Agro Bayer Nieuws

De stille revolutie van gewasbescherming

Dit is een artikel uit Nu Duurzaam - 2026 (Editie 4) - door Marnix-H. Simonis


De maatschappelijke onrust over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen groeit. Mede daarom is er een convenant in de maak, dat de deelnemende partijen deze zomer uitwerken tot deelconvenanten. De discussie rond gewasbescherming wordt steeds feller, maar gaat niet altijd over feiten. Boeren, telers en tuinders houden hun gewas slimmer gezond dan veel mensen denken.


De land- en tuinbouw staat wereldwijd voor twee grote uitdagingen. De vraag naar voedsel groeit, terwijl de beschikbare landbouwgrond beperkt is. Tegelijkertijd willen telers hun impact op het milieu drastisch verminderen. Ook in Nederland is de opgave om voldoende te blijven produceren op dezelfde oppervlakte, maar met een steeds lagere milieubelasting. Dat vraagstuk vereist een doordachte aanpak.



Ziekten, plagen en onkruid

“Wij helpen telers om hun gewas te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid”, vertelt Christy van Beek, duurzaamheidsmanager bij Bayer Crop Science. “Ik ben van oorsprong bodemkundige en verdiep me dagelijks in wat groente, fruit en aardappelen nodig hebben om gezond te groeien. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de bodem, wanneer je wat zaait, hoe weerbaar je planten zijn en hoe je de groei in de gaten houdt. En over gewasbeschermingsmiddelen. Als ik de discussies daarover hoor, merk ik dat we niet goed genoeg uitgelegd hebben waarom deze middelen soms nodig zijn.”


ChristyvanBeek_NU.jpeg

Christy van Beek, duurzaamheidsmanager bij Bayer Crop Science


Telers moeten enerzijds voldoen aan de constante vraag naar groente, fruit en aardappelen van een constant hoge kwaliteit. Aan de andere kant heeft juist deze sector te maken met een grote factor die niet constant is: het weer. Van Beek: “In Nederland wisselen hitte, koude, droogte en wateroverlast elkaar af. Daar moeten telers hun gewassen goed tegen beschermen. Net als tegen allerlei plantziekten, plagen zoals luizen en rupsen en onkruid dat licht, water en voedingsstoff en wegkaapt. Doen ze dat niet, dan zijn misoogsten het gevolg. Ik sprak laatst een boer die vijfendertig hectare sla kapot moest frezen, omdat die vol met luizen zat. Een verloren oogst is het minst duurzame resultaat dat je kunt krijgen.”

.

In het voordeel van biologisch

De spreekwoordelijke gereedschapskist die telers hebben om hun gewas gezond te houden, ziet er heel anders uit dan pakweg vijftien jaar geleden. Middelen die gewassen beschermen, zijn er grofweg in twee soorten: synthetische en biologische. Waar de land- en tuinbouw vroeger vooral met synthetische middelen werkte, is dat inmiddels andersom. Dorus Rijkers, ontwikkelaar van integrale oplossingen bij Bayer Crop Science: “De verhouding was ongeveer zeventig – dertig procent, maar die is nu al vaak omgedraaid in het voordeel van biologische gewasbescherming. Daarin zit een enorme winst voor het milieu.” De verduurzaming van gewasbescherming is een optelsom van verschillende veranderingen in de teeltaanpak. Als voorbeeld neemt Rijkers de teelt van kool. “Kool is ontzettend gevoelig voor de rupsen van motten. Als je die hun gang laat gaan, houd je geen kool over. Bestrijd je ze wanneer ze nog heel klein zijn, dan hoef je veel minder te spuiten. Samen met telers ontwikkelen we innovatieve methoden. Bijvoorbeeld met infraroodcamera’s en valletjes die met AI parende motten herkennen. We voorkomen dan eerst met biologische feromonen dat mannetjes en vrouwtjes elkaar vinden. Pas als er toch rupsjes uit de eitjes kruipen, zetten we gericht en minimaal een steviger middel in.”


StilleRevolutieVanGewasbescherming.jpeg

Teler die zijn appelboomgaard besproeit met biologische gewasbescherming


Een legere gereedschapskist

De verwachting is dat het aandeel biologische gewasbeschermingsmiddelen verder toeneemt. Maar het is een utopie om te denken dat het gezond houden van gewas volledig biologisch kan. Rijkers: “We doen er alles aan om het aandeel biologische middelen te vergroten. Ons motto: biologisch waar het kan en synthetisch waar het moet. Ik schat dat de verhouding tussen synthetisch en biologisch naar twintig – tachtig procent kan. Het lukt niet om synthetische stoffen helemaal naar nul te krijgen, omdat elk jaar andere teeltuitdagingen kent als gevolg van het weer. Hardnekkige schimmels die anders de bulk van onze uien- en aardappelaanplant aantasten bijvoorbeeld. ”


In het leegmaken van de gereedschapskist die telers gebruiken voor gezond gewas, schuilt een gevaar, meent Van Beek: “Je weet als teler nooit wat je voor een volgende goede oogst nodig hebt. Of voor de oogst daarna. Het weer wordt onvoorspelbaarder, er ontstaan nieuwe plantziekten en we zien invasieve exoten die een plaag kunnen vormen. Als teler wil je goed voorbereid zijn om te voldoen aan de vraag naar groente en fruit. Weet wel: er is geen boer die zomaar gaat spuiten. Die doet dat als het niet anders kan en alleen met middelen die in Nederland zijn toegestaan. Die gereedschapskist blijft heel vaak dicht.”


DorusRijkers_NU.jpeg

Dorus Rijkers (midden), ontwikkelaar van integrale oplossingen bij Bayer Crop Science


Aan de convenanttafels

Bij de totstandkoming van het convenant gewasbeschermingsmiddelen (zie onder) vertrouwt van Beek erop dat de partijen aan de verschillende tafels verder kijken dan het boerenerf: “Het is mijn hoop dat niet alles bij de boer wordt neergelegd. Teelt is een mondiale sector met veel ketenpartijen. Van zaadveredelaars en machinebouwers tot retail. Overal zit een stukje van de oplossing. Om een ongelijk speelveld te voorkomen, moet het convenant ook beslist Europees afgestemd worden. Ik hoop bovendien dat ze aan die tafels beseffen dat verduurzamen niet hetzelfde is als verbieden. ”

Bij verduurzaming is het volgens Rijkers ook de vraag hoe je milieuprestaties uitdrukt. “Het scheelt of je bijvoorbeeld meet in hectare of kilogram opbrengst. Bij kilo’s ligt de nadruk op economische aspecten, bij hectare praat je ook over de ruimtelijke ordening van ons land. Belangrijk is dat het convenant in ieder geval duidelijkheid schept voor de boeren, tuinders en telers. Wij helpen ze vervolgens wel met inzichten en advies hoe ze met minimale middelen voor een maximaal resultaat kunnen zorgen.''


De teelt als geheel

Om te bekijken hoe de land- en tuinbouw verder te verduurzamen is, doet Bayer Crop Science letterlijk veldonderzoek. Wetenschappers binnen de organisatie testen op meer dan twintig proeflocaties zo’n honderdvijftig manieren om te komen tot een gezonde oogst met minder chemie. Rijkers: “Over wat we daar testen, zijn we niet geheimzinnig. Integendeel, we nodigen graag boeren, studenten, buitenlandse brancheorganisaties en andere belangstellenden uit om met ons op die velden te kijken wat werkt. Van samenwerking worden we slimmer.”

Dat juist samenwerken belangrijk is voor de verdere verduurzaming van de land- en tuinbouw beaamt zijn collega Van Beek: “Met gepolariseerde discussies schiet niemand wat op. Laten we in plaats daarvan samen realistisch naar oplossingen zoeken. Waarbij we naar de teelt als geheel kijken. En zorgen voor de beste bodem, de sterkte plantsoorten, de slimste teeltmethoden en innovatieve methoden om de teelt te monitoren. Daarna zetten we pas de meest duurzame gewasbescherming in met een hoofdrol voor biologische middelen. Laten we vooral daar het gesprek over voeren.”






Convenant gewasbescherming - Nieuwe afspraken voor een beladen dossier

Het Convenant Gewasbescherming moet de komende jaren richting geven aan de verduurzaming van de Nederlandse plantaardige productie. Overheid, landbouworganisaties, ketenpartijen en andere betrokkenen werken sinds dit voorjaar aan bindende afspraken over het terugdringen van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd moeten voldoende mogelijkheden blijven bestaan om gewassen gezond en economisch rendabel te telen.

De aanleiding ligt in aanhoudende maatschappelijke zorgen over effecten van gewasbeschermings­middelen op waterkwaliteit, biodiversiteit en leefomgeving. Ook wijzen telers op toenemende ziektedruk, nieuwe plagen als gevolg van klimaatverandering en het verdwijnen van toegelaten middelen, terwijl alternatieven nog niet altijd beschikbaar zijn.

Van hoofdlijnen naar sectorafspraken

Onder leiding van onafhankelijk voorzitter Gert-Jan Segers is gewerkt aan een convenant-op-hoofdlijnen. Dat document moet vervolgens worden uitgewerkt in sectorale deelconvenanten voor onder meer de akkerbouw, fruitteelt en glastuinbouw. De ambitie van het kabinet is om te komen tot een langjarige transitie richting 2040, met tussentijdse evaluatiemomenten. Belangrijke bouwstenen zijn het gericht sturen op minder milieubelasting, verdere toepassing van geïntegreerde gewasbescherming, gebiedsgerichte maatregelen waar waterkwaliteitsdoelen onder druk staan en meer ruimte voor innovatieve technieken en groene alternatieven.


Meer dan alleen reductiedoelen

Opvallend is dat het convenant nadrukkelijk niet alleen over beperking van middelengebruik gaat. Landbouworganisaties hebben vanaf het begin benadrukt dat ook rechtszekerheid, uitvoerbaarheid en economische haalbaarheid onderdeel moeten zijn van de afspraken. Zij willen voorkomen dat telers worden geconfronteerd met uiteenlopende regionale regels of onvoldoende mogelijkheden houden om ziekten en plagen effectief te bestrijden.

Of het convenant daadwerkelijk leidt tot minder milieubelasting én meer toekomstperspectief voor telers, zal uiteindelijk afhangen van de concrete uitwerking in de sectorale afspraken die na de zomer verder vorm moeten krijgen. Daarmee is het convenant geen eindpunt, maar vooral het begin van een langdurig verandertraject voor deNederlandse land- en tuinbouw.