- kies een bietenras met een hoog cijfer voor bladgezondheid.
- zorg voor maximaal vitale en weerbare bieten.
- start op tijd met de eerste bespuiting tegen Cercospora.
- kies voor het sterkst mogelijke schema - met Propulse voorop.
Volgens Hans van Ooijen van loonbedrijf Struijk in Delwijnen (Gld.) en adviseur Dick van den Bogert van ADAgro vormen deze vier punten de basis om gezonde bieten met hoge opbrengsten te telen.

Hans van Ooijen (rechts) is werkzaam bij loonbedrijf Struijk in Delwijnen (Gld.). Het loonbedrijf richt zich voornamelijk op werkzaamheden voor de veehouderij, maar heeft ook een eigen akkerbouwtak van tegen de 200 hectare. Van Ooijen neemt o.a. alle spuitwerkzaamheden voor zijn rekening. Dick van den Bogert (links) is van toeleveringsbedrijf ADAgro in Dussen (N-Br.)
,,Kijk, daar staat íe’’, zegt Hans van Ooijen terwijl hij op ‘zijn’ machine wijst. Het betreft een zelfrijdende Delvano met Wingssprayer waar hij sinds anderhalf jaar mee werkt. ,,Je moet er even mee leren omgaan, met zo’n Wingssprayer. Maar als je het eenmaal in de vingers hebt, dan geeft het ook een perfect resultaat.’’
De keuze voor een Wingssprayer is vooral gemaakt omdat daarmee middelen in de hoogste DRT-klasse (tot 99% driftreductie) kunnen worden gespoten. ,,Dat is vooral belangrijk voor de 40 tot 50 hectare bloemen – met name chrysanten, zonnebloemen en pioenrozen – die we jaarlijks in loonwerk spuiten. Daarin gebruiken we soms middelen die alleen met een hoge DRT-spuittechniek gespoten mogen worden. Met deze machine kan dat en zijn we de komende jaren hopelijk weer helemaal up-tot-date.’’
Van Ooijen werkt inmiddels 38 jaar bij loonbedrijf Struijk en is al bijna even zo lang de ‘vaste man’ op de veldspuit. ,,Ja, de meeste percelen hier in de omgeving ken ik wel’’, zegt hij met de nodige bescheidenheid. ,, En ik weet vaak ook wel wat er de afgelopen jaren gestaan heeft, zowel aan gewassen als aan onkruid. Dat helpt natuurlijk wel mee om de juiste beslissingen te nemen op de spuit.’’
Bieten op uiterwaarden en stroomruggen
Hoewel het Gelderse loonbedrijf zich voornamelijk richt op werkzaamheden voor de veehouderij, is er ook al vele jaren een eigen akkerbouwtak van tegen de 200 hectare. Daarin zijn niet alleen maïs, graan, plantuien en aardappelen vertegenwoordigd, maar elk jaar ook zo’n 40 hectare bieten. Deze worden met name op de uiterwaarden en stroomruggen geteeld. Omdat de grond in de Bommelerwaard overwegend uit zware (kom)klei bestaat, zijn de mogelijkheden voor de bietenteelt beperkt. ,,Door de jaren heen zijn daarom veel kleinere telers met twee of drie hectare bieten gestopt met de teelt. Die hectares zijn voor een groot deel weer bij ons terechtgekomen’’, zo weet Van Ooijen.
Omdat het gesprek vandaag over de ziektebestrijding in bieten gaat, is ook adviseur Dick van den Bogert van ADAgro aangeschoven. ,,Dick loopt hier al bijna net zo lang als ik’’, zegt Van Ooijen. ,,Hij kent het bedrijf door en door en is al vele jaren mijn rechterhand als het om gewasbescherming gaat.’’
‘Zo’n eerste bespuiting moet meteen goed zijn.
Daarom starten we altijd met Propulse’
Rhizoctonia-resistente rassen een must
Beide mannen vertellen dat bietenjaar 2025 zonder noemenswaardige problemen is verlopen. ,,De onkruidbestrijding verliep goed, de groei is uitstekend geweest en ziekten en plagen hebben ook geen grote rol gespeeld’’, zo vatten ze het seizoen samen. Gevraagd naar de grootste risico’s in de teelt, noemt Van den Bogert de ziekte Rhizoctonia. ,,Omdat we hier relatief veel maïs in het bouwplan hebben, kom je deze bodemschimmel vrijwel overal tegen. Rhizoctonia-resistente rassen zijn daarom echt een must om een fatsoenlijk resultaat te kunnen boeken.’’ Afgelopen jaar is dat overigens prima gelukt met gemiddeld 17,4 ton suiker per hectare.
‘Zorg voor vitale en weerbare bieten’
Wanneer de bladziektebestrijding aan de orde komt, wil Van den Bogert eerst de waarde van een ruime vruchtwisseling, een goede bodemstructuur en een uitgekiende bemesting nog eens goed onder de aandacht brengen. ,,In mijn ogen kun je eigenlijk nooit genoeg aandacht besteden aan de basis van de teelt: bodem en bemesting. Het bepaalt voor een heel groot deel of gewassen dóór blijven groeien en gezond blijven. Die waarde kun je volgens mij alleen maar onderschatten. Om die reden besteden we hier veel aandacht aan een afgemeten stikstofgift op basis van N-min monsters en wordt er – waar nodig – ook een gerichte fosfaat-en kalibemesting uitgevoerd. Vanwege de hoge pH kijken we ook waar extra micro-elementen noodzakelijk zijn, zoals bijvoorbeeld mangaan. Dat hele plaatje van bodem en bemesting móet op orde zijn; daarmee krik je niet alleen het opbrengstpotentieel op, maar zorg je ook voor een weerbaarder gewas dat minder vatbaar is voor bladziekten als Cercospora.’’
Hoewel Cercospora misschien een minder zware stempel drukt op het resultaat dan in regio’s waar veel meer bieten worden verbouwd, pleit de adviseur bij de rassenkeuze wél voor minimaal een cijfer 8 voor bladgezondheid. ,,Want ook al zitten we hier niet in een gebied met veel bieten, de schade door Cercospora kán heel groot zijn, zo weten we vanuit het verleden. Het allerbelangrijkste is om de ziekte zo veel mogelijk vóór te blijven.’’
Propulse in de basis
Afgelopen seizoen werd op al 25 juni de eerste bespuiting uitgevoerd tegen bladziekten. ,,Zo’n eerste bespuiting moet ook meteen goed zijn. Daarom starten we altijd met het sterkste middel en dat is Propulse. Ook doen we daar vaak wat bladvoeding bij om de bieten groen te houden’’, zo geeft Van den Bogert aan. Omdat de ziektedruk afgelopen jaar vrij laag bleef, werd de tweede bespuiting pas zo’n vier weken later uitgevoerd. ,,Normaal volgt zo’n tweede bespuiting wat eerder – zo globaal na twee tot drie weken – maar omdat er weinig ziektedruk was en de bieten nog heel vitaal waren hebben we die periode behoorlijk op kunnen rekken.’’ De derde – en laatste – bespuiting is wederom met Propulse uitgevoerd, al was die voor de bieten in de vroege levering al niet meer nodig.
Hoewel Van Ooijen de middelenkeuze graag aan Van den Bogert overlaat, ziet hij wél dat het huidige schema prima werkt. ,,De laatste jaren houden we de bieten altijd heel mooi groen en zien we maar weinig Cercospora. Vaak kunnen we het al met twee bespuitingen af, soms hebben we er drie nodig. Dat zegt toch ook wel iets over de kracht van een spuitschema met Propulse.’’ Tot slot haalt hij graag nog een ander pluspuntje van Propulse aan en dat is dat het in meerdere teelten inzetbaar is. Behalve tegen Alternaria in aardappelen, wordt het door enkele maïstelers in de omgeving ook tegen bladziekten in maïs gebruikt, zo weet Van Ooijen. ,,Als praktijkman vind ik dat soort zaken toch ook wel belangrijk. De middelenkast staat al vol genoeg met allerlei middelen; als we met één middel in meerdere teelten terecht kunnen, dan is dat toch wel een mooi voordeel.’’