Akkerbouw Koerier Header 2025.png

‘De vraag naar loonspuitwerk zal alleen maar verder toenemen’


Specialist in spuitwerk


,,Spuiten is verreweg de belangrijkste tak binnen ons loonbedrijf en we willen daar ook in vooroplopen qua techniek en innovaties’’, zegt Thijs Sijtsma van ProfytoDSD in Creil. Op verzoek van Akkerbouw Koerier blikt hij samen met collega Jörgen van der Werff vooruit op de toekomst van de gewasbescherming. ,,Drones? Robots? Die gaan zeker een grotere rol spelen binnen de gewasbescherming. Maar de veldspuit zoals we die nu kennen blijft voorlopig leidend in de akkerbouw. Op het gebied van precisie en duurzaamheid kunnen we met deze machines nog wel wat slagen maken.’’



DSC06631.jpg

Thijs Sijtsma (links) is teeltadviseur bij ProfytoDSD en chef loonwerk bij de vestiging in Creil (Fl.).

Jörgen van der Werff is bij dezelfde vestiging planner loonwerk.



,,Kijk, dat is onze laatste aanwinst’’, zegt Thijs Sijtsma, wijzend op de gloednieuwe Agrifac-zelfrijder die achterin de werkplaats van de vestiging in Creil staat. ,,Eind februari is ‘íe geleverd. Het is onze twintigste zelfrijder sinds 1983 en het zal zéker niet de laatste zijn.’’

Sijtsma, naast teeltadviseur ook chef van de loonwerktak van ProfytoDSD, maakt met een paar woorden duidelijk hoe belangrijk de veldspuit is voor het bedrijf. Met vijf zelfrijders – allen Agrifac Condor’s – en twee getrokken Agrifac-veldspuiten met een Hardi Twin Force-spuitboom, is het bedrijf een grote speler in loonspuitwerk in de Noordoostpolder en het zuidelijke deel van Friesland.

Behalve aardappelen, zaaiuien, bieten en graan worden er ook behoorlijk wat hectares bloembollen – tulp en lelie – gespoten. Verder is er wat specifiek spuitwerk in onder meer zilver- en plantuien. ,,Zeker 90 procent van onze loonwerkomzet draait om gewasbespuitingen. Vorig jaar zaten we in totaal op zo’n 25.000 hectare en de verwachting is dat dit de komende jaren alleen maar meer wordt’’, vertelt loonwerkplanner Jörgen van der Werff. Hij schat dat ongeveer driekwart van het werk bestaat uit het volledig bijhouden van percelen en een kwart uit ‘specifiek, aanvullend en incidenteel spuitwerk’.



DSC06648.jpg

Eind februari nam ProfytoDSD de twintigste zelfrijdende Agrifac-veldspuit in gebruik. ,,De eerste twee zelfrijders – in 1993 en 1994 – droegen nog de naam Cebeco. Sindsdien zijn er 18 Agrifac’s bijgekomen’’, vertelt werkplaatsmedewerker Yntze Jongsma, die ze met een dienstverband van ruim 40 jaar allemaal voorbij zag komen. Begin maart voert hij op de nieuwe spuit nog een paar kleine aanpassingen door, zoals een grotere maat slangaansluiting en wat extra bedrading voor sierlampjes. ,,Elk chauffeur heeft zo zijn persoonlijke wensen om de zelfrijder wat op te pimpen. Dat mag ook, want jaarlijks zitten ze al gauw 1000 uur achter het stuur.’’




Steeds meer spuitwerk


Met name het jaarrond bijhouden van percelen wordt een steeds belangrijkere klus voor het loonbedrijf. ,,Kleinere bedrijven en oudere ondernemers in de Noordoostpolder zien het steeds vaker niet zitten om nog een nieuwe of betere veldspuit aan te schaffen. Dat heeft vooral te maken met alle onzekerheden rondom regelgeving. Het is lastig te voorspellen hoe lang een nieuwe of aangepaste spuit – met name op het vlak van driftreductie-eisen - weer meekan. Daarnaast gaat het ook nog eens om flinke bedragen; niet iedereen heeft die investeringsruimte na een seizoen met barslechte prijzen’’, zo merkt de planner.

Ook een ‘groeimarkt’ zijn de grotere akkerbouwers die – vaak op afstand - land bijgekocht of gepacht hebben en waarvan de bestaande veldspuit onvoldoende capaciteit heeft om het areaal bij te houden. ,,Voor een tweede spuit is dat extra areaal vaak net weer te weinig, waardoor zij bij ons terechtkomen om dat werk over te nemen’’, aldus Van der Werff.

Keerzijde van deze groei is dat het bedrijf steeds vaker tegen grenzen aanloopt voor wat betreft beschikbaarheid van personeel. ,,Goede en liefst ook enigszins ervaren mensen zijn schaars. Van ons wordt verwacht dat we altijd goed werk afleveren, waardoor we goed moeten kijken wat we er wél en niet bij kunnen doen. Extra areaal dicht bij huis lukt vaak nog wel, maar als we eerst 50 kilometer moeten rijden, dan kan het wel eens lastig worden…’’




‘Kleinere bedrijven en oudere ondernemers zien het steeds vaker

niet zitten om nog een nieuwe of betere veldspuit aan te schaffen’





95 procent driftreductie


Voor wat betreft de spuittechniek zijn alle vijf zelfrijders ‘afgestemd’ op 95 procent driftreductie (DRT). Behalve een spuitdopafstand van 25 centimeter (met verlaagde spuitboom) op alle vijf de spuiten, beschikken er vier over pulserende doppen (PWM-techniek). Hiermee kan niet alleen heel precies per dop de afgifte worden bepaald, maar past de dopafgifte zich ook voortdurend aan bij verschillende rijsnelheden waarbij de druk gelijk blijft. Ook in binnen- en buitenbochten van percelen past de afgifte zich daardoor automatisch aan.

Volgens Sijtsma is 95 procent driftreductie – in combinatie met een voldoende grote teeltvrije zone - voorlopig toereikend voor al het spuitwerk in de akkerbouw en bollenteelt. De twee getrokken veldspuiten kunnen zo nodig worden ingezet voor middelen die een hogere driftreductie vereisen. Deze beschikken over een Hardi Twin Force spuitboom, waarmee 99 procent driftreductie wordt bereikt. Beide machine worden vanwege hun luchtondersteuning ook gebruikt in dichte gewassen waarbij indringing van middel extra belangrijk is, zoals zilver- en plantuien.



DSC06640.jpg

Naast vijf zelfrijders beschikt ProfytoDSD ook over twee getrokken veldspuiten. Deze zijn beide uitgerust met Hardi Twin Force spuittechniek, waarmee 99 procent driftreductie kan worden bereikt.



Zelf doppen testen


Om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen bij spuitdoppen, beschikt ProfytoDSD over een vaste opstelling om doppen te testen. ,,In de winter testen we regelmatig wat nieuwe sets doppen, waarbij we onder meer het spuitbeeld bekijken en de tophoeken en windgevoeligheid meten. De resultaten hiervan zijn niet alleen van waarde voor onszelf, maar nemen we ook mee in de adviezen naar onze klanten’’, zo vertelt Sijtsma.

De afgelopen jaren zijn er meerdere tests uitgevoerd om geschikte driftarme doppen te vinden die bij de PWM-techniek passen. ,,De PWM-techniek is mooi, maar het systeem is eigenlijk bedacht voor spleetdoppen. Maar daarmee behaal je maximaal 90 procent driftreductie. Met onze eigen testopstelling hebben we meerdere soorten en merken doppen getest en kwamen we uit bij een goede venturi-dop waarmee we wél 95 procent driftreductie kunnen realiseren.’’



Met taakkaarten werken


Wanneer beide mannen wordt gevraagd naar de toekomst van het (loon)spuitwerk, verwachten ze dat het gebruik van taakkaarten langzaamaan gemeengoed gaat worden. ,,Op al onze zelfrijders zitten de voorbereidingen hiervoor erop en de bedoeling is om er dit jaar ervaring mee op te gaan doen’’, zegt Sijtsma. De eerste concrete actie was er al: het ‘spuiten’ van een afbeelding in een grasperceel voor het Tulpenfestival Noordoostpolder. Welke input voor de taakkaarten straks het meeste opgang gaat maken, durft de adviseur nog niet te zeggen. ,,Dat kunnen drones of satellieten zijn, maar ook camera’s of sensoren die realtime corresponderen met de veldspuit, die daardoor direct kan reageren.’’

Voorlopig is het idee om bij een aantal klanten een pilot met taakkaarten te draaien en zo meer ervaring op te doen. Volgens beide mannen is er zeker interesse hiervoor, maar blijft het een puzzel om er voor beide partijen meteen voordeel uit te halen.



Drones en robots…?


Wanneer de inzet van drones en robots aan de orde komt, trekt Sijtsma een wat moeilijk gezicht. ,,Ja, die zullen absoluut een rol gaan spelen in de toekomstige gewasbescherming, maar voor ons als loonspuitbedrijf zijn ze vooralsnog geen gamechanger. Vijf jaar geleden hadden wij de allereerste spotsprayer van Nederland. Het is zonder meer een mooie machine, maar voor ons als loonbedrijf heel erg lastig om in te passen naast al het spuitwerk met de zelfrijders. Daarom hebben we de machine nu verhuurd aan iemand die er wél goed mee uit de voeten kan. Maar, voor alle duidelijkheid: we blijven de ontwikkelingen met drones en robots zéker volgen.’



‘Drones en robots gaat absoluut een rol spelen in de toekomstige gewasbescherming, maar voor ons zijn ze vooralsnog geen gamechanger’





Dagelijks in de weer met doppenadvies


,,De afgelopen wintermaanden ben ik elke dag minimaal een uur bezig geweest met adviseren over de doppenkeuze’’, vertelt Thijs Sijtsma. ,,Veel akkerbouwers willen hun veldspuit opwaarderen naar een hogere driftreductieklasse, maar met een traditionele veldspuit met doppenafstand van 50 centimeter is dat erg lastig. Het liefst willen klanten in één keer de sprong naar 95 procent driftreductie maken, maar met alleen andere doppen is dat niet of nauwelijks te doen.’’

Bij het terugbrengen van de dopafstand naar 25 centimeter zijn de mogelijkheden om 95 procent driftreductie te halen veel malen groter – en gaat het spuitbeeld er ook nog eens sterk op vooruit, zo weet de adviseur. Alleen brengt dit wel een flinke kostenpost met zich mee. ,,Bij een standaard veldspuit van pakweg 39 meter breed praat je al gauw over € 10.000 of meer. Tegen zo’n bedrag hikken een hoop telers toch wel aan’’, zo merkt hij.

Niettemin is zijn advies toch vaak om een nauwere dopafstand te realiseren. In combinatie met teeltvrije zones (van 1,5 of 2 meter) kan dan 95 procent driftreductie vrij gemakkelijk worden bereikt. ,,Voor veel akkerbouwers is deze optie het meest passend, omdat die anderhalve meter teeltvrij toch vaak al aangehouden wordt.’’



DSC06644.jpg

In de winterperiode voert ProfytoDSD regelmatig zelf doppentests uit.

De resultaten daarvan worden breed gedeeld met relaties en klanten.



Weinig enthousiasme over Closed Transfer System


ProfytoDSD was vijf jaar geleden een van de eerste bedrijven die ervaring opdeed met het Closed Transfer System (CTS), het gesloten vulsysteem voor het vullen van de veldspuit. Hoewel Sijtsma voorstander is van veiliger werken met gewasbeschermingsmiddelen, kan hij tot dusver weinig enthousiasme opbrengen voor het systeem. ,,We hebben het destijds op één veldspuit getest en het zegt denk ik genoeg dat het bij de laatste drie bestelde zelfrijders niet eens een optie was om het erop te krijgen.’

Volgens de adviseur zijn de kinderziektes rondom het nauwkeurig kunnen doseren nog steeds niet verholpen. ,,Vooral bij lage doseringen geeft het problemen en kun je gewoon niet nauwkeurig genoeg doseren. Soms loopt de afwijking op tot een kwart liter; dat is echt veel te veel.

Daarbij komt ook nog dat het vullen te lang duurt. Zeker voor ons als loonspuiter betekent elke minuut langer vullen, vele uren op een heel seizoen. Daar zitten wij uiteraard niet op te wachten.’’ Ook de speciale Easyconnect-doppen worden nog lang niet op alle middelen als standaarddop gebruikt, waardoor telers en loonwerkers er nauwelijks of geen ervaringen mee op hebben kunnen doen. ,,Dit alles maakt het verplichte gebruik van het CTS op 1 januari 2027 volstrekt onrealistisch’’ vindt Sijtsma, die stelt dat er nog een flink aantal jaren nodig zijn om het systeem praktijkrijp te krijgen en ermee te leren werken.