Akkerbouw Koerier Januari 2026

Conviso is een volwassen systeem geworden

‘Conviso heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een volwassen onkruidbestrijdingssysteem in de bieten. Telers zien de voordelen en willen ermee verder.’’ Dat zegt Lisette Staal, accountmanager suikerbieten bij KWS.

Akkerbouw Koerier sprak met haar over de ervaringen met Coviso en het toekomstperspectief. Zij verwacht dat het systeem de komende jaren nog verder zal groeien.

.

Lisette Staal is Key Accountmanager Sugarbeet bij KWS Benelux.

.

Om te beginnen: hoe groot is de Conviso-teelt nu in Nederland?

,,Het afgelopen seizoen zijn er zo’n 8500 units (pakken, red.) verkocht, wat neer komt op ruim 8500 hectare. Dat is ongeveer 10 procent van het bietenareaal. Het komende seizoen zal dat aandeel naar verwachting verder stijgen richting de 10.000 units. Alleen al van het ras Smart Liesa hebben we in de vroegbestelling zo’n 4700 units verkocht. Dat is aanzienlijk meer dan vorig jaar. De groei is er dus nog lang niet uit.’’


In welke gebieden zitten de groeimogelijkheden voor de Conviso-teelt?

,,Dan hebben we het vooral over de Veenkoloniën en het Oostelijke Zandgebied – en dan met name Limburg. In deze gebieden is de onkruiddruk relatief hoog en kampen telers vaker met lastig te bestrijden onkruiden. Ook zitten in deze gebieden behoorlijk wat grotere bietentelers. Voor hen biedt het Conviso-systeem vooral gemak; met twee keer spuiten ben je de onkruiden de baas en het spuittijdstip luistert ook wat minder nauw dan bij het conventionele onkruidbestrijdingssysteem. Verder zien we de laatste jaren ook groei in Zeeuws-Vlaanderen, waar Conviso vooral wordt ingezet om bijvoorbeeld hondspeterselie onder controle te houden.’’


In hoeverre hebben bietentelers het Conviso-systeem in de vingers? Waar zitten de risico’s, de valkuilen en de misverstanden?

,,Belangrijk item blijft het bepalen van het eerste spuitmoment. Daarvoor is niet – zoals bij het klassieke systeem - het groeistadium van de bieten leidend, maar het stadium van het gidsonkruid, in de praktijk meestal melganzenvoet. Vuistregel is dat dit onkruid in het 2- tot 4-bladstadium moet zijn bij de eerste bespuiting. Dan kun je het beste resultaat verwachten. De tweede bespuiting kan dan zo’n 10 tot 14 dagen later volgen, waarin meegenomen moet worden hoe goed de eerste bespuiting heeft gewerkt en hoe het staat met na-kiemend onkruid. Dit kan soms betekenen dat het beter is om paar dagen later te spuiten. Dat is normaliter geen probleem; de bodemwerking van Conviso One ligt namelijk tussen de 10 en 20 dagen na toepassing en is daarmee langer dan die van de conventionele herbiciden.

Belangrijk is ook dat er altijd een mengpartner – meestal Betanal Tandem - en olie wordt toegevoegd aan Conviso One. Dit heeft als doel om resistentie van onkruiden tegen ALS-remmers te voorkomen.

Ook hameren we erop dat telers alle aanwezige schieters verwijderen. Laat je die staan - en ze vormen zaad – dat krijg je die in volgteelten (waarin ook veel ALS-remmers worden gebruikt, red.) vrijwel niet meer weg.

Verder wijzen we telers erop dat ze regulier zaad en Conviso-zaad goed uit elkaar moeten houden. Wie beide systemen op zijn bedrijf inzet, moet tussendoor de zaadbakken van de zaaimachine en ook de tank van de veldspuit heel goed schoonmaken. Ook raden we een bufferstrook van enkele meters tussen reguliere en Conviso-bieten aan. Op die manier voorkom je dat bij een beetje drift een paar rijen reguliere bieten worden weggespoten.’’


Zijn twee bespuitingen met Conviso One altijd voldoende?

,,Ja, in principe wel. Al zijn er wel een paar onkruiden waar het middel minder op werkt. Met name Veronica-soorten, waaronder ereprijs, worden onvoldoende bestreden. En ook uitstaande melde wordt niet altijd voldoende meegepakt. Voor deze onkruiden is toevoeging van 0,5 l/ha Betanal Tandem + olie (fenmedifam & ethofumesaat, red.) noodzakelijk. Eventueel kan er ook een vooropkomst-bespuiting hiervoor worden uitgevoerd.

Verder is er een zeer beperkt areaal waar vanuit het verleden wat resistentie tegen ALS-remmers is opgebouwd. Vaak betreft dat kamille, ganzenvoet of klein kruiskruid. De betreffende telers weten meestal wel waar deze plekken zitten en kiezen in dat geval niet voor Conviso-teelt.’’



Telers zien de voordelen van Conviso en willen ermee verder’




Van Conviso One is bekend dat de werkzame stoffen lang achter kunnen blijven in de grond en daardoor schade kunnen veroorzaken in volggewassen. Wat zijn de nieuwe inzichten op dit vlak en hoe kun je als teler schade voorkomen?

,,Heel belangrijk is om na de teelt van Conviso-bieten een goed kerende grondbewerking uit te voeren. Dat wil zeggen: voldoende diep ploegen zodat de toplaag niet meer bovenin zit. Voor de teelt van aardappelen is dat voldoende. Voor fijnzadige gewassen als uien en wortelen en voor de teelt van tulpenbollen blijft er echter een risico bestaan; daarom adviseren we om deze gewassen niet direct na Conviso-bieten te telen.’’


Welke rassen heeft KWS komend jaar beschikbaar voor de Conviso-teelt?

,,Voor komend seizoen hebben we in het rhizoctonia-segment het bekende ras Smart Liesa KWS beschikbaar. Van twee andere rassen – Smart Blomma KWS en Smart Jutta KWS – is vanwege weersomstandigheden op onze productielocatie in Italië geen of vrijwel geen zaaizaad beschikbaar gekomen. Dat is erg jammer, want beide rassen scoren op de Aanbevelende Rassenlijst hoog voor wat betreft financiële opbrengst (99 en 97, red.) en resistentie tegen Rhizoctonia. Hopelijk kunnen we deze rassen in teeltseizoen 2027 wel volop leveren. Vooral Smart Jutta KWS is een echte aanwinst. Dit ras bezit namelijk een drievoudige resistentie: tegen Rhizomanie (aanvullend), Rhizoctonia én bietencystenaaltje. Daarmee maken we echt weer een flinke stap vooruit.’’


Tot dusver is er - onder regie van Cosun – een ‘Nee, tenzij’ -beleid gevoerd met betrekking tot het Conviso-systeem. Daardoor is de Conviso-teelt gereguleerd gegroeid. Wat vinden jullie daarvan?

,,Als bedrijf willen we het liefst volle kracht vooruit met onze SMART-rassen. Het ‘Nee, tenzij-beleid’ heeft daar zeker een rem op gezet. Maar: we zien ook voordelen van zo’n gereguleerde groei. Zo hebben we de afgelopen jaren de juiste ondersteuning kunnen bieden aan adviseurs en telers, met name voor wat betreft de hiervoor genoemde risico’s van het systeem. Dat heeft niet alleen tot een beter en completer advies rondom Conviso geleid, maar heeft ons ook behoed voor fouten die in landen met een snellere groei soms wel gemaakt zijn.’’


Tot slot: hoe ziet de toekomst voor het Conviso-systeem eruit?

,,Zoals gezegd verwachten we een verdere groei. In Nederland zou dat gemakkelijk naar een kwart van het areaal of zelfs meer op kunnen lopen, gezien de grote belangstelling onder telers. De praktijk ziet duidelijk de voordelen van de Conviso-teelt. Wat dat betreft hoeven we niets aan te duwen; de groei gaat min of meer vanzelf.’’