Hoe ziet de toekomst van de gewasbescherming eruit? En hoe investeer je in die toekomst? Als er één bedrijf is dat hier antwoorden op zou moeten hebben, dan is het Timmermans Agri-Service in America (Lb.). Met maar liefst tien zelfrijdende veldspuiten behoort het bedrijf tot de grootste ‘gewasverzorgers’ van Nederland.
Toch vindt Harm Timmermans het bijzonder lastig om vooruit te kijken. ,,Er zijn op dit moment zóveel onzekere factoren. Met name op het gebied van beleid en regelgeving; daarin kan ik nauwelijks een rode draad ontdekken. Daar komt bij dat de rentabiliteit bij boeren en tuinders steeds meer onder druk staat. Dat remt investeringen en innovaties, ook bij ons. Wij kijken op dit moment nauwelijks verder dan een jaar vooruit. We proberen met ons machinepark operationeel te blijven. Voor verdere verduurzaming of nieuwe technieken is nu even geen plaats.’’

De wintermaanden staan bij Timmermans Agri-Service in America (Lb.) grotendeels in het teken van machineonderhoud. Belangrijkste klus daarbij is het nakijken van de tien zelfrijdende Agrifac’s. Op de foto zijn René Gerrits (links) en Jarno Timmermans bezig met het demonteren van de wielen om zo de trommelremmen te controleren en zo nodig onderdelen te vervangen. Ook wordt meteen de olie van de eindaandrijving ververst. In een later stadium worden de spuitbomen van de machines gehaald en alle lagers preventief vervangen.
,,Ik ben van nature een optimist en zie altijd wel kansen. Maar op dit moment tref je iemand die toch wat minder positief gestemd is.’’ Harm Timmermans zegt het meteen maar aan het begin van het gesprek. En hij werpt ook direct een paar prangende vragen op: ,,Wát willen we in Nederland met de land- en tuinbouw? Kunnen we hier blijven telen? Willen we écht dat boeren en tuinders blijven bestaan? Zo ja, dan zal het beleid drastisch moeten veranderen. Hoe? Dat maakt me niet eens zoveel uit. Als er maar duidelijkheid en perspectief komt. Met name op het gebied van gewasbescherming. Een heldere koers, een rode draad. Nu is er vooral sprake van ontmoediging en stilstand. Dat is het ergste wat er is.’’
Als voorbeeld haalt hij de slateelt aan, waarvan de opkweek voor een flink deel naar België zal verschuiven. ,,Daar mogen ze nog middelen in de opkweekfase gebruiken die in Nederland niet toegelaten zijn. De slaplantjes blijven dan een paar weken in België en komen daarna terug naar Nederland. Soortgelijke acties komen er ook aan voor andere groentegewassen. Is dat wat we willen? We jagen telers weg uit Nederland en dat is alles behalve duurzaam. Zo zie ik het.’’

Harm Timmermans is eigenaar van Timmermans Agri-Service in America (Lb). Het bedrijf is gespecialiseerd in gewasbescherming (gewasverzorging) van alle voorkomende groenten- en akkerbouwgewassen. Het bedrijf beschikt onder meer over tien zelfrijdende veldspuiten (alle Agrifac). Timmermans Agri-Service heeft 15 medewerkers in dienst.
Twee nieuwe zelfrijders erbij
Hoewel Timmermans wat terughoudend is met grote investeringen, blijven deze wel doorgaan. De voorkeur ligt nu bij bewezen techniek die zogezegd ‘hun geld vrijwel zeker opbrengen’. Zo zijn er afgelopen seizoen twee zelfrijdende Agrifac’s bij gekomen, waarmee het totaal op tien komt. ,,Het is simpel: we zijn dienstverlener in gewasverzorging en moeten klaarstaan voor onze klanten. Met onze zelfrijders zijn we maximaal slagvaardig en kunnen we vrijwel alle telers en teelten in dit gebied bedienen. Bovendien zijn de machines breed inzetbaar, zowel in gewasbescherming als in allerlei vormen van bemesting. Daarmee blijven ze voorlopig de ruggengraat van ons bedrijf.’’
Timmermans benadrukt dat de nieuwe zelfrijders tamelijk basic zijn uitgerust; dat wil zeggen: zonder geavanceerde precisie-technieken. ,,Twee jaar geleden hebben we nog voor € 125.000 geïnvesteerd in cameratechnieken (met pulserende doppen) op een van de spuiten. Maar die camera’s kunnen over twee of drie jaar waarschijnlijk weer de prullenbak in, omdat ze dan alweer verouderd zijn. Bovendien merken we dat onze klanten op dit moment niet bereid zijn om iets extra’s te betalen voor precisie-technieken. Als we niets door kunnen berekenen in onze tarieven, dan houdt het voor ons ook een keer op.’’
‘Op dit moment kijken we niet veel verder dan een jaar vooruit’
‘Wetgeving loopt achter bij techniek’
Timmermans benadrukt dat hij voor precisie-technieken – waaronder ook de spotsprayer – zeker toekomst ziet, maar dat de mindset daarvoor op dit moment niet goed is. ,,Telers willen best vooruit in op het gebied van precisie-bespuiting en -bemesting, maar met de huidige prijzen voor onder meer aardappelen, sla en prei houden zij de handen op de knip. Verder zie ik dat de wetgeving op dit vlak nog steeds achterloopt. Welke middelen mag je wel en niet met nieuwe technieken spuiten? En wat zijn de voorwaarden daarvoor? Echt duidelijk is dat nog niet.’’
Resistente rassen
Ook buiten de spuittechniek blijft de vooruitgang in gewasbescherming volgens hem een lastig en ingewikkeld traject. ,,Neem de keuze voor rassen met betere resistenties tegen ziekten en plagen. In de praktijk zitten daar best wel wat haken en ogen aan. Er komen bijvoorbeeld rassen op de markt met een betere resistentie tegen de groene slaluis (Nasonovia, red.), maar die gaan vaak weer onderuit op een ander vlak, bijvoorbeeld tegen valse meeldauw. Dat schiet dus niet echt op. Iets soortgelijks geldt voor Cercospora in bieten: we kunnen die ziekte via verbeterde resistenties misschien in toom te houden, maar verslaan doen we het daarmee zeker niet. Daarmee wil ik de ontwikkeling van resistente rassen overigens niet ontmoedigen. Het is een wezenlijk onderdeel van de toekomstige gewasbescherming, maar zeker geen vervanging voor de synthetische middelen die we de komende jaren kwijt zullen gaan raken.’’
Dezelfde haken en ogen gelden wat hem betreft voor de inzet van biostimulanten en groene (biologische) middelen. ,,Het zijn absoluut belangrijke bouwstenen voor de toekomstige gewasbescherming – en we werken er ook al veel mee, maar ze bieden wel veel minder zekerheid dan chemie. En juist die zekerheid willen telers nu zien – zéker van dienstverleners met vaak ook nog een adviseursrol, zoals bij ons het geval is. Wij moeten ons werk en onze tarieven kunnen verantwoorden. Daar moet resultaat voor de teler tegenover staan. Juist dát wordt steeds ingewikkelder met middelen en technieken die in de praktijk vaak aanvullend zijn aan de chemie, maar niet dezelfde kracht en zekerheid bieden.’’
‘Klassieke veldspuit blijft leidend’
Terug naar de techniek: daar blijft de ‘klassieke’ veldspuit voorlopig leidend, zo verwacht Timmermans. Met de huidige tien zelfrijders – allen 39 meter breed, waarvan acht met luchtbomen (DRT-klasse 97,5%) – kunnen vrijwel alle toegelaten middelen worden gespoten, zowel in groente- als in akkerbouwgewassen. Ook op het vlak van duurzaamheid zijn deze machines technisch gezien ‘het beste wat er momenteel te krijgen is’, zo stelt hij.
Dat burgers deze conclusie lang niet altijd delen vindt hij weliswaar zorgelijk, maar toch ook iets waardoor je je niet van de wijs moet laten brengen. ,,Als bedrijf opereren we open en transparant naar onze omgeving. Zo proberen we spuitwerk in weekenden, op avonden en op woensdagmiddagen (na schooltijd van kinderen, red.) zoveel mogelijk te vermijden. Verder zitten we met onze planning in drie app-groepen voor omwonenden, waarin we laten weten wanneer we met onze spuit op een naastgelegen veld komen. Ook heb ik presentaties gegeven aan medewerkers van gemeenten en de GGD en ben ik altijd bereikbaar voor vragen of opmerkingen over ons werk. Ik merk dat dit helpt om zorgen, onduidelijkheden en vooral misvattingen weg te nemen bij mensen. Daardoor hebben we de laatste jaren minder problemen met burgers die ons werk niet zo zien zitten.’’
‘We proberen met ons machinepark operationeel te blijven.
Voor verdere verduurzaming of nieuwe technieken is nu even geen plaats.
Opgestoken middelvinger
Dat er af en toch een middelvinger wordt opgestoken is wat hem betreft iets wat je van je af moet laten glijden. ,,Laten we eerlijk zijn: de meeste mensen zijn nauwelijks geïnteresseerd hoe ons voedsel geproduceerd wordt en waar het vandaan komt. Het is er voor hen gewoon. De moeite die het boeren en tuinders kost om een goede oogst te bewerkstelligen is voor velen een ver-van-mijn-bed-show. En dat die gewassen ook nog eens tegen ziekten en plagen moet worden beschermd? Tja… dat is al helemaal niet interessant. Met een willekeurige middelvinger kan ik dus niet zo veel. Kom dan met vragen of ga met me in gesprek. Dan kan ik ook uitleggen dat we de komende jaren nóg vaker met de veldspuit op pad zullen zijn. Want we gebruiken steeds meer biostimulanten en biologische middelen - zoals knoflook-extracten of fulvine-zuren – en die moet je veel vaker inzetten dan chemische middelen voor – hopelijk – eenzelfde resultaat. Duurzamer werken betekent dus eerder méér dan minder spuiten. Hopelijk krijgen we die boodschap de komende jaren wat meer tussen de oren; bij de burgers en nog belangrijker: bij de politiek.’’
Netjes werken met eigen zuiveringsinstallatie
Om uitspoeling, afspoeling en erfemissie zoveel mogelijk te voorkomen, heeft Timmermans in 2020 een eigen zuiveringsinstallatie gebouwd.

De basis hiervoor is een overdekte spoelplaats met vloeistofdichte vloer waar alle machines van binnen en buiten kunnen worden gereinigd. Alle spoelwater (met reststoffen) wordt eerst opgevangen in een grote opvangput.
Meteen daarachter zit een olieafscheider die resten van olie wegvangt. In een zeefbocht wordt vervolgens alle organische materiaal opgevangen, waarna kleine vaste verontreinigen – zoals zanddeeltjes - worden verwijderd met een doekfilter.
Het overgebleven spoelwater komt in een silo en wordt daar verdund met schoon water, waardoor een homogeen product ontstaat. In de silo wordt de pH zo geregeld dat afbraak van residuen maximaal wordt gestimuleerd.
De (resten van) gewasbeschermingsmiddelen worden op moleculair niveau afgebroken met behulp van ozon.
De voortgang van dit proces wordt continu gemeten en gaat door totdat alle verontreinigingen zijn afgebroken.
De laatste stap is zuivering met behulp van een koolstoffilter. Dit om eventueel achtergebleven middelenresten alsnog uit het spoelwater te halen.
Het behandelde spoelwater wordt gecontroleerd en geanalyseerd. Afhankelijk van de resultaten wordt het spoelwater geloosd op het riool of wordt het hergebruikt voor spuitwerkzaamheden.