Tuinbouw Koerier Meeldauw Special

‘Uitdaging om valse meeldauw te beheersen wordt steeds groter’

Valse meeldauw is een grote bedreiging voor de uienteelt. Door verschraling van het middelenpakket en toenemende beperkingen voor de nog resterende middelen, worden de teeltrisico’s steeds groter. Welke veranderingen of maatregelen zijn er nodig om de ziekte nu en in de toekomst te kunnen beteugelen? Drie uienspecialisten geven hun visie hierop aan de hand van zes prikkelende stellingen.



Drie uienspecialisten over valse meeldauw:


Naam: Johan van Riet

Bedrijf & functie: Alliance BV, vertegenwoordiger akkerbouw/veehouderij/loonwerk


johan van Riet Alliance.jpg


In sommige gebieden worden vrijwel jaarrond uien (winteruien – plantuien – zaaiuien) verbouwd. Dit zorgt voor een constante druk van valse meeldauw. Het is voor het voortbestaan van de uienteelt essentieel om deze ‘groene bruggen’ af te breken.

,,Gebieden waar bijna jaarrond uien worden geteeld lopen al jaren tegen extra uitdagingen aan in vergelijking met gebieden waar enkel zaaiuien worden geteeld. Daarom zien we de uienteelt in ‘probleemgebieden’ ook deels verdwijnen – denk aan witrot, valse meeldauw, trips en fusarium. De praktijk en ook de markt verbreken deze ‘groene bruggen’ dus grotendeels zelf.

Wél ben ik ervan overtuigd dat we technisch nog steeds perfect uien kunnen telen in gebieden met winteruien, plantuien en zaaiuien. De mogelijkheden op gebied van teelt en gewasbescherming zijn er. Maar, kijkend naar het rendement per hectare, zal de teelt hier wel steeds meer spaak lopen, omdat de extra kosten niet altijd meer gedekt worden door de opbrengst.’’


De teelt van winteruien zou verboden moeten worden.

,,Nee, ik ben geen voorstander van het verbieden van teelten.’’


Telers moeten een ruimere rotatie voor uien aanhouden. 1-op-6 uien is te krap.

,,Vooropgesteld: een teler moet niets. Maar de praktijk laat al jaar en dag zien dat een ruimere rotatie doorgaans minder problemen geeft en daardoor een beter financieel rendement. De kans op aantasting door grondgebonden ziekten als witrot en Fusarium is gewoon groter naarmate de rotatie krapper wordt.

Als teler dien je jezelf af te vragen welk risico je in een teelt als uien legt. Een teelt die alleen maar duurder wordt, waar de uitdagingen groter worden en het rendement de laatste jaren ook wisselvallig is. Voor uien is een goede opbrengst belangrijk, maar de kwaliteit is in mijn ogen nog belangrijker om tot een positief saldo te komen.’’


Het uitrollen van meeldauwresistente rassen naar de praktijk gaat veel te langzaam.
,,Daar ben ik het mee eens, maar blijkbaar zijn de problemen met valse meeldauw in uien nog niet groot genoeg voor telers… In ons werkgebied in Noord-Brabant heeft valse meeldauw in de jaren 2021 en 2024 op veel percelen flink opbrengst gekost. Dan is in mijn ogen gemakkelijk de rekensom te maken dat valse meeldauw-resistente rassen prima uit kunnen. De meerkosten van het zaaizaad verdien je door de jaren weer terug met minder bespuitingen en een opbrengstgarantie in jaren met veel valse meeldauw.

Tegelijkertijd kunnen we ook met niet-resistente rassen in combinatie met de beste gewasbeschermingsmiddelen, spuittechniek en spuitmomenten onze uien nog steeds zo goed als vrij houden van valse meeldauw. Alleen ben je als teler vaak nog van meer factoren afhankelijk die je zelf niet in de hand hebt. Er is nooit een garantie dat de teelt slaagt.’’



Thermische behandeling van plantmateriaal tegen valse meeldauw zou gemeengoed moeten worden.

,Ja, wat mij betreft wel! Dit gaat zeker zorgen voor minder problemen in de teelt.’’


Telers zouden verplicht een bufferstrook rond het uienperceel of een infiltratiegreppel parallel aan de sloot aan moeten leggen om te voorkomen dat middelen (o.a. tegen valse meeldauw) in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.
,,Door wetgeving wordt hier al op gestuurd en is het al zo ongeveer verplicht. Percelen grenzend aan oppervlaktewater hebben al een verplichte drie meter brede bufferstrook.
Op het lijstje van gewasbeschermingsmiddelen die te vaak teruggevonden worden in het oppervlaktewater staan onder andere Fandango, Stomp en Tracer. Dat zijn alle drie middelen die we voor de toekomst van de uienteelt heel hard nodig hebben. Voor alle uientelers is het van belang om deze toegelaten te houden. Daarmee vraagt het voor iedereen inspanningen om te zorgen dat deze middelen uit de sloot blijven. Ik zeg daarom: hoe breder de bufferstrook langs de sloot, hoe beter.
Zelf ben ik ervan overtuigd dat er altijd oplossingen komen wanneer uitdagingen nóg uitdagender worden. Maar, het wordt er niet makkelijker op. En ook: alles heeft een kostenplaatje. Bedenk dat wanneer een teelt te makkelijk is, iedereen deze gaat oppakken. Dan komt het met de prijs meestal niet goed. Dat is de andere kant van de uienteelt. Voor vakmensen die bovenop de teelt zitten blijft er echter ruimte.’’




‘Hoe breder de bufferstrook langs de sloot, hoe beter’



Naam: Johnny Remijn

Bedrijf & functie: Delphy BV, senior adviseur akkerbouw & specialist gewasbescherming


Johny Remijn Koewacht 01.jpg


In sommige gebieden worden vrijwel jaarrond uien (winteruien – plantuien – zaaiuien) verbouwd. Dit zorgt voor een constante druk van valse meeldauw. Het is voor het voortbestaan van de uienteelt essentieel om deze ‘groene bruggen’ af te breken.

,,Ik ben zelf o.a. werkzaam in Zeeuws-Vlaanderen. Met name in het oostelijk deel van mijn werkgebied worden nog relatief veel uien geteeld. Jaarlijks worden hier ook een aantal percelen winter zaai- en of plantuien gezet. In dit gebied worden op de lichtere gronden ook tweedejaars plantuien vroeg in het voorjaar geplant en natuurlijk staan er ook nog de nodige hectares zaaiuien.

Elk jaar worden er ook diverse percelen uien niet geoogst, vanwege moeilijke oogstomstandigheden, of zoals afgelopen jaar door ernstige aantasting van Fusarium. Dit zorgt ervoor dat er in het gebied het jaarrond uien op het veld staan. Afgelopen herfst is in de winteruien en in de niet geoogste uien al valse meeldauw gevonden. Dus ja, we moeten er absoluut werk van maken om die groene bruggen af te breken.’’


De teelt van winteruien zou verboden moeten worden.

,,De teelt van winteruien zorgt ervoor dat in de herfst en vroege voorjaar al meeldauwbesmettingen in het gebied aanwezig zijn. Dat in combinatie met de teelt van vroege tweedejaars plantuien zorgt ervoor dat er een hoge druk is van valse meeldauw. Bij gebrek aan goede curatieve gewasbeschermingsmiddelen is deze schimmel eigenlijk niet meer te bestrijden. Als er geen goede gewasbeschermingsmiddelen toegelaten worden en er nog geen goede resistente rassen zijn, zou een teeltverbod van winteruien en een scherpe controle op uienopslag en afvalhopen een goede maatregel zijn om de cyclus van de schimmel te doorbreken.’’


Telers moeten een ruimere rotatie voor uien aanhouden. 1-op-6 uien is te krap.

,,Ja, een rotatie van 1-op-6 uien is voor de teelt te krap. Wij mij betreft moet dit minimaal 1-op-8 zijn. Dat is niet alleen nodig voor het doorbreken van de valse meeldauwcyclus, maar ook om bodemgebonden ziekten zoals Fusarium, witrot, pinkroot beter te kunnen bestrijden.’’


Het uitrollen van meeldauwresistente rassen naar de praktijk gaat veel te langzaam.

,,Ja, enige versnelling daarin zou zeker wenselijk zijn. Maar meeldauwresistente rassen kweken en zaad vermeerderen vraagt veel tijd en inspanning van de kwekers. Natuurlijk zijn resistente rassen welkom in het assortiment, mits ze ook voldoende andere goede eigenschappen hebben, zoals kiemrust, hardheid, huidvastheid etc. Persoonlijk denk ik dat resistenties tegen bodemgebonden schimmels minstens zo belangrijk zijn.’’


Thermische behandeling van plantmateriaal tegen valse meeldauw zou gemeengoed moeten worden.

,,Ja, dat vind ik wel. We kunnen er niet van uitgaan dat de teelt van eerstejaars plantuien helemaal schimmelvrij verloopt. Daarom is een goede behandeling van het plantgoed tegen schimmels essentieel. Een thermische behandeling van het plantmateriaal is dan heel belangrijk.’’


Telers zouden verplicht een bufferstrook rond het uienperceel of een infiltratiegreppel parallel aan de sloot aan moeten leggen om te voorkomen dat middelen (o.a. tegen valse meeldauw) in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.

,,De meeste middelen hebben al de restrictie op het wettelijk gebruiksvoorschrift om een teeltvrije strook aan te leggen, om emissie naar het oppervlaktewater te voorkomen. Langs watervoerende sloten ligt sowieso al een bufferstrook van drie meter die verplicht is vanuit de mestwetgeving. Een infiltratiegreppel evenwijdig aan de sloot klinkt mooi. En op perfect vlakke percelen zal een dergelijke greppel in de bufferstrook ongetwijfeld goed kunnen om afspoeling te voorkomen. Maar in mijn werkgebied zie ik dat niet voor me. Hier zijn de meeste percelen niet perfect vlak of bol, maar liggen er vaak laagtes in de percelen. Bij hoosbuien loopt het water naar de laagtes en zul je met een greppel het effect van afspoeling niet kunnen voorkomen. Teelt van uien op ruggen met drempels zou in mijn ogen een beter alternatief kunnen zijn om afspoeling te voorkomen.’’




‘Een rotatie van 1-op-6 uien is voor de teelt te krap’




Naam: Wobbe van der Veen

Bedrijf & functie: Agrowin BV, teeltadviseur akkerbouw



DSC08636.jpg


In sommige gebieden worden vrijwel jaarrond uien (winteruien – plantuien – zaaiuien) verbouwd. Dit zorgt voor een constante druk van valse meeldauw. Het is voor het voortbestaan van de uienteelt essentieel om deze ‘groene bruggen’ af te breken.

,,Het klopt dat dit zorgt voor een groene brug, maar wanneer je deze teelten gaat zetten moet je ook zorgen voor de juiste strategie. Zorg dat je bewust omgaat met de keuze voor een teelt en de strategie die daarbij hoort.’’


De teelt van winteruien zou verboden moeten worden.

,,Verbieden is geen optie. De teelt van winteruien zorgt misschien voor een ‘groene brug’, maar geeft met de juiste strategie en het op tijd inzetten van de middelen tegen valse meeldauw juist ook vaak goede resultaten. Belangrijk bij deze teelt is dat je er bovenop zit en tijdig start met de valse meeldauwbestrijding.

Bedenk verder dat in een teelt van tweedejaars plantuien de valse meeldauw vaak al mee kan komen vanuit de eerstejaars plantuien. En dat de druk dan al vroeg in de teelt veel hoger is en er dus veel meer valse meeldauw in kan zitten dan in de winterzaaiuien. Moet deze teelt dan ook verboden worden…?’’


Telers moeten een ruimere rotatie voor uien aanhouden. 1-op-6 uien is te krap.

,,Met betrekking tot grondgebonden ziekten zoals fusarium en witrot zou je kunnen zeggen: moeten we niet naar een nog ruimere rotatie? Maar voor valse meeldauw is 1-op-6 eigenlijk wel voldoende. Belangrijk is wel om goed te kijken na de voorgaande jaren. Zijn er uien door omstandigheden (deels) niet gerooid? Heb je last van opslagplanten? Of zijn er in het verleden misschien uien over het land verspreid bij geen afzet of slechte kwaliteit? Is dat het geval, dan is een ruimere rotatie te overwegen.’’


Het uitrollen van meeldauwresistente rassen naar de praktijk gaat veel te langzaam.

,,Natuurlijk zou versnelling wenselijk zijn. Maar kán dit wel veel sneller? Op dit moment is het al heel lastig om voldoende zaaizaad in het algemeen beschikbaar te hebben. Dus laat staan voor resistente rassen.’’


Thermische behandeling van plantmateriaal tegen valse meeldauw zou gemeengoed moeten worden.

Ja, dit zou echt gemeengoed moeten worden, want er gaat heel gemakkelijk meeldauw mee naar de teelt van tweedejaars plantuien. Ook al is dit niet zichtbaar geweest in de teelt van eerstejaars plantuien. Meestal zijn er wél infectie, maar door de lange incubatie zijn die aantastingen niet altijd zichtbaar in de teelt.’’


Valse meeldauw.jpg

valse meeldauw



Telers zouden verplicht een bufferstrook rond het uienperceel of een infiltratiegreppel parallel aan de sloot aan moeten leggen om te voorkomen dat middelen (o.a. tegen valse meeldauw) in het oppervlaktewater terecht kunnen komen.

,,Voor het behoud van het middelenpakket zou je kunnen stellen dat je dit moet gaan verplichten. Maar in de praktijk is dit best wel lastig om dit ook echt te realiseren.

Bufferstroken en teeltvrije zones zijn al verplicht en daar zou natuurlijk prima een infiltratiegreppel in kunnen liggen. En wordt het echt heel nat en moet er noodgedwongen water worden afgelaten, dan kun je alsnog doorsteken naar de sloot voor een snellere afvoer van water. Die eerste stap van infiltratiegreppels zal ons al heel veel helpen in het verminderen van de afspoeling van middelen naar oppervlaktewater. Dus ook voor ons als adviseurs ligt hier een taak om dit nog vaker en beter uit te blijven leggen aan de telers.’’




‘Die eerste stap van infiltratiegreppels zal ons al heel veel helpen’