Tuinbouw Koerier Meeldauw Special

‘Bij een hoge ziektedruk kan het wel eens heel spannend worden’


Blijft valse meeldauw in uien wel beheersbaar met het huidige middelenpakket? Volgens teeltadviseur Bart de Jong van Theunisse BV kan het wel eens heel spannend gaan worden bij een hoge ziektedruk. ,,De les van twee jaar geleden is dat we vooral op tijd moeten starten en daarna nergens steken mogen laten vallen in het spuitschema.’’



Bert de Jong Theunisse.jpg

Bart de Jong is teeltadviseur akkerbouw bij Theunisse BV in Steenbergen.

Zijn werkgebied omvat West-Brabant en Zeeland.


Zitten er nog nieuwe middelen tegen valse meeldauw in de pijplijn? Hoe vaak mogen we de beschikbare middelen gebruiken? En: is dit schema voldoende sluitend bij een hoge ziektedruk? Het zijn vragen die Bart de Jong regelmatig op zich afgevuurd krijgt. ,,Uientelers zijn er niet gerust op of ze valse meeldauw onder controle kunnen blijven houden. Voor velen zit seizoen 2024 nog vers in het geheugen; de ziekte heeft toen enorm huisgehouden. Zéker in mijn werkgebied – West-Brabant en delen van Zeeland – was de schimmel amper af te stoppen.’’


Risico’s nemen toe

Met name in regio’s waar veel winter- en plantuien staan en de uien beregend worden zijn de risico’s groot, zo wil De Jong best erkennen. Al staat hier tegenover dat middelen tegen valse meeldauw juist beter opgenomen worden na beregenen. Bovendien is volgens hem het bewustzijn rondom de ziekte de laatste jaren flink toegenomen.

,,Telers weten dat ze het zonder curatieve middelen moeten stellen en dat ze dus op tijd moeten beginnen met preventieve middelen. Tot een paar jaar terug was er nog de vuistregel dat je moest starten met spuiten zodra de eerste bladeren elkaar raakten. Tegenwoordig benadrukken we dat je al een week of twee eerder moet starten. Telers doen dat doorgaans ook, want niemand wil nog een keer zo hard z’n neus stoten als twee jaar geleden.’’

Op de vraag of het niet beter is om minder winteruien of plantuien te gaan telen, schudt De Jong zijn hoofd. ,,Plantuien is een belangrijke teelt in dit gebied. Ze zitten van oudsher al in het bouwplan, telers hebben het goed in de vingers, er valt geld mee te verdienen en de handel er rond omheen is ook vooral in dit gebied geconcentreerd. Dat alles gaat – ondanks de toegenomen risico’s – niet zomaar veranderen.’’



Lelystad, valse meeldauw in uien
foto voor akkerbouw

fotografie reedvakfoto hans prinsen

Plantuien


Alle middelen nodig

Om valse meeldauw in plantuien onder controle te kunnen houden zijn volgens De Jong alle daarvoor beschikbare middelen nodig. Hij maakt daarbij onderscheid tussen de drie sterkste middelen, Fandango, Orondis® Plus (+ Amistar®) en Zorvec® Epicaltrin (+ Kenbyo®) en de overige, ondersteunende fungiciden die zogezegd ‘een grotere of een kleinere plus’ voor valse meeldauw hebben. ,,Belangrijkste is om de drie sterkste middelen – die samen acht keer per seizoen mogen worden ingezet - zo optimaal mogelijk te positioneren. De andere ondersteunende middelen komen daar dan rondom heen, met name om de druk laag te houden.’’


Hoe de beschikbare middelen gepositioneerd moeten worden, hangt voor een deel af van het seizoen. Bij een lage valse meeldauwdruk zit er volgens de adviseur nog wel wat flexibiliteit in het schema en kan er ook nog wel wat gewisseld of ‘opgerekt’ worden. Bij een hoge ziektedruk wordt het aanzienlijk spannender. Met name de plek van het sterkste middel – Fandango – wordt dan cruciaal. Waar en wanneer zet je deze in? Omdat het middel sinds vorig jaar nog maar twee keer per seizoen mag worden toegepast, is een optimale positionering heel belangrijk geworden.

De Jong: ,,Wij zetten Fandango voorlopig in op de vijfde en achtste bespuiting, met daarvoor – als derde bespuiting - Orondis Plus (+ Amistar) en ertussen – als zesde bespuiting - Zorvec Epicaltrin (+ Kenbyo). Daarna zullen we de bescherming tegen valse meeldauw tot het einde van de teelt rond moeten zetten met nog twee keer Orondis Plus en Zorvec Epicaltrin, samen met de vijf à zes ondersteunende middelen die we tussendoor positioneren. Of dat voldoende zal zijn bij een hoge ziektedruk blijft de grote vraag… Hoe dan ook zullen we alle middelen heel hard nodig hebben om het schema tot het einde sluitend te kunnen houden.’’





‘Alle middelen die effect hebben tegen valse meeldauw zijn méér dan welkom





Aliette: nieuw in plantuien

Hoewel er volgens de adviseur geen nieuwe ‘krachtpatser’ zoals Fandango in de pijplijn zit, verwacht hij nog wel wat nieuwe middelen die enige werking hebben tegen valse meeldauw. Voor komend seizoen is dat onder andere het middel Aliette. Deze is via een KUG (kleine teelten uitbreiding, red.) toegelaten in plantuien. Aliette heeft niet alleen een directe werking op schimmels, waaronder valse meeldauw, maar activeert ook het zelfverdedigingsmechanisme van de plant waardoor deze weerbaarder is tegen ziekten. Volgens De Jong heeft het middel weliswaar niet de kracht van Fandango, maar kan het zeker een aanvulling zijn in schema’s tegen valse meeldauw. ,,Want nogmaals: alle middelen die effect hebben tegen deze schimmel zijn méér dan welkom.’’




Bart de Jong en Tygo Palinckx.jpg

Plantuien komen prima voor de dag


,,Deze plantuien zijn heel mooi de winter uit gekomen. De bladpunten zien er misschien nog wat grauw en groezelig uit, maar dat zal de komende weken snel bijtrekken’’, zegt teeltadviseur Bart de Jong (links), terwijl hij begin maart met stagiair Tygo Palinckx een perceel plantuien in de omgeving van Krabbendijke (Zld.) bekijkt. Beide mannen trekken ook een paar plantjes uit de grond om het wortelstelsel te checken. Ook dat ziet er sterk en gezond uit. ,,Binnenkort nog even wat KAS erop en dan groeien deze uien als een tierelier’’, zo concludeert De Jong tevreden.



Orondis® Plus en Amistar® zijn geregistreerde handelsmerken van Syngenta

Zorvec® Epicaltrin is een geregistreerd handelsmerk van Corteva Agriscience

Kenbyo® FL is een geregistreerd handelsmerk van BASF