Hands_News_1_Article_Header.jpg

‘We focussen maximaal op kwaliteit, want daarop kunnen we het winnen’



In de rubriek Jong & Ondernemend laten we jonge ondernemers in de land- en tuinbouw aan het woord. Hoe runnen zij hun bedrijf? Welke kansen en bedreigingen zien ze binnen hun vakgebied? En vooral: hoe zien zij de toekomst tegemoet? In deze aflevering: Melvin Veldman, koolteler in Heerhugowaard (NH.).





,,Gewoon kool telen is niet zo moeilijk. Maar kwalitatief goede bewaarkool telen is dat wél. Daarin willen wij het verschil maken.’’ Dat zegt Melvin Veldman uit Heerhugowaard (NH.). Samen met zijn broer Remco en vader Cock runt hij het tuindersbedrijf VOF Veldman. Witte en rode kool – samen zo’n 40 hectare - zijn de specialiteit van het huis. Melvin ziet zeker toekomst in teelt van kool, al baren de problemen rondom de bestrijding van trips hem wel zorgen. ,,Door het wegvallen van Movento/Batavia zijn de teeltrisico’s enorm toegenomen.’

.

DSC06674.jpg

Melvin Veldman (33) runt samen met zijn broer Remco en vader Cock het tuindersbedrijf Veldman in Heerhugowaard (NH.).

Op ca. 60 hectare grond telen ze 40 hectare kool (ca. 32 ha wit en 8 ha rood), 10 hectare pootaardappelen en 10 hectare rustgewassen (grasland en graan).




Wanneer wist je dat je koolteler wilde worden?

,,Eigenlijk altijd al wel. Ik ben opgegroeid tussen de kool; mijn vader teelde het al en ook om ons heen zijn er veel kooltelers. Het was dus min of meer vanzelfsprekend dat ik een landbouwopleiding zou gaan volgen; eerst het MBO in Hoorn, daarna HBO in Dronten.

Zo’n tien jaar geleden ben ik in de VOF gekomen, samen met mijn broer Remco. In grote lijnen ben ik verantwoordelijk voor de teelt en doet mijn broer en verwerking en afzet. Maar, we kunnen elkaar ook prima vervangen.’’



Wat is er veranderd sinds je in het bedrijf bent gestapt?

,,Het belangrijkste is wel dat we flink zijn gegroeid. Toen mijn vader nog alleen werkte, teelde hij zo’n 7 hectare kool. Nu is dat zo’n 40 hectare. De personeelsbehoefte is daardoor ook sterk toegenomen. Sinds een aantal jaren werken we met drie à vier Roemeense seizoenmedewerkers. Die zijn er van maart tot augustus. Tijdens de oogstperiode – grofweg van oktober tot december – komen daar nog eens zes man bij. Daarmee kunnen we het oogstwerk redelijk goed rondzetten.


Ook hebben we door de areaalgroei meer grond op afstand gekregen. Een deel van onze kool draait bijvoorbeeld mee in een akkerbouwrotatie in de Wieringermeer. Dat is toch gauw 20 kilometer van ons bedrijf vandaan.

Verder hebben we de verwerkings- en opslagcapaciteit voor kool flink uitgebreid. In 2021 hebben we er een bedrijfshal bijgebouwd waarmee de schuuroppervlakte is verdubbeld van 1250 naar 2500 m². We hebben nu plek voor zo’n 2200 kisten; daarmee kunnen we zo’n 60 tot 70 procent van onze bewaarkool zelf opslaan. De rest van de opslag besteden we uit bij collega’s.


Behalve kool telen we trouwens ook nog zo’n 10 hectare pootaardappelen. Omdat dit vroege rassen zijn die we begin augustus al kunnen rooien, past het binnen het arbeidsplaatje. Voorlopig blijven we dit areaal nog wel aanhouden, maar uitbreiden in de pootgoedteelt is wat ons betreft niet aan de orde.’’






‘Door het wegvallen van Movento en Batavia wordt de beheersing van trips een gigantische uitdaging’





Waar wil je de komende jaren met het bedrijf naar toe?

,,De komende jaren willen we het areaal kool stabiel houden en ons nog meer focussen op kwaliteit. Met meer hectares komen we in de knel met onze arbeid. Nu kunnen we met één oogstteam werken en kunnen we ook nog zelf bij het oogsten aanwezig zijn. Dit laatste vinden we belangrijk, vooral om de kwaliteit van het geoogste product zo goed mogelijk te waarborgen. Een betere kwaliteit betekent namelijk ook een langere houdbaarheid. Daardoor kunnen we jaarrond leveren - en daar moeten wij het toch voor een belangrijk deel van hebben.


Gewoon kool telen is niet zo moeilijk; kwalitatief goede bewaarkool telen wél. Om die kwaliteit verder te verhogen sleutelen we voortdurend aan teelt. Zo hebben we de afgelopen jaren een speciale kunstmestblend laten samenstellen waarmee we de groei verder optimaliseren. Vooral sporenelementen zoals zwavel en calcium spelen daarbij een belangrijke rol. Verder proberen we de beschikbare stikstof zo nauwkeurig mogelijk toe te dienen. Kool heeft in onze ogen minimaal 300 kilogram stikstof per hectare nodig. Maar omdat we in een NV-gebied zitten – waarvoor een reductie van 20 procent geldt op de stikstofgebruiksnorm – is het lastig om die 300 kilo te halen. Gelukkig kunnen we het tekort nog wat weghalen bij de rustgewassen, maar wenselijk is dat natuurlijk niet.


Waar we ook over nadenken is een extra bedrijfshal. De vorige hal staat er pas sinds 2021, maar die is alweer veel te klein. Om te kunnen bouwen zullen we een nieuw bouwblok moeten krijgen, want ons huidige terrein is min of meer volgebouwd. Daar moeten we op termijn maar eens met de gemeente over gaan praten…’’



Wat zie je als grootste uitdagingen - of zorg – voor de komende jaren?

,,Dat is trips, trips en nog eens trips. Door het wegvallen van de middelen Movento en Batavia wordt de beheersing van trips een gigantische uitdaging. Hoe dat vanaf dit seizoen gaat uitpakken? Ik zou het echt niet weten… We proberen trips zoveel mogelijk te ontwijken door later te beginnen met planten – begin juni in plaats van begin of half mei. Ook hebben we voor dit jaar alle tripsgevoelige rassen omgeruild voor minder gevoelige rassen. Verder gaan we met vijf kooltelers in de omgeving aan de slag met een realtime monitoringssysteem voor trips. Dat zijn vijf of zes detectiekasten die in het veld komen te staan en die dagelijks weergeven hoeveel trips er is gevangen.


Maar of al deze maatregelen voldoende zullen zijn om trips de baas te blijven? De tijd zal het leren… Feit is dat we met de overgebleven contactmiddelen niet onder het koolblad kunnen komen. Dus, als trips daar eenmaal onder is gekropen, dan kun je niks meer uitrichten.

Het wordt, kortom, een spannend seizoen waarbij we niet alles in de hand hebben. En dat is toch behoorlijk frustrerend.’’



Hoe zie je de toekomst tegemoet? Ben je over tien jaar nog koolteler?

,,Ja, ik hoop dat ik dan nog steeds koolteler ben. Buiten de hiervoor geschetste problemen met trips, maak ik me soms ook wel wat zorgen over alsmaar stijgende kosten – en dan vooral de arbeidskosten. De afgelopen vijf jaar hebben we die nog goed kunnen compenseren omdat de prijzen van witte en rode kool goed waren. Dit jaar is het vanwege overproductie allemaal een flink stuk minder. Dan voel je toch wel even dat er meer geld uit gaat dan dat er binnenkomt… Dat moeten we niet drie jaar achter elkaar hebben!’’



Wat vind je het mooiste aan je vak?

,,De mooiste momenten zijn zo vlak voor de oogst, wanneer de teelt goed gelukt is en de kool er perfect bij staat. Dat je denkt: zó moet het zijn; deze kool kun je zo in een folder zetten!’’



Tot slot: welk advies zou je startende collega’s mee willen geven?

Ten eerste: begin niet aan dingen waarvan je denkt dat ze toch niet gaan lukken, want dan gáán ze ook niet lukken. Ten tweede: bedenk dat de vraag naar voedsel alleen maar groter zal worden. Dus als je écht boer of tuinder wilt worden, dan is er zeker ruimte en perspectief.’’