Braun.
Bij de wortelknobbelaaltjes – met name Meloidogyne hapla en Meloidogyne chitwoodi – wijst de onderzoeker vooral op het enorme aantal waardplanten (meer dan 100 soorten), waardoor populaties zich niet alleen snel maar ook zeer consistent kunnen blijven uitbreiden. Ook ziet hij steeds vaker schimmels - zoals bijvoorbeeld Colletotrichum (zwarte spikkel, red.) - die zich rondom de wortelknobbeltjes manifesteren. ,,Wortelknobbelaaltjes zijn daardoor niet alleen schadelijk van zichzelf, maar geven – doordat ze planten verzwakken - ook schimmels de kans om toe te slaan’’, aldus Braun. Deze ‘aaltjes-schimmel-relatie’ is er volgens hem ook tussen de aaltjessoorten Globodera spp & Trichodoridae en Rhizoctonia en tussen wortellesieaaltjes (P. penetrans) en verwelkingsziekte (Verticillium dahliae).
Bij de wortellesieaaltjes (Pratylenchus spp.) staat Braun nog even stil bij het schadebeeld dat per aardappelras enorm kan verschillen, zowel voor wat betreft de lesies op de wortels als de huid van de knollen. ,,Per ras zie je soms heel verschillende schades op de lenticellen. Dat maakt de detectie soms best lastig’’, aldus Braun.

Dr. Christoph Braun (links) en Albert Schirring geven samen uitleg over de laatste ontwikkelingen en inzichten op het gebied van aaltjes.
,,Om aaltjes de baas te blijven moeten we samen leren en is kennisuitwisseling - van teler tot onderzoeker – van cruciaal belang’’, zo vinden zij.
Resistentiemanagement niet meer vrijblijvend
Market Development Manager Dorus Rijkers benadrukte in zijn inleiding het grote belang van resistentiemanagement bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. ,,Mijn belangrijkste boodschap voor deze middag is dat resistentiemanagement niet meer vrijblijvend is, maar een absolute noodzaak om middelen effectief en in de running te houden. Telers, adviseurs, distributeurs en fabrikanten hebben allemaal de uitdrukkelijke taak om dit heel serieus te nemen’’, zo beklemtoonde Rijkers.
Een belangrijke kennisbron en ook leidraad om resistentievorming te voorkomen zijn de FRAC- , IRAC- en HRAC-classificaties voor resp. fungiciden, insecticiden en herbiciden. Hierbij worden de werkzame stoffen naar hun aard en werkingsmechanisme ingedeeld in verschillende groepen. ,,Door middelen uit verschillende groepen stelselmatig met elkaar af te wisselen, krijgen schimmels, insecten en onkruiden veel minder kans om zich succesvol aan te passen en op die manier resistentie tegen een werkzame stof te ontwikkelen.’’ Rijkers erkent dat dit verhaal onderhand bekend is bij telers en adviseurs. ,,Maar dat betekent nog niet dat iedereen er ook naar handelt – en juist dát is de komende jaren essentieel’’, zo benadrukt hij nog maar eens.
‘Het toepassen van een nematicide is het sluitstuk van de aaltjesbeheersing, maar wél een onmisbaar sluitstuk’
Doordacht omgaan met fluopyram
Voor de werkzame stof fluopyram – dat niet alleen de basis is voor de nematiciden Verango en Velum Prime, maar ook voor een aantal fungiciden zoals Propulse en Luna Experience – is het afwisselen een extra gecompliceerde factor. Rijkers legt uit: ,,Fluopyram zit als nematicide in groep n-3 (mitochondriën-complex, red.) en als fungicide in groep 7 (SDHI’s, red.). Qua groep bijten beide toepassingen elkaar dus niet. Maar wanneer in één seizoen zowel Verango als Propulse wordt toegepast, dan betekent dit wel twee of meer toepassingen van fluopyram. Het is dus zeker belangrijk om daar rekening mee te houden.’’ Om resistentievorming te voorkomen geldt daarom voor bodemtoepassing (Verango/Velum Prime) een maximum van 250 gram fluopyram per hectare per jaar en voor bladtoepassing een maximum van 500 gram per hectare per jaar. Verder is er het dringende advies om na een bodemtoepassing (met fluopyram), voor de eerste bladtoepassing een middel uit een andere groep dan die van de SDHI’s (groep 7) te kiezen.
Rijkers verwacht dat deze regels voor de aardappelteelt voorlopig geen struikelblok zullen vormen, maar voor de lelieteelt mogelijk wél omdat hierin naast Velum prime ook veel Luna Experience en Luna Sensation wordt ingezet. Als nieuwe advies voor 2026 geldt daarom: na een grondtoepassing met Velum Prime maximaal twee bespuitingen met Luna Experience en/of Luna Sensation, waarbij deze altijd gecombineerd moeten worden met een multi-site/bedekkingsfungicide (bv. Captan of Folpet).
Tenslotte somt Rijkers graag nog eens de zes ‘basisbeginselen’ voor goed resistentiemanagement op: ,,zorg voor een voldoende ruime vruchtwisseling, maak gebruik van aaltjesresistente groenbemesters, bemonster percelen – liefst in het najaar vanwege de grotere pakkans, voorkom aanplant in perceel waarvan bekend is dat er aaltjes zitten, houd machines schoon zodat aaltjes zich niet met aanhangende grond kunnen verplaatsen en zorg voor een actieve bodem waardoor aaltjes kunnen worden onderdrukt.’’
Praktische vragen over Verango
Tijdens de kennisbijeenkomst kwamen er veel praktische vragen over de beheersing van aaltjes – met name gericht op het middel Verango. Hieronder een aantal van deze vragen met antwoorden.
Tegen welke schadelijke aaltjes werkt Velum-Verango allemaal?
Velum-Verango geeft een uitstekende bestrijding van Globodera pallida, G. rostochiensis, Meloidogyne spp en Pratylenchus spp.
Hoe sterk kan een aaltjespopulatie worden verminderd door 0,625 l/ha Velum-Verango?
Over het algemeen is er een sterke vermindering van de vermenigvuldiging van nematoden ten opzichte van onbehandeld. Maar, Verango-Velum (en ook andere nematiciden) kunnen de vermenigvuldiging niet volledig stoppen.
Hebben startmeststoffen een meerwaarde in combinatie met Velum-Verango?
De combinatie met startmeststoffen heeft een neutraal tot positief effect op de aaltjesbestrijding. Het positieve effect hangt samen met versnelde wortelgroei in zones met voedingsstoffen (NP). Deze zones zijn aantrekkelijk voor aaltjes om zich te voeden. De aanwezigheid van Velum-Verango in deze zones ondersteunt een effectieve bestrijding.
Wat werkt beter: breedwerpig of in-rij-toepassing?
In principe geldt: hoe beter het middel rond de wortelzone komt, hoe beter de nematodenbestrijding. Er is dus een voorkeur voor in-rij behandeling. In de praktijk is in Engeland echter geen verschil gevonden in de werking van Velum-Verango tegen cystenaaltjes, ongeacht of het breedwerpig net voor het planten of in de rij bij het planten werd toegepast.
Wat mag je verwachten van Velum-Verango tegen Trichodorus-aaltjes?
Trichodoriden zijn moeilijk te bestrijden. Ze overleven in de winter diep in de bodem, meestal buiten het bereik van Velum-Verango. Fluopyram wordt in de bovenste 20 cm toegepast en is niet mobiel in de bodem. Aaltjes in de ondergrond (>30 cm) worden dus niet bestreden.
Bij voldoende bodemvochtigheid migreren Trichodoriden echter naar de wortelzone. In Engeland is daarbij onderdrukking van Trichoriden en vermindering van overdracht van het Tabaksratelvirus (TRV) waargenomen met Velum-Verango.

Schade door aaltjes wordt zichtbaar door valplekken in het perceel.
Doodt fluopyram ook nuttige schimmels?
Door de specifieke werking van fluopyram worden de meeste nuttige bodemschimmels en bacteriën niet beïnvloed.
Is fluopyram gevoelig voor uitspoeling bij regen?
Nee. Fluopyram is weinig oplosbaar en mobiel in de bodem. Het blijft op de plaats van toepassing.
Kan fluopyram het bodemleven negatief beïnvloeden?
Nee. Velum-Verango heeft geen negatieve impact op het bodemleven.
Is er verschil in effectiviteit op verschillende bodemtypes?
Nee. De werking van Velum-Verango is onafhankelijk van bodemtype.
Wat is de invloed van bodemtemperatuur op Verango-Velum?
In de praktijk is geen verschil in werking waargenomen bij hogere of lagere bodemtemperaturen. Wél zorgt een hogere bodemtemperatuur voor een verhoogde activiteit van aaltjes en schimmels.
Welke invloed heeft de pH op de werking van fluopyram?
De werking van fluopyram wordt niet beïnvloed door de pH (tussen 4,0 – 8,5).
Wat is de invloed van de temperatuur en zonlicht/UV?
Velum-Verango is stabiel bij hogere en lagere temperaturen en wordt niet direct afgebroken door zonlicht en/of UV. Voor een optimale werking is snel inwerken echter het beste.
Heeft organische stof invloed op de werking van Velum-Verango?
Nee. Dit heeft geen invloed op de werking.
Tot welke dichtheden blijft Velum-Verango in de toegestane dosering nog werken?
Velum-Verango werkt bij alle aaltjesdichtheden.
Efficiëntere nutriëntenopname met Serenade
Een (bodem)toepassing met Serenade is niet alleen effectief tegen ziekten, maar zorgt ook voor een efficiëntere opname van voedingsstoffen door de plant. Daarmee biedt Serenade wellicht extra mogelijkheden in de aardappelteelt, met name voor telers in NV-gebieden - waar een lagere stikstofgebruiksnorm geldt.
Serenade stimuleert de ontwikkeling van stolonen.
Serenade is in de eerste plaats een biologisch fungicide. Het is gebaseerd op de bacterie Bacillus amyloliquefaciens stam QST 713. Deze in de natuur voorkomende bacteriestam is effectief in het bestrijden van pathogenen. De sporen van de bacteriestam in Serenade vestigen zich - bij een bodemtoepassing - op het wortelstelsel van het gewas. Daarna breidt het zich steeds verder uit met de groei van de wortels (kolonisatie). Tijdens deze groei produceren de bacteriën fermentatieproducten die schimmels en bacteriën bestrijden. Deze vormen, samen met plantmicroben, een soort biofilm rondom de wortels. Op die manier worden schadelijk schimmels (en bacteriën) van de wortels geweerd of verdreven.
Serenade zet ook het afweermechanisme van de plant ‘aan’, waardoor het werkt als een soort vaccin. Het schakelt vier specifieke afweerroutes in, die de plant beschermen tegen een groot aantal schadelijke bacteriën en schimmels.
In aardappelen zorgt Serenade voor een betere schilkwaliteit door zijn effecten tegen zilverschurft (Helminthosporium solani), gewone schurft (Streptomyces), zwarte spikkel (Colletotrichum) en Rhizoctonia.
Effect op stolonen en auxinen
Naast een werking als fungicide, levert Serenade ook een bijdrage aan een efficiëntere nutriëntenopname, zo is uit meerjarige proeven en veldonderzoek gebleken. Dit zit zo:
In aardappelen stimuleert Serenade de ontwikkeling van stolonen. Dit zijn de wortelranken met haarwortels, die de aardappel van water en voeding voorzien. Hoe beter de ontwikkeling van de stolonen, des te makkelijker de plant voedingsstoffen als calcium en sporenelementen kan transporteren naar de knol. Dit komt niet alleen de opbrengst, maar ook de schilkwaliteit ten goede. Ook maakt een aardappelplant na toepassing van Serenade meer auxinen aan. Dit hormoon is belangrijk is voor het aanmaken en ontwikkelen van groeipunten en stimulatie van de wortelgroei.
Efficiëntere stikstofbemesting?
Serenade zorgt hiermee voor een efficiëntere opname van voedingsstoffen. Dit uit zich in (extra) vastlegging van stikstof, calcium en een aantal sporenelementen in de knol.
Dit vastleggingseffect van met name stikstof biedt wellicht extra mogelijkheden in de aardappelteelt, met name voor telers in NV-gebieden - waar een lagere stikstofgebruiksnorm geldt. In vervolgonderzoeken toetst Bayer hoe er – in combinatie met Serenade - efficiënter met een stikstofbemesting kan worden omgegaan. Deze uitgebreide proeven leveren nieuwe data op die de komende tijd met de praktijk zullen worden gedeeld.
Nemathorin® 10G is een geregistreerd handelsmerk van ISK Biosciences.
Nemguard® is een geregistreerd handelsmerk van CertisBelchim.
Captan® is een geregistreerd handelsmerk van Adama.