In de rubriek Jong & Ondernemend laten we jonge ondernemers in de land- en tuinbouw aan het woord. Hoe runnen zij hun bedrijf? Welke kansen en bedreigingen zien ze binnen hun vakgebied? En vooral: hoe zien zij de toekomst tegemoet? In deze aflevering: Jan-Wybe de Boer uit Borgercompagnie (Gr.).
,,In de eerste jaren komen er veel nieuwe dingen op je af. Vooral het plannen van alle werkzaamheden was een lastige puzzel. Maar ondertussen heb ik dat aardig onder de knie.’’ Dat zegt Jan-Wybe de Boer (25) uit Borgercompagnie (Gr.). Sinds 2023 is hij volledig zelfstandig akkerbouwer. ‘Niet teveel naar anderen kijken en je eigen koers varen’, vindt de jonge ondernemer belangrijk.

Jan-Wybe de Boer (25) heeft een akkerbouwbedrijf in Borgercompagnie (Gr.).
Op een areaal van ca. 110 hectare (voornamelijk dalgrond) teelt hij zetmeelaardappelen (ca. 64 ha, incl. TBM-pootgoed), suikerbieten (12 ha), zomergerst (15 ha), zaaiuien (9 ha) en snijmaís (ca. 10 ha).
Wanneer wist je dat je akkerbouwer wilde worden?
,,Dat wist ik al van jongs af aan en ik heb ook nooit iets anders gewild. De MBO-4 landbouwopleiding – die ik in Groningen en Emmen heb gevolgd – was daarom een vanzelfsprekende keuze. Vanaf mijn 18e zat ik al in maatschap met mijn ouders. Toen mijn moeder (Martha) in 2021 overleed, heb ik dat deel van de maatschap erbij overgenomen. Niet lang daarna gaf mijn vader (Jan-Wybe) te kennen dat hij na 30 jaar wilde stoppen als boer. Allerlei zaken rondom regelgeving gingen hem steeds meer tegenstaan en hij wilde ook gewoon nog eens ‘wat anders’ gaan doen. Voor mij was dat trouwens geen verrassing. Toen hij boer was reed hij ook al regelmatig op de vrachtwagen, dus hij is altijd al wel wat los geweest van het bedrijf. Mijn vader is nu conciërge op een middelbare school en vindt dat prachtig werk!’’
Je bent nu drie jaar zelfstandig akkerbouwer. Hoe zijn die jaren verlopen?
,,In de eerste jaren komen er veel nieuwe dingen op je af. Dat vond ik aanvankelijk wel even lastig, met name voor wat betreft het plannen van werkzaamheden. Vooral in het voorjaar, wanneer het werk zich opstapelt, is het zaak om goed te bedenken wat eerst moet en wat later kan. Neem de onkruidbestrijding in de uien; daar kun je gewoon niet mee wachten op onze onkruidrijke gronden. En ook het loonwerk dat ik voor collega’s erbij doe, moet zoveel mogelijk voorrang krijgen. Vroeg starten vind ik daarom belangrijk; die tijdwinst kun je verderop in het seizoen goed gebruiken!
Na drie seizoenen praktijkervaring – en met wat tips en inzichten van mijn vader – heb ik de planning nu aardig onder de knie. Ook onze vaste bedrijfsadviseur is een belangrijke hulp hierbij. Hij kent ons bedrijf goed en denkt goed mee over alle zaken die hier spelen.’’
Wat is er veranderd sinds je het bedrijf hebt overgenomen?
,,De grootste verandering hebben we eigenlijk al in 2019 doorgemaakt, toen ik net in de maatschap zat. We hebben toen zaaiuien in ons bouwplan opgenomen. Daarmee waren we destijds een van de eersten in dit gebied. Jaarlijks telen we nu zo’n 8 à 9 hectare uien en dat bevalt tot nu toe heel goed! Afgelopen jaar hebben we gemiddeld 72 ton per hectare mooie uien van het land gehaald; een heel goed resultaat dus! Belangrijk is om er bovenop te zitten met de teelt en dan vooral met de onkruidbestrijding. Er zijn jaren geweest dat ik zowat dagelijks daarmee bezig was. Op dit moment leveren we alles nog afland, maar er staat een nieuwe bewaarloods op de planning. Daarin moet dan een cel voor 800 ton uien en een cel voor 800 ton zetmeelaardappelen komen. De verharding voor de loods ligt er al.
Ook op technisch vlak is er de afgelopen jaren het nodige veranderd. Mijn vader was vooral van de eenvoudige machines; ik wil graag mee met de nieuwere technieken. Behalve twee modernere trekkers, hebben we nu een pootmachine die variabel kan poten en de ruggen in één werkgang opzet. Verder is er een nieuwere veldspuit aangeschaft met onder meer sectieafsluiting (per 3 meter) en brede banden, waardoor we met spuitsporen zijn gaan werken.’’
Waar wil je de komende jaren met het bedrijf naar toe?
,,Ik zou nog wel wat willen groeien in areaal. Dan denk ik vooral aan grond pachten voor aardappelen of uien. Qua mechanisatie zou het wel kunnen; we hebben voldoende capaciteit om er wat extra hectares bij te doen.
Verder zou ik ook nog wel een nieuwe teelt erbij willen, zoals cichorei of Parijse wortels. Voor Parijse wortels worden er soms contracten aangeboden; misschien is het wat om daar de mogelijkheden eens van te onderzoeken…
Ondertussen kijk ik ook alweer verder naar een nieuwe veldspuit. Dat moet er één worden met doppen op 25 centimeter, afsluiting per dop en de mogelijkheid om met taakkaarten te werken. Ook de spotsprayer staat nadrukkelijk op het verlanglijstje. Nu laat ik die door de loonwerker komen, vooral om aardappelopslag in bieten en uien te bestrijden. Misschien is het een optie zo’n machine samen met m’n collega’s te kopen; daar deel ik nu ook al machines mee, waaronder de inschuurlijn voor aardappelen en uien.’’
‘Kijk niet te veel naar anderen en vaar je eigen koers’
Wat zie je als grootste uitdagingen - of zorg – voor de komende jaren?
,,Dan denk ik vooral aan gewasbescherming. Er verdwijnen steeds meer sterke middelen en dat gaan we hier op het bedrijf steeds nadrukkelijker voelen. Met name voor de onkruid- en ziektebestrijding in uien wordt de spoeling onderhand erg dun. En dat terwijl de druk van ziekten en plagen, zoals trips, uienvlieg en Fusarium, hier alsmaar groter wordt. Sommigen zeggen dat de oplossingen van groene of biologische middelen moet komen, maar daar verwacht ik eerlijk gezegd niet zo veel van. Beter is om in te zetten op het behoud van goede, chemische middelen.’’
Hoe zie je de toekomst tegemoet? Ben je over tien jaar nog akkerbouwer?
,,Over tien jaar ben ik zeker nog akkerbouwer! Op dit moment is de stemming misschien wat minder vanwege de matige prijzen, maar daardoor laat ik me niet van de wijs brengen. Ik focus me vooral op de technische resultaten, want daar heb ik wél vat op. Bovendien zorgen de zetmeelaardappelen in ons bouwplan voor de nodige stabiliteit. Of anders gezegd: van levering aan Avebe word je niet rijk, maar het geeft wel rust.’’
Wat vind je het mooiste aan je vak?
,,Ik geniet erg van gewassen die er schoon en egaal bij staan. Wat dat betreft ben ik wel een pietje precies; ik hou ervan om net en secuur werk af te leveren. Afgelopen jaar stonden vooral de uien er geweldig bij. Dan loop ik daar bijna dagelijks wel even doorheen met een grote glimlach op m’n gezicht!’’
Tot slot: welk advies zou je startende collega’s mee willen geven?
,,Dan zou ik zeggen: Kijk niet te veel naar anderen en vaar je eigen koers. Tegelijkertijd moet je wel nieuwsgierig blijven naar nieuwe dingen. Dat kan soms mooie kansen bieden.’’