Tuinbouw Koerier Phytophthora

Phytophthora: als het eenmaal in de wortel zit, ben je te laat



,,Phytophthora is één van de grootste bedreigingen voor rhododendrons. Als het eenmaal in de wortel zit, dan ben je te laat en is de plant verloren. Daarom doen we er alles aan om infecties te voorkomen.’’ Dat zegt rhododendronkweker Arno Braspenning in Rijsbergen – Zundert (N-Br.). Een breed pakket aan preventieve maatregelen moet zorgen voor een stevig ‘slot op de deur’. Het middel Aliette - dat sinds dit jaar weer beschikbaar is voor de praktijk – is een belangrijke schakel daarin.


Als het eenmaal in de wortel zit, ben je te laat.jpg

Arno Braspenning (rechts) runt samen met zijn vrouw Loes het boomkwekerijbedrijf Floribras. Op drie locaties in Rijsbergen en Zundert kweken ze hoofdzakelijk rhododendron (ca. 9 ha). Floribras richt zich vooral op de grotere potmaten van 10 tot 500 liter. Marco Schuurmans (links) is medewerker buitendienst bij CLTV in Zundert.

.

,,Kijk, hier is een klein hapje uit het blad genomen. Dat is het werk van de taxuskever; daar zijn we altijd heel beducht voor’’, zegt Arno Braspenning terwijl hij samen met zijn vaste adviseur Marco Schuurmans van CLTV Zundert langs eindeloze rijen met rhododendrons loopt. Braspenning is met zijn bedrijf Floribras al vele jaren gespecialiseerd in de teelt van rhododendrons en kweekt zo’n 75 verschillende soorten en varianten. Dat zijn vooral de grotere hybride-soorten, maar ook een aantal kleinere yakushimanum (dwerg)soorten. Daarnaast zitten er ook wat ‘specials’ bij, zoals dubbelbloemige rhododendrons.

Gevraagd naar de populairste kleuren van dit moment, zegt Braspenning: ,,Wit, wit en nog eens wit. Eigenlijk alle witte soorten zijn hardlopers.’’ Daarnaast zijn er een aantal hele specifiek markten, zoals voor soorten met gele bloemen die met name richting Oost-Europa gaan.

Floribras legt zich van oudsher vooral toe op de wat grotere potmaten. Dat begint meestal bij 10 liter en eindigt bij kuipen van wel 500 liter. ,,Gemiddeld staan de planten hier al gauw vijf à zes jaar op het bedrijf. Een sommige zelfs wel tien jaar’’, vertelt Braspenning. ,,Dat betekent dat we ze al die jaren gezond en vitaal moeten houden. Komt er net voor aflevering nog even een ziekte of plaag in, dan is dat een flinke schadepost. Een strakke, preventieve ziekte- en plaagbestrijding is daarom van groot belang.’’



Aaltjes tegen taxuskever

Gevraagd naar de belangrijkste ziekten en plagen in rhododendron noemt Braspenning als eerste de al eerder genoemde taxuskever. ,,Tegen dat beestje voeren we eigenlijk voortdurend strijd. Met name de larven van de kever kunnen heel veel schade aanrichten. Ze vreten aan de wortels waardoor de planten geleidelijk afsterven. Om dit te voorkomen zetten we letterlijk alle mogelijke middelen in. Dat begint in het najaar met het uitzetten van heterorhabditis-aaltjes, die de larven van taxuskever bestrijden. Dat is de belangrijkste en meest effectieve methode om taxuskever aan te pakken. Groot nadeel is echter dat de spuitvloeistof - met een dosering van 1 miljoen aaltjes per m² - behoorlijk duur is en dat het heel veel tijd kost om het toe te passen. Omdat we vooral grote potmaten hanteren, kunnen we niet volvelds spuiten. Daarmee zou 70 procent van de aaltjes in de spuitvloeistof verloren gaan tussen de potten. Alles moet dus per pot met de hand. Gemiddeld hebben we zo’n vijf seconden nodig om een pot te broezen. Maar met een oppervlakte van negen hectare zijn we toch al gauw anderhalf tot twee maanden bezig om alle potten te behandelen.’’

Naast aaltjes in het najaar worden in het voorjaar ook nog middelen toegepast om de volwassen kevers te doden. Probleem is echter dat je ze daarvoor goed moet raken en dat is lastig omdat ze vaak onder de pot zitten en vooral in de nacht actief zijn. ,,Het effect van die middelen is daarom vaak matig, maar we passen ze tóch toe om in ieder geval het maximale tegen taxuskever gedaan te hebben’’, aldus Braspenning.


Tak- en wortelphytophthora

Een tweede grote bedreiging binnen de teelt is Phytophthora ramorum, te onderscheiden in tak- en wortelphytophthora. ,,Takphytophthora zit meestal bovenin de plant. Het treedt vaak op bij beschadigde planten, bijvoorbeeld door vorst. Zo’n plant is dan een makkelijke invalspoort voor de schimmel’’, zo weet Schuurmans. Volgens de adviseur kan taksterfte weliswaar ernstige vormen aannemen, maar is deze ook redelijk beheersbaar door zieke takken weg te knippen en potten wat meer ruimte te geven waardoor er een minder vochtig microklimaat ontstaat en de planten sneller opdrogen.

Wortelphytophthora treed meestal later in het seizoen op, vaak na een stressmoment zoals een weersomslag met veel regen. Deze vorm van phytophthora is volgens beide mannen een veel grotere bedreiging voor de teelt. Braspenning: ,, Als de schimmel eenmaal in de wortel zit, dan ben je al te laat en is de plant verloren. Daarom doen we er alles aan om infecties te voorkomen.’’ Volgens beide mannen begint dit met schoon uitgangsmateriaal en – waar mogelijk - kiezen voor minder gevoelige soorten. ,,Vooral de ponticum (wilde soort rhododendron, red.) is gevoelig voor Phytophthora. Daarvan heb ik de afgelopen jaren noodgedwongen al vele varianten uit het assortiment moeten halen’’, aldus Braspenning.

Verder is een goede drainage en waterafvoer essentieel, zéker na een flinke regenbui. ,,Heel belangrijk is om vochtschokken te voorkomen, want dat is echt funest voor Rhododendrons’’, zo weet Schuurmans. Ook raadt hij aan om gevoelige soorten op tijd wat meer ruimte te geven, al vraagt zo’n ingreep behoorlijk wat werk.

Nog een maatregel om de planten zo ‘stressloos’ mogelijk te laten groeien is het toedienen van gecoate meststoffen. Deze laten hun nutriënten in vijf tot negen maanden heel geleidelijk vrijkomen voor de planten. Omdat de meststof per pot moet worden bijgelegd, geldt ook hier weer dat het behoorlijk wat tijd kost. ,,Maar we doen het wél’’, zo benadrukt Braspenning, ,,Want het zorgt voor duidelijk minder uitval, zo hebben we de afgelopen jaren ervaren.’’






Wanneer het echt uit de hand dreigt te lopen, kun je met Aliette de schimmels onder controle houden’


Aliette: belangrijke schakel tegen Phytophthora

Naast al deze teeltmaatregelen blijven ook fungiciden noodzakelijk om Phytophthora buiten de deur te houden. Volgens Schuurmans zijn er dit moment nog vier middelen beschikbaar die wat hem betreft allemaal goed bruikbaar én ook nodig zijn.

Veruit de sterkste is het middel Aliette – een ‘oude bekende’ die sinds dit jaar weer beschikbaar is voor de praktijk. Volgens Schuurmans heeft Aliette zich in het verleden ruimschoots bewezen als (licht) curatief middel tegen tak- en wortelphytophthora. ,,Wanneer het echt uit de hand dreigt te lopen, bijvoorbeeld tijdens stressmomenten of na een grote weersomslag, kun je met Aliette de schimmels onder controle houden. Met name voor soorten die gevoelig zijn voor Phytophthora– zoals Rhododendron, Pieris, Taxus, Gaultheria, Conifeer en Hebe – is Aliette altijd een belangrijke schakel geweest’’, zo stelt hij.

Nu het gekende middel Paraat is weggevallen, staat er met Aliette gelukkig een goede vervanger klaar, zo vinden beide mannen. ,,Daarmee zet je toch een extra slot op de deur tegen Phytophthora’’, zegt Braspenning, die het middel het afgelopen voorjaar al twee keer heeft ingezet.