Onderzoeksinstituut HLB - De Groene Vlieg biedt sinds een aantal maanden een nieuwe dienst aan: een grondanalyse om fusarium op te sporen. ,,Met deze toets kunnen uientelers inzicht krijgen in het ziekterisico van hun geplande uienpercelen voor het nieuwe teeltseizoen’’, vertelt accountmanager Sanne Graafstra, die nauw betrokken is bij de opzet en het uitrollen van de toets. Akkerbouw Koerier sprak met haar.

Sanne Graafstra: ,,Fusarium komt in alle gronden voor en kan dus overal hard toeslaan.’’
Om te beginnen: hoe werkt de fusariumtoets?
,,De fusariumtoets wordt uitgevoerd op grond van percelen die telers bij ons hebben aangemeld. Van één grondmonster worden eerst twee sub-monsters gemaakt. Eentje wordt direct geanalyseerd op de aanwezigheid van fusarium, de andere wordt eerst drie dagen op kweek gezet bij 25 graden, waardoor er een optimaal klimaat ontstaat voor de schimmel. Mocht de schimmel in te lage hoeveelheid aanwezig zijn in het directe monster, dan kan deze alsnog worden opgespoord via het opgekweekte monster. Hiermee kunnen ook zeer lage besmettingen worden gedetecteerd.
Voor de toetsing wordt gebruik gemaakt van de PCR-techniek. Dit is een wereldwijd bekende techniek waarmee stukjes erfelijk materiaal - DNA – in zeer lage concentraties kunnen worden opgespoord. Wij gebruiken de PCR-techniek al vele jaren voor het identificeren van Globodera en Pallida-aaltjes en het aantonen van virus in aardappelknollen. En nu dus ook om de schimmel Fusarium oxysporum f. sp. cepae op te kunnen sporen.’’
Hoe betrouwbaar is de toets?
,,De PCR-techniek is zeer betrouwbaar. Uit alle aanwezige schimmels in het grondmonster wordt specifiek deze fusariumsoort gedecteerd. Als er al sprake is van enig risico in betrouwbaarheid, dan zit dat hooguit bij de grondmonstername. Volgens het door Wageningen UR opgestelde protocol dient er één monster te worden genomen per maximaal vier hectare. Als dat deugdelijk en ‘eerlijk’ gebeurt, dan geeft dat een betrouwbare analyse voor wat betreft de aanwezigheid van fusarium. Om zeker te weten dat dit protocol zo goed mogelijk wordt nageleefd – en een onbetrouwbare analyse en rapportage min of meer uit te sluiten - worden de monsters voor nu door medewerkers van HLB De Groene Vlieg gestoken.’’
De toets geeft - zoals jullie het zelf beschrijven - ‘inzicht in het ziekterisico van het geplande uienperceel’. Hoe concreet maken jullie dat inzicht voor de teler?
,,Op basis van onze analyse wordt elk monster ingedeeld in een besmettingsklasse. Op dit moment zijn dat er vijf: niet aantoonbaar besmet, licht besmet, matig besmet, zwaar besmet en zeer zwaar besmet. De teler krijgt in een eenvoudig en compact rapport te zien in welke klasse zijn monster is ingedeeld.’’
Geven jullie ook advies hoe de teler het beste kan handelen op basis van de aangegeven besmettingsklasse?
,,Nee, wij geven nu alleen de besmettingsklasse aan. Wij zijn door de onderzoeksgroep Uireka aangewezen als uitvoerder van deze toets op grotere schaal. Het adviesmodel moet nog ontwikkeld worden. De vertaalslag van de uitkomst ligt daardoor nu bij de teler zelf – al dan niet in samenspraak met zijn of haar adviseur. Zij kunnen op basis van de uitslag bijvoorbeeld van perceel wisselen of de rassenkeuze aanpassen. Ook kan het aanleiding zijn de teelt anders op te pakken, bijvoorbeeld door uien op ruggen te gaan telen.
Hoe dan ook blijft elke vorm van advisering rondom fusarium in uien erg complex. Er zijn zoveel factoren die meespelen bij het voorspellen van de ziekte. Denk aan de weersomstandigheden, de teeltwisseling en de perceelsgeschiedenis. En niet te vergeten: de rol die groenbemesters en onkruiden spelen als waardplanten voor de schimmel. Hoe moet je die wegen en beoordelen?
De fusariumtoets zie ik als een extra handvat voor telers om een inschatting te maken van het fusarium-risico. Niets meer en ook niet minder. Dit neemt niet weg dat ook wij meer kennis willen opdoen over de ziekte, onder andere bij telers die de toets hebben laten uitvoeren. Komend najaar willen we daarom een vragenlijst naar hen toe sturen om de risicoklasse te kunnen vertalen naar een advies. Hoe zijn de uien geteeld? Zijn er speciale maatregelen genomen tegen fusarium? Wat zie je terug in de partij van een getoetst perceel? Dat soort vragen kunnen helpen om de toets verder te verfijnen en mogelijk ook meer richting te geven aan de beslissingen die telers op basis van de toets kunnen nemen.’’

Van één grondmonster worden eerst twee sub-monsters gemaakt. Eentje wordt direct geanalyseerd op de aanwezigheid van fusarium, de andere wordt drie dagen op kweek gezet bij 25 graden, waardoor er een optimaal klimaat ontstaat voor de schimmel. Mocht de schimmel in te lage hoeveelheid aanwezig zijn in het directe monster, dan kan deze alsnog worden opgespoord via het opgekweekte monster.
Wanneer is het zinvol om fusariumtoets te laten uitvoeren?
,,Ik zou zeggen: het is zinvol voor álle percelen waar uien op komen te staan. Fusarium komt in alle gronden voor en kan dus – zeker onder ongunstige omstandigheden – ook overal hard toeslaan. Afgelopen jaar hebben we meerdere voorbeelden gezien van partijen die op het oog heel mooi schoon de bewaring in gingen en een paar weken later met veel tarra weer uitgeschuurd moesten worden. Zoiets kost de teler veel geld. Wat ik maar zeggen wil: fusarium is en blijft een zeer ongrijpbare schimmel en met een toets voorafgaand aan de teelt heb je in ieder geval meer kennis voorhanden om de risico’s af te wegen.’’
Hoe lang duurt het voordat telers de uitslag krijgen?
,,Doorgaans is dat binnen twee of drie weken. Dit hangt deels af van het aantal monsters dat we binnenkrijgen Zijn dat er in een bepaalde periode veel, dan kunnen we sneller een monsterplaat volmaken. Hoe sneller de plaat vol is, hoe eerder we kunnen analyseren en rapporteren.’’
Hoe groot is de belangstelling voor de toets?
,,Sinds begin november – toen we zijn gestart met het aanbieden van de toets – hebben we (tot de tweede week van februari, red.) ruim 200 toetsen uitgevoerd. Veel monsters zijn afkomstig uit de oudere of intensievere uienteeltgebieden zoals Zeeland en Flevoland. Maar ook vanuit de nieuwere teeltgebieden op het Oostelijke en Zuidelijke zand krijgen we aanvragen voor toetsingen. Zoals eerder gezegd: fusarium komt in elke grond voor – ook wanneer er geen enkel verleden is met de uienteelt.’’
Zijn het alleen uientelers die grond laten toetsen of zijn er ook andere gegadigden?
,,Het overgrote deel van de grondmonsters – ik schat zo’n 95 procent – is afkomstig van uientelers. Maar we toetsen ook voor andere belangstellenden. Zo hebben we afgelopen winter bijvoorbeeld een aantal analyses uitgevoerd voor uienproefvelden van middelenfabrikanten en percelen waar men moederbollen wil telen voor de productie van uienzaad.’’
Welke verwachtingen hebben jullie van de toets voor de komende jaren?
,,Fusarium blijft een hot topic in de uienteelt – zeker in jaren wanneer het massaal de kop op steekt. We merken het ook aan de aandacht die ervoor is binnen Uireka; onderzoek naar fusarium staat heel hoog op de agenda. Hopelijk kunnen wij de komende jaren met data van telers die de toets hebben gedaan bijdragen aan een betere beheersing van de ziekte en – op langere termijn – ook aan een adviesmodel voor telers.’’
Tot slot: wat kost de fusariumtoets?
,,De complete toets – bemonsteren, analyse en rapportage – kost € 200 voor percelen tot vier hectare. Is het uienperceel groter, dan kost het per vier hectare € 155 meer. Voor een perceel van bijvoorbeeld tien hectare komt dat neer op € 200 + € 155 + € 155 = € 510 per hectare.’’