Emelten, bietenvlieg, ritnaalden, luizen, bietenaaskever… Elk jaar duiken deze plagen wel ergens op in de bieten en veroorzaken ze plaatselijk behoorlijk wat schade. Maar is er ook een landelijke trend waarneembaar in een toename van bietenplagen? ,,Ja’’, zeggen Eric Huizenga en Jan Kunst, beide werkzaam bij de Agrarische Dienst van Cosun. Huizenga zag het afgelopen seizoen in zijn werkgebied Noord-Groningen opvallend veel emelten en bietenvlieg - met plaatselijk flink wat plantwegval en schade aan het blad tot gevolg. Kunst ziet op de lichtere gronden in Drenthe steeds vaker schade door ritnaalden. ,,Elk jaar is anders – en dat maakt het lastig om één plaag als grootste boosdoener aan te wijzen. Maar over de jaren heen zien we wel degelijk dat schadelijke insecten steeds vaker opduiken, met name aan het begin van de teelt. Dat baart ons toch wel wat zorgen.’’

Eric Huizenga (links) en Jan Kunst zijn allebei werkzaam als buitendienstmedewerker Agronomie bij Cosun Beet Company.
Landelijk gemiddeld 15,6 ton suiker per hectare. Met een wortelopbrengst van 91 ton en een suikergehalte van 17,1 procent. Bietenjaar 2025 was – voor wat betreft de teelt – een absoluut topjaar. De vraag is dan: is zo’n toename van plagen in bieten eigenlijk wel zo erg?
Jan Kunst erkent dat de toename van schadelijke insecten ‘in het juiste perspectief’ moet worden gezien. Maar dat neemt niet weg dat er zorgen hierover zijn. Hij vertelt: ,,Schade of plantwegval door insecten is vaak plaatselijk en meestal ook minder heftig dan bijvoorbeeld een enorme hoosbui. Dat maakt dat overzaaien vanwege insecten maar zelden rendabel is. Bovendien zien we elk jaar weer hoe goed een bietengewas kan compenseren. Insectenschade – vaak aan het begin van teelt – is daardoor lastig te linken aan minder suikeropbrengst. Toch we zien we steeds vaker percelen waar het groeipotentieel afneemt door insectenschade. Die percelen komen niet zo vaak in beeld, maar wij zien ze wél – en ook elk jaar iets meer.’’
Veel last van bietenvlieg
Collega Eric Huizenga is het helemaal eens met Kunst. Hoewel hij nog wat minder ‘vlieguren’ op de teller heeft – Kunst werkt al 23 jaar bij de Agrarische Dienst, Huizenga nu vier jaar – merkt ook hij dat schades door insecten steeds vaker voorkomen. ,,Afgelopen jaar hebben we in Noord-Groningen bijvoorbeeld heel veel last gehad van bietenvlieg. Al heel vroeg in het seizoen gingen we over de schadedrempel heen, wat op een aantal percelen voor flink wat schade heeft gezorgd. De grootste problemen waren er gek genoeg op percelen die dicht bij de kust lagen; juist daar zou ik ze minder verwachten. In die zin blijven plaaginsecten nog steeds onvoorspelbaar en ongrijpbaar.’’
Meer plagen in bieten door vergroening
Als belangrijkste oorzaken voor de toename van plagen in bieten zien beide mannen het wegvallen van ‘straffe’ insecticiden en de toename van groenstroken en groenbemesters - die vaak veel langer op land blijven staan dan vroeger. ,,Insecten hebben daardoor meer mogelijkheden om zich te vermeerderen en de winter te overleven. Daar zitten veel nuttige insecten bij, maar helaas ook veel schadelijke’’, aldus Huizenga.

Eric Huizenga (links) en Jan Kunst zijn allebei werkzaam als buitendienstmedewerker Agronomie bij Cosun Beet Company. Huizenga heeft Noord-Groningen als werkgebied. Kunst is werkzaam in Noord- en West-Drenthe, Noord-Overijssel, Zuidoost-Friesland en Midden-Groningen. Beide mannen zijn ook werkzaam als adviseur bij WPA Robertus.
Preventieve maatregelen om insectenschade te verminderen zijn er volgens beide adviseurs niet veel. Kunst noemt het zaaien van gerst als stuifdek, samen met de bieten. ,,Voor emelten is die gerst een soort alternatief voer; we zien dat de schade in bieten daardoor vermindert.’’ Ook kunnen telers die (vanuit het verleden) schade verwachten, een preventieve bodemcheck doen. Kunst: ,,Emelten komen relatief vaak voor op gescheurd grasland. Hiervoor kun je voorafgaand aan de bietenteelt een stukje zode in zout water leggen. Als er emelten komen boven drijven, dan kun je eventueel nog een extra grondbewerking uitvoeren en de bieten wat later zaaien.’’ Wie ritnaalden verwacht, kan voor het bieten zaaien een paar aardappelen in de grond stoppen. ,,Komen daar ritnaalden in, dan kan het toevoegen van granulaat bij het zaaien een overweging zijn.’’ Beide mannen benadrukken dat van deze preventieve checks en ook van granulaten geen wonderen verwacht mogen worden. Kunst: ,,Het beste is natuurlijk om op risico-gronden helemaal geen bieten te telen. Maar ja, dat kan niet elke teler zich permitteren.’’
‘Geen reden om achterover te leunen’
Een plaag die afgelopen jaar een minder grote rol heeft gespeeld zijn de luizen. Kunst vertelt dat in zijn (zand/dal)werkgebied maar weinig telers een bespuiting daartegen hebben uitgevoerd. Op de Noordelijke klei waren er volgens Huizenga juist wél meerdere regio’s met een behoorlijke luisdruk. ,,Ik denk dat op zeker een kwart van alle Noordelijke kleipercelen tegen luis is gespoten. Dat is toch wel een opvallend verschil met het zand/dal-gebied, waar je toch eerder een hoge luisdruk zou verwachten.’’ Kunst oppert dat veel Noordelijke pootgoedtelers sowieso al scherp zijn op luis vanwege mogelijk virusbesmettingen. ,,Misschien zijn zij zich meer bewust van de aanwezigheid van luis en doen ze er eerder iets tegen.’’ Volgens Huizenga zijn de bespuitingen hoe dan ook nuttig en zinvol geweest. ,,Vergelingsziekte hebben we hier vrijwel niet gezien.’’
Hoewel luizen (en vergelingsziekte) in 2025 beheersbaar waren, is er volgens beide mannen zeker geen reden om op dit vlak achterover te leunen. ,,De afgelopen jaren is het aantal systemische luizenmiddelen enorm uitgedund. Komend seizoen hebben we in bieten de keuze uit twee middelen, wat toch een behoorlijk smalle basis is. Daar komt bij dat we de niet-selectieve pyrethroïden eigenlijk niet meer willen gebruiken vanwege de schadelijk effecten op andere, nuttige insecten. Ook die moet je dus eigenlijk wegstrepen. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden voor luizen alleen maar gunstiger geworden – denk aan een warmer klimaat, meer milde winters en langer groen blijvende akkers. Dat samen maakt het luizenprobleem naar de toekomst toe alleen maar groter’’, aldus Huizenga.
Buteo Start: toekomstbestendige aanwinst
Beide mannen zijn dan ook verheugd dat er voor komend seizoen twee nieuwe middelen tegen luis beschikbaar zijn: Buteo Start (als zaadbehandeling) en Sivanto Prime.
Zaaizaad behandeld met Buteo Start biedt in de eerste plaats bescherming tegen bovengrondse insecten - zoals bietenkever, springstaarten en aardvlooien - tijdens de eerste fase van de groei (tot ca. 4-bladstadium). Daarnaast heeft het ook een werking op o.a. emelten, ritnaalden en (vroege) bietenvlieg. Verder werkt Buteo Start ook tegen luizen, ongeveer tot het 4- tot 6-bladstadium. ,,Met name bij een vroege luisvlucht is dit een heel belangrijke plus van het middel. Luizen krijgen zo geen kans om vroeg tot ontwikkeling te komen, waardoor ze ook geen vroege basis kunnen leggen voor vergelingsziekte. Bijkomend voordeel is dat Buteo Start - in tegenstelling tot pyrethroïden – geen schade toebrengt aan nuttige insecten. Hierdoor is het middel een hele goede en toekomstbestendige aanwinst voor de bietenteelt’’, vindt Kunst. Volgens hem hebben veel zaadfirma’s en telers het middel overigens al ‘op waarde geschat’ bij de zaadbestelling. Cijfers laten zien dat ca. 40 procent van alle bestelde bietenzaad behandeld is met Buteo Start.
‘Sivanto Prime sluit mooi aan op Buteo Start; met deze combi ben je gedekt
tegen vrijwel alle belangrijke schadelijke insecten.’
Sivanto Prime: sterk, snel en breed
Het andere nieuwe middel tegen bladluizen in bieten is Sivanto Prime. Hiermee worden zowel zwarte bonenluis als groene perzikbladluis goed bestreden. Huizenga vertelt dat Sivanto Prime ingezet kan worden tot het 9-bladstadium van de bieten en dat het behalve luizen ook vroege bietenvlieg, bietenkever, springstaart, trips en aardvlooien bestrijdt. ,,In die zin kan Sivanto Prime een mooie aansluiting zijn op Buteo Start; met deze combi ben je in de belangrijkste fases van de teelt gedekt tegen vrijwel alle belangrijke schadelijke insecten.’’ Voorwaarde hiervoor is overigens wel, zo benadrukt Huizenga, dat in het voorgaande teeltjaar geen Sivanto Prime is ingezet; dit in verband met mogelijke overschrijding van de MRL. Buteo Start en Sivanto Prime bevatten namelijk dezelfde werkzame stof (flupyradifurone, red.).
Kunst benadrukt tot slot graag nog het relatief gunstige profiel voor nuttige insecten en het feit dat Sivanto Prime een reguliere toelating heeft gekregen. ,,Dat zijn allebei punten die dat ervoor zorgen dat Sivanto Prime aan de goede kant van de streep staat voor wat betreft z’n houdbaarheid. Dat soort zaken worden steeds belangrijker voor de praktijk: goede middelen op de markt brengen is mooi, maar nog mooier is dat ze ook toekomst bestendig zijn en behouden kunnen blijven voor de praktijk.’’