In de rubriek Jong & Ondernemend laten we jonge ondernemers in de land- en tuinbouw aan het woord. Hoe runnen zij hun bedrijf? Welke kansen en bedreigingen zien ze binnen hun vakgebied? En vooral: hoe zien zij de toekomst tegemoet? In deze aflevering: Bjorn van Eck uit Batenburg (Gld.).
,,Wij sturen binnen ons bedrijf graag op eenvoud en gemak. Op die manier kunnen we het werk goed met z’n tweeën aan.’’ Dat zegt Bjorn van Eck (23) uit Batenburg (Gld.). Samen met zijn vader Marco runt hij een 23,5 hectare groot fruitteeltbedrijf. Tot vorig jaar werden er alleen appels geteeld. Dit jaar is er 2,5 hectare appels (Red Prince) vervangen voor peren (Conference), met name voor wat arbeids- en risicospreiding. Techniek is een passie van Bjorn: ,,Onderhoud van machines en trekkers doe ik het liefste zelf.’’

Bjorn van Eck (23) uit Batenburg (Gld.). Samen met zijn vader Marco runt hij een 23,5 hectare groot fruitteeltbedrijf. Op een areaal van 23,5 hectare worden 21 hectare appel (14 ha Elstar, 4,5 ha Red Prince &2,5 ha Wellant) en 2,5 hectare peer (Conference) geteeld.
.
Wanneer wist je dat je fruitteler wilde worden?
,,Dat wist ik al van jongs af aan. Op de basisschool zei ik al dat ik later appelboer wilde worden. En daarna is er eigenlijk nooit iets anders in me opgekomen.
De schoolkeuze was dan ook niet moeilijk: dat werd het Yuverta in Geldermalsen, richting fruitteelt. De stages vond ik het meest interessant. Ik heb onder meer bij een biologische fruitteler stage gelopen. Dat was toch wel heel anders dan thuis. Ik vind het knap hoe ze ziekten en plagen onder de duim houden, maar ik zou toch niet willen ruilen. Als biologisch teler ben je altijd bezig. Met name tijdens het schurftseizoen moet je vrijwel elke dag koper of zwavel spuiten. Dat lijkt mij niks; je bent in die periode heel erg gebonden en hebt nauwelijks tijd om andere dingen te doen.’’
Je zit nu drie jaar in een VOF met je vader. Hoe zijn die jaren verlopen?
,,Eigenlijk heel goed. M’n vader en ik zitten aardig op één lijn voor wat betreft de bedrijfsvoering, dus veel meningsverschillen hebben we niet. Nou ja, m’n pa is net iets voorzichtiger met snoeien. Ik ga het liefst voor wat straffer snoeiwerk. Dat geeft in mijn ogen wat vitaler en sterker hout.
Een echte rolverdeling is er niet, al hebben we wel onze eigen voorkeuren. Zo doet m’n pa de onkruidbestrijding en de bewaring en regelt hij de boekhouding. Ik doe iets meer het buitenwerk en neem het onderhoud van machines en werktuigen voor mijn rekening. Voor de rest doen we veel samen.’’
Wat is er veranderd sinds je in het bedrijf zit?
,,Een belangrijke verandering is dat we dit jaar voor het eerste peren telen. Zeker voor mijn vader is dat bijzonder, omdat hij zijn hele leven alleen appels heeft geteeld.
Afgelopen december hebben we 2,5 hectare Conference aangeplant. Belangrijkste reden hiervoor is de werkspreiding, met name tijdens de oogst. We hebben onze handen al behoorlijk vol aan de 14 hectare Elstar die er nu staat. Als dat nog meer zou worden, is er extra personeel nodig tijdens de pluk en dat willen we liever niet. Verder passen de peren ook wel in het plaatje van wat extra risicospreiding. Omdat we hier niet ver van de Maas zitten en op zavelgrond telen, hebben we voor Kwee Adams onderstammen gekozen. Deze staan bekend om hun goede groeikracht en passen daardoor prima op de wat lichtere gronden.
Ook hebben we afgelopen jaar voor het eerst met de TreeScout gewerkt. Met dit camerasysteem - dat op het dak van de trekker zit - kun je bloesems en vruchten tellen en de groei meten. Vooral voor Elstar zien we dat als een aanwinst. Dit ras is namelijk gevoelig voor beurtjaren, waardoor er relatief veel schommelingen in de opbrengsten zitten. Door de bloesems per boom te tellen kunnen we gerichter dunnen. Afgelopen jaar hebben we hierdoor al de helft minder bomen gedund. Of het daadwerkelijk bij gaat dragen aan een gelijkere groei en een stabielere productie? Dat zal de komende jaren moeten blijken. Feit is dat we nu preciezer kunnen werken en dat we ook minder met de hand hoeven na te dunnen. Dat past ons wel, want we hebben nu al werk genoeg!’’
.‘Ik zou nog wel wat meer zaken willen automatiseren’
Waar wil je de komende jaren met het bedrijf naar toe?
,,Ik zou graag nog wat meer zaken willen automatiseren. Eén van mijn wensen is de aanleg van druppelirrigatie en -fertigatie. Mogelijk gaan we daar komend seizoen al mee aan de slag. Eerst in de peren – want daar zit het meeste rendement – en later misschien ook in de jonge Elstar-aanplant.
Verder zou ik nog wel een stukje bij de schuur aan willen bouwen. Deze staat nu bomvol met kisten en machines, waardoor er nauwelijks ruimte over.
Voor de langere termijn zou ik ook wel een wat grotere koeling willen hebben. Op dit moment kunnen we zo’n 800 ton product opslaan in acht koelcellen. Deze draaien echter nog op freon, waarmee we nog wel mogen koelen, maar niet kunnen uitbreiden. We zullen dus op termijn over moeten stappen op een nieuw systeem om uit te breiden.
Verder zou ik ook nog wel een keer hagelnetten willen plaatsen. Ik weet dat dit een enorme investering vergt, maar het biedt ook een hele prettige zekerheid. Ik weet nog dat we in 2019 een enorme hagelbui hebben gehad waardoor bijna alle fruit zwaar is beschadigd. Hoewel we een hagelverzekering hebben, heeft dat toen behoorlijk veel pijn gedaan!’’
Wat zie je als grootste uitdagingen - of zorg – voor de komende jaren?
,,Dan denk ik eerst aan de sterk toenemende restricties voor gewasbeschermingsmiddelen. Komend jaar gelden er bijvoorbeeld veel zwaardere eisen voor het gebruik van Captan, waardoor we dit middel veel minder vaak kunnen gebruiken. Vooral de beheersing van vruchtboomkanker in Wellant en Red Prince wordt daardoor een hele lastige klus. Maar ook bij de schurftbestrijding gaan we de beperkingen op Captan zeker voelen.
Verder maak ik me ook wel wat zorgen over de steeds grotere machtspositie van de supermarkten. Kan onze coöperatie The Greenery daar nog wel tegenop? Of krijgen we straks te maken met onmogelijke eisen waar we aan moeten voldoen?’’
Hoe zie je de toekomst tegemoet? Ben je over tien jaar nog fruitteler?
,,Over tien jaar ben ik zeker nog fruitteler! Mensen blijven toch gewoon appels en peren eten? Dan blijven ze ons ook nodig hebben. Zo zie ik dat.’’
Wat vind je het mooiste aan je vak?
,,Dat is de afwisseling. Snoeien, spuiten, dunnen, plukken; ik vind het allemaal mooi werk. Al moet ik zeggen dat ik het trekkerwerk misschien wel het allermooiste vind!’’
Tot slot: welk advies zou je startende collega’s mee willen geven?
,,Als je in het bedrijf stapt, dan moet je er ook voor de volle 200 procent voor gaan! Er zijn zoveel zaken die op je pad komen en daar moet je wel mee kunnen dealen. En ook belangrijk: blijf positief, want dat geeft energie.’’