Hands_News_1_Article_Header.jpg

‘Vastlopende regelgeving houdt innovatie tegen’



,,De regelgeving rondom emissie-reducerende technieken begint steeds meer vast te lopen. Het blijft onduidelijk aan welke eisen de boomgaardspuit van de toekomst precies moet voldoen. Dat houdt innovatie tegen.’’ Dat zegt Hendrik Hol van boomgaardspuiten-fabrikant H.S.S. in Geldermalsen. Tot 2030 durft hij geen nieuwe modellen te laten certificeren op 99% driftreductie. ,,Daarvoor zijn de kosten te hoog en is de uitkomst te onzeker.’’




Vastlopende%20regelgeving%20houdt%20innovatie%20tegen_Hendrik%20Hol.jpg

Hendrik Hol is directeur/eigenaar van Hol Spraying Systems (H.S.S.) in Geldermalsen (Gld.). Het bedrijf is gespecialiseerd in de bouw van boomgaardspuiten. Jaarlijks maakt het bedrijf zo’n 50 machines, met name éénrijers. Het merendeel is bestemd voor export.


,,Ik zal je laten zien waar het op vastloopt’’, zegt Hendrik Hol terwijl hij zijn laptop uitklapt. Even later scrolt hij door de tekst van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. ,,Dit is voor ons de grote bottleneck: regelgeving waar we niet goed mee uit de voeten kunnen. Technisch kunnen we veel realiseren, maar het moet dan wel houdbaar zijn voor langere tijd. En daar schort het aan: er is te weinig transparantie rondom de beoordeling van driftreducerende technieken, waardoor we te weinig zekerheid krijgen over de houdbaarheid van de technieken. We kunnen geen spuit maken die over een paar jaar mogelijk al niet meer voldoet aan de eisen. Dat risico is voor ons – en ook voor fruittelers - veel te groot.’’





‘Regels bepalen wat we doen en zitten mooie innovaties in de weg'





Alles draait om driftreductie

Hol Spraying Systems – kortweg H.S.S. – is gespecialiseerd in boomgaardspuiten. Jaarlijks maakt het bedrijf zo’n vijftig van deze machines – hoofdzakelijk éénrijers. Het overgrote deel – zo’n 85 procent – gaat naar het buitenland. Canada is veruit de belangrijkste exportbestemming, maar ook dichterbij in België en Duitsland draaien veel gele H.S.S.-spuiten. Hoewel de Nederlandse markt met 5 tot 8 verkochte machines per jaar hier enigszins bescheiden bij afsteekt, is deze voor Hol zeker niet minder belangrijk. ,,Nederlandse fruittelers willen vooruit en kiezen vaak voor de nieuwste technieken. Dat is voor ons een belangrijke drijfveer om hierin voorop te blijven lopen.’’

Volgens de directeur is maximale driftreductie vrijwel altijd leidend bij de aankoop van een nieuwe boomgaardspuit. ,,Bijna iedereen kiest nu voor 99 procent driftreductie, want daarmee kun je het langst vooruit. Met name voor het toepassen van insecticiden geldt steeds vaker de voorwaarde van 99 procent driftreductie; daar kun je als teler eigenlijk niet meer omheen.’’


Voorlopig zijn alleen de éénrijers van H.S.S. geclassificeerd als 99 procent driftreducerend. Deze zijn voorzien van de zelf ontworpen Intelligent Spray Application (ISA), een systeem met detectiesensoren en -camera’s die de bladmassa realtime scannen. Hierdoor blijven onder andere de doppen dicht wanneer de ruimte tussen de bladeren 10 centimeter of groter is.



Vastlopende%20regelgeving%20houdt%20innovatie%20tegen.jpg

Hol Spraying Systems (H.S.S.) maakt vooral éénrijige boomgaardspuiten, zoals deze CF1000.



Hol zou ook graag de drierijers in zijn assortiment – die nu in de 97,5 % DRT-klasse vallen - willen laten certificeren als 99 procent driftreducerend, maar vindt het risico op een negatieve beoordeling te groot. ,,Voor zo’n certificering zullen we meerdere technische aanpassingen moeten doen, wat flinke investeringen met zich meebrengt. Daarnaast zijn de kosten voor zo’n certificering behoorlijk hoog. Tot 20230 maken we daarom een pas en op de plaats en doen we maar even niks.’’


Werken met taakkaarten stokt

Ook de vraag naar het werken met taakkaarten (met behulp van GPS) is vanwege wettelijke belemmeringen behoorlijk stilgevallen, zo weet Hol. ,,In Nederland werkt nog geen vijf procent van de fruitbedrijven met taakkaarten en ik verwacht dat dit aandeel de komende jaren ook maar weinig zal groeien. Een grote bottleneck is dat de behandeling van één boom wettelijk wordt gezien als één behandeling per seizoen. Of anders gezegd: voor één boom of een heel perceel gelden dezelfde restricties. Dat kan betekenen dat wanneer je één boom behandelt, er geen tweede behandeling meer mag worden uitgevoerd. Plaatsspecifiek werken wordt in die zin afgestraft.’’ Volgens Hol zou het werken met taakkaarten juist van alle kanten gestimuleerd moeten worden vanwege de duurzaamheidsvoordelen. ,,Je kunt veel gerichter werken op het gebied van ziekte- en plaagbeheersing, groeiregulatie en fertilisatie. Daarmee bespaar je niet alleen flink op kosten, maar kun je – onder meer door afstemming op boomhoogte, boomvorm en registratie van groeikracht - ook aanzienlijk meer rendement uit elke boom halen.’’


Autonome spuit nog in ontwikkeling

Nog een ontwikkeling waarbij volgens Hol de vooruitgang minder snel gaat dan gehoopt, is de autonome boomgaardspuit. Vijf jaar geleden introduceerde H.S.S. samen met robottrekkerfabrikant AgXeed de eerste autonome boomgaardspuit: de AgBot 2.033W3 & CF1800-AB. Nu, vijf jaar later, draaien er vier van deze machines in de praktijk. Hoewel Hol zonder meer trots is op deze ontwikkeling, merkt hij dat de machines elk jaar weer wat aanvullingen en aanpassingen nodig hebben. ,,Het probleem is dat je alles in strakke protocollen moet vatten. Met name voor de routeplanning is dat een behoorlijke uitdaging. In die zin is de autonome spuit nog minder autonoom dan gehoopt. Ik denk dat er nog vijf tot zeven jaar nodig is om de machines helemaal praktijkrijp te krijgen. We zitten nu op een 7, maar we moeten naar een 9,5.’’


Onzekerheid en afwachtendheid

Gevraagd naar de vooruitzichten voor de komende jaren, voorziet Hol vooral veel afwachtendheid – zowel bij fabrikanten als bij telers. Hij wijst daarbij opnieuw naar het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. ,,Het beleid rondom gewasbescherming krijgt steeds meer vat op ons werk. Regels bepalen wat we doen en zitten mooie innovaties in de weg. Ik zou het graag positiever willen brengen, maar de komende jaren gaan we vooral veel onzekerheid tegemoet. De export van machines houdt ons wel op de been, maar Nederland blijft toch onze thuismarkt. Het zou mooi zijn als we daar wat meer duidelijkheid en perspectief zouden zien.’’