‘Zoeken naar kansrijke systemen en strategieën om de tulpenteelt te verduurzamen en minder afhankelijk te maken van chemische gewasbeschermingsmiddelen.’ Met deze missie werd in 2018 het project De Groene Tulp gelanceerd.
Nu - acht jaar later - klopt deze missie nog steeds, zegt programmamanager Michel Jansen, al is de focus ondertussen wel heel wat breder en dieper geworden. ,,In feite zoeken we naar een teeltsysteem dat perspectiefvol en houdbaar is voor de komende generatie tulpentelers. Behalve verminderde afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij we streven naar weinig tot geen emissie in 2035, ligt onze focus ook sterk op het weerbaarder en vitaler maken van gewassen en het uittesten van nieuwe, digitale technieken die telers vooruit kunnen helpen. Het is kortom méér dan het vervangen van wegvallende chemie’’, zegt hij.

Michel Jansen, programmamanager De Groene Tulp
Vijf werkpakketten
Om het brede onderzoeksveld enigszins af te bakenen zijn er vijf verschillende werkpakketten geformuleerd. Dit zijn: regeneratieve tulpenteelt, vitale tulpen, vroegtijdige signalering, precisietoediening en kennisdeling & demonstratie.
Het eerste werkpakket - regeneratieve tulpenteelt - is wat Jansen betreft veruit het meest vooruitstrevend. ,,De basis hiervoor is minimale bodemverstoring en daarmee ook minimale inzet van chemie. Binnen dit thema zaaien we bijvoorbeeld direct na het planten wintergerst of gebruiken we dode bodembedekking, waardoor onkruiden zoveel mogelijk worden onderdrukt’’, zo vertelt hij. Bij veel telers levert deze manier van werken de nodige discussie en gefronste wenkbrauw op, zo wil hij best erkennen. ,,Het is absoluut pionieren, ook voor ons. Maar er zijn telers die er al bruikbare onderdelen uitgehaald hebben voor hun bedrijfsvoering.’’ Wat vooral telt is het out of the box durven denken, zo stelt Jansen. ,,En wie weet levert dit op termijn iets moois op.’’
‘BASISSTRATEGIE IS OM TELKENS
ZO GROEN MOGELIJK TE STARTEN’
Binnen het tweede werkpakket - vitale tulpen - staat het testen van middelen van biologische herkomst centraal.
Deze worden in meerdere behandelschema’s ingezet: van geïntegreerd tot volledig biologisch. Daarbij is de focus vooral gericht op de beheersing van Botrytis (vuur) en Fusarium (zuur). Dit jaar liggen er ongeveer tien middelen in onderzoek, vertelt Jansen. ,,Daarbij kijken we uiteraard naar de effectiviteit van de middelen en schema’s, maar ook naar de milieubelasting en naar andere invloeden zoals mogelijke vitaliteitseffecten op de gewassen. Onze basisstrategie is om bij alle schema’s telkens zo groen mogelijk te starten en dit zo lang mogelijk vol te houden. Chemisch ingrijpen doen we pas op basis van waarschuwingssystemen.’’
De afgelopen jaren is er volgens de programmamanager de nodige expertise opgebouwd met biologische middelen, al blijven weers- en teelt- omstandigheden een stevige greep houden op de effectiviteit ervan. ,,Het blijft daardoor lastig om biologische middelen te beoordelen".
Feit is dat er met ‘groene’ schema’s een flinke emissiereductie kan worden gerealiseerd, zelfs tot 75 à 80 procent. En dat motiveert, zo merkt Jansen. ,,We zien dat voorlopers in de sector op steeds grotere schaal biologische middelen durven in te zetten. Dat is mooi om te zien. Maar we zien ook dat chemie absoluut noodzakelijk blijft om kwetsbare periodes door te komen. Er kan dus méér met biologische middelen, maar er zijn ook grenzen. Helemaal zonder chemie lukt gewoonweg nog niet.’’
Vroegtijdige signalering
Het derde werkpakket vroegtijdige signalering is volgens Jansen het meest dynamische onderdeel binnen De Groene Tulp. Hierin worden op basis van beelddata (met algoritmes) de toepassingsmogelijkheden voor vroegtijdige signalering van ziekten en plagen onderzocht. ,,De ontwikkelingen hierin gaan razendsnel; bijna elk jaar komen er nieuwe mogelijkheden en inzichten bij. Wij merken ook dat telers enthousiast zijn over de digitale ontwikkelingen en behoefte hebben aan informatie hierover; ze zijn voortdurend nieuwsgierig naar de vorderingen op dit vlak’’, zegt hij.
Op dit moment richt het onderzoek zich op vroegtijdige herkenning van Botrytis met behulp van camera’s op de H2L-robot. Hoewel er nog wel een aantal jaren nodig is om het systeem praktijkrijp te krijgen, gaan de vorderingen snel.
,,De grootste uitdaging zal zijn om het systeem realtime, onder alle praktijkomstandigheden te laten werken.’’

Michel Jansen, programmamanager De Groene Tulp:
,,Duurzamer werken kun je op heel veel manieren. Zoek iets wat bij jou en jouw bedrijf past.
Begin klein, maar begin wél vandaag!’
‘Begin klein, maar begin vandaag’
Binnen het vierde thema - precisietoediening - worden de verschillende spuittechnieken in tulpen onder de loep genomen, waarbij de focus nu ligt op een optimale bladbedekking van biologische middelen. Dit jaar voert Wageningen UR daarvoor tests uit met biologische middelen waaraan een uitvloeier is toegevoegd. Dit gebeurt onder praktijk- omstandigheden met verschillende spuittechnieken en doppen. ,,Uitvloeiers hebben een positief effect op de bladbedekking. Maar met welke techniek lukt dat nou het beste? Dat willen we graag weten’’, zo vat Jansen de opdracht samen.
Dan het werkpakket kennisdeling & demonstratie. Hierbij is het belangrijkste doel om de bollensector - en dan met name de telers - mee te nemen in het transitieproces. ,,Dat doen we onder meer via informatiebijeenkomsten, studieclubs van telers, vakbladen en social media. Onze werkpakketten hebben een breed draagvlak binnen de sector en zijn allemaal gericht op de praktijk. En met onze deelnemende partners (zie ook kader) hebben we ook nog eens een enorme ‘denktank’ waaruit we kunnen putten. Dat maakt De Groene Tulp tot een hele krachtige eenheid’’, zo vindt Jansen.
Tot slot benadrukt de programmamanager dat telers niet langer moeten wachten om te verduurzamen, maar vooral moeten dóen. ,,Of we het nou leuk vinden of niet: de maatschappij verwacht het van ons. Sterker nog: het is essentieel om als sector toekomstbestendig te blijven. Dus pak het op; duurzamer werken kun je op heel veel manieren. Zoek iets wat bij jou en jouw bedrijf past. Begin klein, maar begin wél vandaag!’’
‘De Groene Tulp is nog lang niet klaar'
De Groene Tulp is een Publiek Private Samenwerking (PPS) die al sinds 2018 loopt. Doel van het onderzoeksproject is om de toekomstbestendigheid van de tulpenteelt te vergroten en de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen te verkleinen. Deelnemers binnen het project zijn Stichting Vertify, WUR, KAVB, Stichting Bloembollenonderzoek, Royal Anthos, CNB, IGH, Fertilab, Rabobank Alkmaar, Greenport NHN, Hogeschool Leiden, Hogeschool InHolland, Econtulips, NLG Holland, Artemis Natuurlijk en H2L Robotics. Daarnaast zijn – binnen de verschillende werkpakketten - ook diverse bedrijven betrokken bij het project, waaronder Bayer.
Na de opstartfase in 2018/2019 is de PPS De Groene Tulp verlengd, voorlopig tot 2027. Programmamanager Michel Jansen verwacht echter dat er voldoende draagvlak is om het project een vervolg te geven. ,,Het belang voor de sector om verder te verduurzamen is enorm groot. Bovendien zijn we met onze werkpakketten goed op weg om resultaten te boeken. We kunnen dus echt iets betekenen voor de sector; wat mij betreft zijn we nog lang niet klaar.’’
‘Inzet van Velum Prime is zijn geld altijd waard’
,,Het werkt tegen stengelaaltjes, het zorgt voor een vitaler, minder gevoelig gewas én het geeft een betere wortelontwikkeling. Velum Prime heeft hoe dan ook meerwaarde bij de bolbehandeling en mag in mijn ogen gewoon niet ontbreken.’’

Alex de Waard Crop Advisor en Marketing Bloembollen
Crop Advisor Alex de Waard van Bayer somt in het kort de pluspunten van het middel Velum Prime op. Hoewel de toelating van het middel (met de werkzame stof fluopyram) gebaseerd is op de goede werking tegen stengelaaltjes, maken de genoemde effecten het middel extra interessant om mee te nemen bij de bolbehandeling.
Ter illustratie laat De Waard foto’s van een vitaliteitsproef zien waarbij naast een drietal (basis)ontsmettingsmiddelen ook deels Velum Prime is toegevoegd. Met Velum Prime zijn de veldjes zichtbaar groener en vitaler. De Crop Advisor benadrukt dat dit effect van het middel al heel lang bekend is en ook elk seizoen weer optreedt. ,,Daardoor kunnen we ook met een behoorlijke zekerheid stellen dat Velum Prime zijn geld altijd waard is.’’
VITALERE GEWASSEN MET VELUM PRIME

Uitgevoerde behandelingen:
Afgestorven veldjes: Captan, Securo, Rudis
De groene veldjes: Captan, Securo, Rudis & 0.09% Velum Prime
Er zijn geen fungicidebespuitingen uitgevoerd in deze proef