Akkerbouw Koerier header

Passie voor de pootaardappel



,,Op m’n 15e liep ik voor het eerst mee met selecteren. Dat vond ik toen zo’n mooi werk! Ik denk dat daar de passie voor de pootaardappel is geboren.’’ Aan het woord is Tjalling Douma, productmanager bij aardappelcoöperatie Agrico. Maar liefst 48 jaar verdiepte hij zich in de (poot)aardappelteelt. Eerst vijf jaar op een boerderij in de Wieringermeer, daarna negen jaar bij de NAK en vervolgens 34 jaar bij zijn huidige werkgever Agrico. In april gaat hij met pensioen. Akkerbouw Koerier sprak met hem over de ontwikkelingen in de pootgoedteelt – en wat specifieker over de virusproblematiek. ,,Deep Learning en selectierobots gaan een grote rol spelen in de strijd tegen virus.’’




Akkerbouw_Koerier_mar26_Tjalling Douma.jpg

Tjalling Douma heeft 35 jaar bij aardappelcoöperatie Agrico gewerkt in verschillende functies. De laatste jaren was hij Productmanager pootaardappelen voor de regio Noord- en Zuid-Holland. Ook hield hij zich bezig met licentiewerk. In april gaat hij met pensioen.

Ook op de foto: Pietje Pieper, hoofdfiguur uit een kinderboek dat Douma zeven jaar geleden schreef. ,,Mijn kleinkinderen vinden het leuk als ik eruit voorlees. Zo leren ze spelenderwijs hoe een aardappel groeit en wat er allemaal bij komt kijken om een aardappel goed te verzorgen.’’


,,Er gebeuren op dit moment zo veel interessante dingen in de pootaardappelteelt. We gaan de mogelijkheden van AI ontdekken, de selectierobot komt eraan. Er komt heel veel data beschikbaar waar we veel kennis uit kunnen halen. Ik zou daar best nog wel een tijdje mee willen stoeien!’’ Tjalling Douma is zijn enthousiasme nog lang niet verloren als het over de pootaardappelteelt gaat. In april gaat hij na 34 dienstjaren bij Agrico met pensioen. Wat hem betreft had dat nog niet persé gehoeven. ,,Maar ik wil ruimte maken voor jonge collega’s die net zo gedreven zijn als ik. En ja, iets meer tijd voor de volkstuin en voor mijn kleinkinderen is toch ook wel fijn.’’



Misschien eerst maar terugblik op 45 werkzame jaren in de pootaardappelteelt: welke wijze lessen heeft dit opgeleverd?


,,Ten eerste dat er voor elk probleem altijd weer een oplossing komt. We hebben bijvoorbeeld vreselijke virusjaren gehad. Dan denk ik vooral aan het jaar 1976; nog steeds een ijkpunt voor de oudere telers. Bijna 60 procent van alle pootgoed is toen verlaagd of afgekeurd. Er was toen héél erg veel bladrol. Dat gaf toen wel de nodige paniek. Toch hebben we de teelt weer prima onder controle gekregen. Vooral met creatief en innovatief denken en doen.

Een andere les is dat grootschaligheid en kwaliteit elkaar niet in de weg hoeven te zitten. De afgelopen decennia zijn de arealen en ook de opbrengsten enorm gegroeid. Dan denk ik opnieuw aan de jaren ‘70: toen hadden we nog einddata voor de loofdoding – rond 10 juli - en was een opbrengst van 20 tot 22 ton per hectare heel gangbaar. Nu zitten we aan het dubbele. Tegelijkertijd hebben telers de productkwaliteit nooit uit het oog verloren. Daarin zijn zij – en ook de hele keten eromheen - blijven investeren. Dat maakt dat we overal ter wereld nog steeds als ‘top of the bill’ in pootaardappelen worden gezien.


Wat ook een enorme vlucht heeft genomen is de automatisering. Ik herinner me nog de eerste discussies over palletiseermachines: die had een gemiddelde pootgoedteler toch niet nodig? Maar een paar jaar later hadden ze er bijna allemaal een. Datzelfde zie ik nu gebeuren bij optische sorteerders: die gaan als zoete broodjes over de toonbank.


Natuurlijk speelt mee dat de pootgoedteelt goed renderend is geweest; dan kun en wil je ook investeren. Maar toch: pootaardappelen is niet zomaar een akkerbouwgewas; het maakt altijd extra wat passie los, zowel bij de telers als ook die hele schil daaromheen. Misschien is het wel een way of life.’’



Dan de virusproblematiek. Wat zijn daar de grote ontwikkelingen?


,,Het meest in het oog springend is dat het bladrolvirus bezig is aan een comeback. In 2021 vonden we na jarenlange afwezigheid weer de eerste bladrollers. Daarna is het aandeel gegroeid tot bijna 30 procent nu. Is dat zorgelijk? Absoluut! Hoewel we hier eerder mee te maken hebben gehad in de jaren ’70, ‘80 en ‘90 – toen was bladrol ook het dominante virus – is de situatie nu wel anders. Destijds hadden telers nog de beschikking over behoorlijk zware systemische middelen om luizen dood te spuiten. Daardoor hebben we dit virus min of meer kunnen uitroeien en hebben we het zeker 30 jaar niet meer gezien.

Nu is de situatie anders. We hebben nu minder sterke middelen, die ook nog eens veel minder vaak ingezet mogen worden. Daardoor zijn de huidige bladrolpercentages van 30 procent - en soms zelfs hoger - zorgelijker dan toen. Telers moet het nu doen met minerale olie en een beperkt aantal luisdoders en pyrethroïden. Dat vraagt de komende jaren om extra veel scherpte bij de virusbestrijding. Of anders gezegd: we moeten er met z’n allemaal maximaal bovenop zitten!’’



Waar zijn nog verbeteringen mogelijk als het om de virusbestrijding gaat? Of anders gezegd: waar zitten de zwakke plekken?


,,Heel belangrijk is een vroege eerste selectie. Vanwege het veranderende klimaat zullen de luizen gemiddeld genomen steeds vroeger aanwezig zijn. Daar moeten we de komende jaren meer op verdacht zijn; ook wanneer we een wat strengere winter hebben gehad. Vuistregel is dat wanneer 40 procent van de aardappelen boven komen een eerste ronde door het gewas gemaakt moet worden. Dat kan een korte controleronde zijn, maar als je maar iets verdachts vindt, moet je er meteen vol op zitten met de selectie.


Bij 50 procent boven moet ook de eerste minerale olie erop. Ook dat blijft heel belangrijk, met name om overdracht van Y-virus te voorkomen. Voor pootgoedtelers is het waarschijnlijk een open deur, maar toch wil ik het nog eens benoemen: minerale olie moet strikt wekelijks worden gespoten om nieuw gevormd blad te beschermen.

Verder zullen we zuinig moeten zijn op de nog beschikbare systemische luisdoders, zoals Gazelle® en Sivanto Prime. Deze middelen zijn extra belangrijk in de strijd tegen het bladrolvirus. Dit is een persistent virus dat na het aanprikken van de luis eerst een 24 uur in zijn lijf moet rijpen. Daarna is de luis de rest van zijn leven in staat om virus over te brengen. Groot voordeel van systemisch opgenomen middelen is dat het de luis doodt voordat hij virus kan overbrengen. Alleen met luisdoders krijg je dus de kans om de luis te doden voordat de besmetting plaatsvindt.’’





Deep learning en selectierobots gaan een grote rol spelen





Hoe zit het met de inzet van luizengaas? Wanneer is dit zinvol (en wanneer niet?)


,,Ook hier ga ik graag even terug in de tijd. Tot ongeveer halverwege de jaren ’80 werd er veel met gaaskassen gewerkt. Daarna raakten deze geleidelijk in onbruik door de opkomst van sterke systemische luismiddelen. Met de huidige virusdruk en de al eerde genoemde ‘verzwakking’ van de middelen, zou ik zeggen: goed dat ze terug zijn. Zeker voor het hoogwaardige segment, zoals eerste- en tweedejaars mini-knollen, is het een bescherming die veel zekerheid biedt. Met name voor de vatbare rassen zie ik het als een zeer zinvolle investering.’’



De laatste jaren is er ook veel aandacht voor (visuele) verwarringstechnieken, zoals afdekken met stro, graanstroken zaaien of ruggen wit spuiten. Hoe kijkt u daarnaar?


,,Hoewel dit nog wat in de ontwikkelfase zit, is het goed om dit te blijven uittesten. Tussen de ruggen stro aanbrengen lijkt op dit moment de beste resultaten te geven, dus daar moet misschien maar de nadruk komen te liggen. Tegelijkertijd zeg ik: het is geen wondermiddel. Bij een hoge luisdruk zie ik zelfs wat risico’s: zo’n strodek moet platgezegd niet afleiden van een goede bestrijding met minerale olie, pyrethroïden en luisdoders. Verwarringstechnieken kunnen een aanvulling zijn tegen virusoverdracht, maar de basis blijft een strak, gesloten spuitschema.’’



Akkerbouw_Koerier_mar26_Bladrol2.jpg

Het aardappelbladrolvirus is een persistent overgedragen virus. Dat betekent dat als een bladluis eenmaal besmet is, deze het virus blijft afgeven.




Welke rol speelt de bemesting bij de virusbestrijding?


,,Met een precieze bemesting kun je zeker sturen in de bescherming van je teelt. Wees je ervan bewust dat teveel nitraat de plant aantrekkelijker maakt voor luizen, dus beperk het gebruik hiervan. Kali zorgt juist voor sterkere celwanden en dus een meer weerbare plant. Ook silicium speelt hierin een rol. Dit kun je tijdens poten meegeven of later in het seizoen als plantversterker. We weten hier nog niet alles van, maar we zien wel dat hier mogelijk liggen om het gewas weerbaarder te maken.’’



Tot slot nog een blik in de toekomst: welke tools gaan ons de komende jaren verder helpen is de strijd tegen virussen?


,,Dan denk ik als eerst aan de ongekende – en deels ook nog onbekende - mogelijkheden van Deep Learning en AI. De afgelopen decennia is er enorm veel kennis opgebouwd rondom ziekten en plagen in aardappelen. Er is dus veel data beschikbaar waar we heel veel vergelijkend onderzoek mee kunnen doen. Door teeltjaren in al z’n facetten met elkaar te vergelijken, zijn er wetmatigheden uit te halen. Daar kunnen we zeker van leren.

De komende jaren zal er nog véél meer digitale informatie beschikbaar komen, die we ook via AI heel nauwkeurig kunnen analyseren en vertalen naar betere, ras-specifieke bestrijdingsstrategieën. Hoe dat precies gaat, weet ik niet. Maar dát het gaat gebeuren is zeker.

Ook van de selectierobot verwacht ik veel goeds, met name tijdens de vroege selectie. Door steeds betere algoritmes zal deze machine op den duur beter, constanter en vooral eerder kunnen zien of een plant met virus besmet is. Dat kan wel eens een hele belangrijke gamechanger worden in de pootaardappelteelt.”


Gazelle® is een geregistreerd handelsmerk van CertisBelchim