Phytophthora is en blijft een onvoorspelbare en ongrijpbare ziekte in aardbeien. Zowel Phytophthora cactorum (stengelbasisrot) als Phytophthora fragariae (roodwortelrot) kunnen voor forse schade in de teelt zorgen. Welke veranderingen of maatregelen zijn er nodig om de ziekte nu en in de toekomst beheersbaar te houden? Vier adviseurs geven hun visie hierop aan de hand van zes prikkelende stellingen.

Naam: Bart Joosten
Bedrijf & functie: Mertens BV, Salesmanager zachtfruit
De inzet van fungiciden tegen Phytophthora in aardbeien kan best wat minder.
,,Ik durf hier wel ja op te zeggen, maar dit is wel van een aantal factoren afhankelijk. Ten eerste moeten we afscheid durven nemen van enkele gevoelige rassen om zo al een hoop ellende te voorkomen. Ook moeten we breder kijken dan alleen naar de chemie. Dan denk ik onder meer aan de volgende zaken:
- Kies het juiste substraat, met als doel de plant zo optimaal en snel mogelijk wortels te laten maken.
- Vraag je af hoe je de bodembiologie (trichoderma’s, bacteriën, mycorrhiza’s, etc.) zo snel mogelijk aan het werk krijgt, zodat deze de wortels kunnen beschermen.
- Laat de plant rustig en sterk weggroeien, het liefst met organische meststoffen, wat ook weer ten goede komt aan het bodemleven en het wortelmilieu. Zorg ervoor dat het geen nitraat-bom wordt, want dat maakt de planten juist gevoelig.
- Zorg voor een zo optimaal mogelijke ondersteuning van de teelt met de ‘groene’ middelen.
Ook met de watergift kunnen we met z’n allen nog stappen zetten, want volgens mij moet dit met minder om problemen uit te sluiten. We meten bijvoorbeeld nog veel te weinig op het trayveld, terwijl we legio sensoren hebben. Meten is weten, daarmee komen we verder!’’
Phytophthora-werende maatregelen zoals goede drainage worden nog onvoldoende benut.
,,Goede drainage is altijd van belang. In diverse onderzoeken van WUR en Delphy is gebleken dat op trayvelden het opspattend water de meeste sporen van Phytophthora bevat. En dat de sporen zich vooral via het water verspreiden en niet via de lucht. Gebruik van folie op de trayvelden kan dit gedeeltelijk voorkomen, maar de minste aantasting zien we nog altijd op velden waar de trays hoger van de grond staan.
Verder kunnen we denk ik nog wel wat leren van glasgroentebedrijven. Daar worden complete protocollen geschreven om virussen, bacteriën en schimmels te bestrijden. Met name op het gebied van reiniging en desinfectie is er nog wel wat winst te behalen tegen Phytophthora. Nu worden bakken of trays vaak alleen maar gestoomd. Dat is wellicht niet altijd voldoende.’’
Gebruik maken van minder gevoelige rassen is de enige duurzame oplossing tegen Phytophthora.
,,Zoals eerder aangegeven is een minder gevoelig ras de basis voor een goede start van de teelt. Daarnaast zijn gezonde stekken, gebruik van de juiste meststoffen, bodembiologie en substraatkeuze de sleutels voor een duurzame beheersing van Phytophthora.
Misschien dat nieuwe technieken als AI ons ook kunnen helpen met herkennen en selecteren van gezonde en zieke planten. Is er bijvoorbeeld een model te ontwikkelen die wortelziektes kan herkennen?’’
Problemen met Phytophthora worden vooral veroorzaakt door intensieve teeltsystemen.
,,Gedeeltelijk zal dit zeker kloppen. We zijn in Nederland gewend het maximale rendement uit een teelt te halen. Maar op het randje telen en de plant telkens onder stress zetten kent risico’s. Een plant die gevoeliger is of zwak staat wordt ook eerder ziek en is dus een mooie prooi voor Phytophthora. Iets vaker kiezen voor kwaliteit (stekje minder, bespuiting minder, etc.) in plaats van kilo’s is ook ondernemen. Er is markt genoeg voor iedereen, want zachtfruit is nog steeds booming!’’
Er zijn voldoende middelen op de markt om Phytophthora in aardbeien buiten de deur te houden.
,,Het pakket aan chemische middelen wordt steeds smaller en het aandeel ‘groene’ middelen wordt langzaam groter. Momenteel kunnen we de problemen – gelukkig - nog redelijk tackelen. Maar ik vind wel dat de overheid ook realistisch moet blijven. Streven moet zijn om zo veel mogelijk gebruik te maken van biologie en groene chemie. Maar wanneer zich een groter probleem voordoet, moet er wel gecorrigeerd kunnen worden. We zien nu de eerste knelpunten met insecten, zoals wantsen en bloesemkever, al ontstaan. Allemaal omdat ‘zwaardere’ chemische middelen niet meer toegestaan zijn. Maar wat gaan we hiertegen doen als er geen biologie beschikbaar is? En krijgen we dit probleem straks ook bij allerlei wortelziektes? Kortom, laten we eerst goed nadenken voordat we alles gaan verbieden!’’
‘We moeten afscheid durven nemen van enkele gevoelige rassen’

Naam: Mandy Geerts
Bedrijf & functie: CLTV Zundert, vertegenwoordiger Tuinbouw
De inzet van fungiciden tegen Phytophthora in aardbeien kan best wat minder.
,,Hoewel we een duidelijke verschuiving zien richting preventief weerbaar telen blijven fungiciden nog steeds een onmisbare schakel binnen de strategie tegen Phytophthora. Een besmet trayveld of productieteelt kan leiden tot plantuitval, kwaliteitsproblemen en verspreiding door het bedrijf. Telers kunnen daar geen risico mee nemen. Ik denk daarom dat de uitdaging niet simpelweg ligt bij het verminderen van fungiciden, maar in het zo efficiënt mogelijk omgaan met deze middelen.’’
Phytophthora-werende maatregelen zoals goede drainage worden nog onvoldoende benut.
,,De rol van drain (waterhygiëne) als wapen tegen Phytophthora is de laatste jaren alleen maar belangrijker geworden. Door de betere en meer gecontroleerde watergift en drain kunnen telers met substraatteelt veel nauwkeuriger sturen dan voorheen in de vollegrondteelt. Daarnaast kunnen UV-filters of zandfilters helpen om phytophthora-sporen terug te dringen in het uitgangswater. Toch brengt het telen op substraat ook risico’s met zich mee. In deze gesloten systemen kan een besmettingsbron zich veel sneller verspreiden.’’
Gebruik maken van minder gevoelige rassen is de enige duurzame oplossing tegen Phytophthora.
,,Minder gevoelige rassen zijn belangrijk, maar niet de enige oplossing. De aanpak van Phytophthora is meer dan alleen de rassenkeuze. Ook de waterstrategie, bodemomstandigheden en plantmateriaal spelen hierin een belangrijke rol. Ook tolerantere rassen kunnen problemen krijgen als ze bijvoorbeeld langdurig nat blijven staan of wanneer er besmet irrigatiewater wordt gebruikt.’’
Problemen met Phytophthora worden vooral veroorzaakt door intensieve teeltsystemen.
,,Nee, dit wordt niet veroorzaakt door intensieve teeltsystemen, maar intensief telen kan de ziektedruk wel verhogen en verspreiden. Zeker als er bijna continue teelten in de goten staan en er weinig tijd tussen de teeltwissel zit is er minder tijd voor reiniging en kunnen schadelijke sporen zich opstapelen met een hogere druk als gevolg. Het grote voordeel van de moderne substraatsystemen is wel dat het juist ook beter te beheersen is. Er kan bijvoorbeeld hygiënischer gewerkt worden door water te ontsmetten en trays, bakken en potten te laten stomen. Ook is het klimaat beter controleerbaar en de irrigatie nauwkeurig te sturen.’’
Er zijn voldoende middelen op de markt om Phytophthora in aardbeien buiten de deur te houden.
,,Nee, dat vind ik niet. Er zijn weliswaar nog steeds middelen beschikbaar, maar het aantal middelen en werkzame stoffen is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Het gevaar hiervan is dat er minder mogelijkheden zijn om af te wisselen, waardoor het risico op resistentieontwikkeling alsmaar groter wordt. Als een aantasting van Phytophthora zichtbaar wordt in de teelt of op het trayveld is de infectie vaak al zo ver ontwikkeld dat volledige correctie met chemische middelen bijna niet meer mogelijk is.
In de praktijk verschuift de aanpak steeds meer naar preventief beheersen. Hierdoor gaan biostimulanten en plantversterkers een steeds grotere rol spelen in de teelt. Deze producten vervangen de chemische middelen niet, maar ondersteunen de bestaande aanpak van Phytophthora door de weerbaarheid van de plant te verhogen. Een weerbare plant met gezonde en actieve wortels is immers minder vatbaar voor ziekte en plagen. De afgelopen jaren is daarom een duidelijke verschuiving zichtbaar geworden van voornamelijk curatief reageren op Phytophthora naar een aanpak waarbij preventief weerbaar telen centraal staat.’’
‘Fungiciden blijven een onmisbare schakel bij de beheersing van Phytophthora’

Naam: Paul van de Ven & Jan Snijders
Bedrijf & functie: Vos Capelle, adviseur aardbeien
De inzet van fungiciden tegen Phytophthora in aardbeien kan best wat minder.
,,Ja, met de huidige integrale kijk op gewasbescherming zou dat moeten kunnen. In de voorbije jaren stond meestal het bestrijden van Phytophthora centraal en veel minder het voorkomen ervan. Dat is niet zo vreemd, want de plantprestaties liggen in Nederland op topsportniveau, waardoor fouten meteen grote gevolgen hebben voor de ondernemers. Met die focus zijn er in het verleden wat ‘makkelijker’ middelen toegepast dan we nu als wenselijk zouden zien.
Met de huidige wettelijke etiketten en uitdagingen - met name rond de waterkwaliteit - is deze intensieve werkwijze sowieso steeds moeilijker te handhaven. En dat weten onze telers ook. Voor de toekomst is een totaalaanpak noodzakelijk. Een gezonde plant op een gezonde bodem met de juiste teeltmaatregelen: dat is de route voor de toekomst.’’
Phytophthora-werende maatregelen zoals goede drainage worden
nog onvoldoende benut.
,,Voor de start van een teelt is een goede hygiëne zeer belangrijk om schoon te kunnen beginnen. Je merkt wel op de trayvelden dat de sporendruk van Phytophthora toeneemt naarmate de velden langer in gebruik zijn. Vooral aan de zijkanten van het veld tegen het betonpad, waar potgrond zich ophoopt doordat dit er door de jaren heen naar toe gespoeld is, zie je meer druk als bovenop op het veld. Een goed aangelegd trayveld is dus essentieel om de druk van ziekten als Phytophthora te minimaliseren.’’
Gebruik maken van minder gevoelige rassen is de enige duurzame oplossing tegen Phytophthora.
,,Door de strengere wetgeving wordt het steeds moeilijker om met gevoelige aardbeienrassen te werken. Vooral de opkweek zorgt voor de nodige uitdaging om met goed plantmateriaal te kunnen starten. Rassenveredeling is dus zeker een gedeelte van de oplossing, maar niet de enige. Een goed substraat, optimale bemesting en de juiste teeltmethodiek helpen de plant om gezond te blijven. Daarnaast zijn preventieve maatregelen om de wortel te beschermen en een goed wortelgestel te krijgen van groot belang. Algemeen kun je stellen dat het nooit één onderdeel is dat het verschil maakt, maar dat het totale plaatje moet kloppen. Met alleen minder gevoelige rassen ben je er dus niet.’’
Problemen met Phytophthora worden vooral veroorzaakt door intensieve teeltsystemen.
,,Ja, dat klopt. Hoe intensiever de teelt wordt - ook op substraat - hoe makkelijker de sporendruk naar nieuwe teelten verder kan gaan. Daarom zullen we nog meer moeten kijken naar de omstandigheden waaronder we telen. Phytophthora ligt altijd op de loer. De omstandigheden beheersen en op die manier ook Phytophthora voorkomen; daar zal het steeds meer om gaan draaien. Daar moeten we als ondernemer en ook als adviseur voortdurend aan werken.’’
Er zijn voldoende middelen op de markt om Phytophthora in aardbeien buiten de deur te houden.
,,Alle beschikbare middelen tegen Phytophthora zijn preventieve beschermers. Die kunnen de problemen niet oplossen als er een infectie plaatsvindt. Natuurlijk zou een ‘brandblusser’ – voor extreme weersomstandigheden of calamiteiten - heel erg welkom zijn. Maar als we reëel naar de Europese wetgeving kijken, dan mogen we die niet meer verwachten.
Juist daarom moeten we alle facetten rond de aardbeienteelt zo veel mogelijk perfectioneren. Of anders gezegd: alle stukjes in de teelt moeten kloppen. Investeer daarom in een optimale uitgangssituatie en start met een goede en gezonde basis aan de teelt, of dit nu productie of opkweek is.’’
‘Het is nooit één onderdeel dat het verschil maakt, het totale plaatje moet kloppen’
Schema’s tegen Phytophthora nader onderzocht
Welke behandelschema’s zijn er mogelijk tegen Phytophthora bij de opkweek van aardbeien? Hoe positioneer je de beschikbare middelen? En welke schema’s presteren het beste? Om meer duidelijk te krijgen rondom dit soort vragen heeft Bayer in samenwerking met Cultus een proef opgezet waarbij 16 verschillende fungicidenschema’s met elkaar zijn vergeleken.
Voor de proef zijn begin juli 2025 stekken van een gemiddeld gevoelig ras weggestoken in 16-gaats aardbei-trays, buiten op het trayveld. De week erna zijn deze kunstmatig geïnfecteerd met de Phytophthora-schimmel (Phytophthora cactorum). Kort daarna zijn de planten aangegoten, waarna er in de periode tot half september nog drie aanvullende spuittoepassingen zijn uitgevoerd met een interval van 28 dagen.
De eerste beoordeling op gewasstand en beworteling vond plaats in oktober, maar toen waren er nog geen duidelijke verschillen tussen de objecten te zien. Vervolgens zijn alle objecten in de koelcel gezet (op minus 1,8 °C) en begin maart weer uitgeplant en netjes bijgehouden.
Beoordeling van Phytophthoraproef in aardbeien
Half mei zijn de planten per plot opnieuw beoordeeld op aantasting van Phytophthora, zowel bovengronds als binnen in de plant na aansnijden van het rhizoom.
In de onbehandelde (wel geïnfecteerde) objecten lieten gemiddeld 55 procent van de planten bovengrondse ziektesymptomen zien, met name roodverkleuring en verwelking. In de objecten waarin Previcur Energy en Aliette zijn toegepast (niet in combinatie) was het percentage planten met bovengrondse symptomen minder dan in het onbehandelde object (gem. 26%).
In het rhizoom, waar de infectie leidt tot verstopping van de plantvaten, was in het onbehandelde object gemiddeld 40% van de planten aangetast. Een dompelbehandeling van het stek met Serenade SC voorafgaand aan het wegsteken leek in sommige objecten tot een snellere weggroei van het gewas te resulteren (visuele beoordeling in 2025). Tijdens de looptijd van deze proef is verder nog geen eenduidig aantoonbaar positief effect gescoord met de gecombineerde behandelingen van Serenade SC met Aliette, dan wel met Previcur Energy.
Dit betreft echter maar één proef. Om een goede uitspraak te doen over de rol van Serenade in de beheersing van Phytophthora, is meer onderzoek nodig.