Producten

Over risico, doel, praktijk, wetenschap en tolerantie

Vijf kansen om de 'Toekomstvisie Gewasbescherming 2030' te realiseren

Door: Hinse Boonstra

De afgelopen jaren presenteerden diverse landbouworganisaties zoals LTO, Nefyto en de NAV hun visie op de gewasbescherming. Het laatste woord in deze serie was aan minister Schouten. In de ‘Toekomstvisie Gewasbescherming 2030’ schetst zij samen met de sector een ambitieus vergezicht. De uitdaging daarin is om boeren van voldoende middelen en methoden te blijven voorzien om hun gewassen effectief te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden. Dat is belangrijk omdat een goed gevulde gereedschapskist essentieel is voor de duurzaamheid van geïntegreerde teeltsystemen. Uit de visie blijkt al dat dit geen vanzelfsprekendheid is. Als we niets doen dan komt de gewasbescherming nog verder onder druk te staan. Hieronder vijf kansen die, voor een robuuste en weerbare gewasbescherming, het benutten waard zijn.


 

1. Van gevaar naar risico

Een belangrijke kans voor het realiseren van de visie vormt het ombuigen van het huidige denken in gevaar, naar denken in risico. Dit is niet alleen voor de landbouw belangrijk, maar speelt maatschappij-breed. Of het nu gaat om bestrijdingsmiddelen, e-nummers, vaccins, kunststoffen of cosmetica, het denken in gevaar leidt tot verlies van waardevolle producten. Dit geldt in het bijzonder voor de gewasbescherming omdat gevaar hier het uitgangspunt is voor de regelgeving. Het gebruik van middelen met bepaalde gevaareigenschappen wordt vandaag de dag namelijk verboden of ingeperkt. Iets gevaarlijks verbieden lijkt misschien logisch, maar dat is het niet. Gevaar is namelijk niet hetzelfde als risico. Een auto is bijvoorbeeld gevaarlijk, maar dat wil nog niet zeggen dat er een risico is. Het risico wordt namelijk mede bepaald hoe je met de auto omgaat. Voor bestrijdingsmiddelen is deze logica deels losgelaten. Middelen die in het veld zonder risico gebruikt kunnen worden, worden toch verboden omdat ze bepaalde gevaareigenschappen hebben. Hierdoor verliezen boeren onnodig waardevolle middelen. Risico weer boven gevaar plaatsen is dan ook een kans die we niet mogen missen. 

 

2. Van middel naar doel

Als het gaat om het beschermen van gewassen dan is de sterke focus op bepaalde technieken in plaats van op de duurzaamheidsdoelen die we willen bereiken een belemmering voor verdere verduurzaming. De techniek is in de discussie vaak het duurzaamheidsdoel geworden en dat is vreemd. Een techniek is immers maar een techniek. Je kunt een techniek duurzaam of niet duurzaam toepassen en daar zijn we zelf bij. De focus verleggen van de gebruikte techniek (het middel) naar echte duurzaamheidsdoelen (het doel), zoals het tegengaan van biodiversiteitsverlies, klimaatverandering of milieuvervuiling, biedt kansen voor de gereedschapskist van de teler. Een voorbeeld hiervan is de discussie over nieuwe veredelingstechnieken. Deze technieken vallen vanwege de techniek onder strenge regelgeving. Dit belemmert de bijdrage van de techniek aan een duurzame landbouw.  Andere voorbeelden zijn de discussies over bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Ook hier gaat het vooral over de techniek en niet over de bijdrage aan een robuust en weerbaar teeltsysteem.  Het omdraaien van de discussie, dus eerst het doel vaststellen en dan de beste middelen kiezen, is een kans die we niet mogen missen.

 

3. Van theorie naar praktijk

Het in de praktijk meten van de duurzaamheid is een belangrijke kans voor 2030. Meten is weten. Het gebeurt regelmatig dat er over gewasbescherming wordt bericht op basis van een theoretische inschatting in plaats van een meting van het daadwerkelijke effect. Ook overheden en partijen in de waardeketen gaan regelmatig uit van de theorie in plaats van de praktijk. Voorbeelden hiervan zijn de middelenlijsten in de nieuwe certificering ‘On the Way to Planet Proof’ of het recent geïntroduceerde Europese beleid van de geharmoniseerde risico-indicatoren. Deze theoretisch benaderingen van de gewasbescherming kunnen boeren onnodig waardevolle middelen kosten. Een middel kan immers gevaarlijk zijn, maar dat wil niet zeggen dat het gevaar in de praktijk optreedt. Door te meten kom je dat te weten. Monitoring, zoals de bestrijdingsmiddelenatlas of de NVWA residu analyse, zijn hier een mooi voorbeeld van. Een oordeel over duurzaamheid kan dan worden gebaseerd op in de praktijk behaalde prestaties in plaats van op theoretische veronderstellingen.

 

4. Van politiek naar wetenschap

Het gewasbeschermingsdossier is inmiddels sterk politiek. Bij de tot standkoming van de regelgeving voor bijvoorbeeld plantenveredeling en gewasbescherming werd uitgegaan van een belangrijke rol van deskundige onafhankelijke wetenschappelijke overheidsinstanties. Dat is logisch omdat de risicobeoordeling van innovatie in de veredeling en gewasbescherming veel deskundigheid vraagt. Nu zien we dat politieke voorkeuren steeds meer de toelating van technieken in de landbouw bepalen. Adviezen van ECHA, EFSA, het Ctgb of de COGEM doen er regelmatig niet meer toe. De wetenschap als basis voor de besluitvorming in ere herstellen is dan ook een kans. De politieke waan van de dag is namelijk geen basis voor lange termijn investeringen in duurzaamheid. Willen we innovatieve partijen het vertrouwen geven dat het investeren in innovatie loont, dan is het verstandig de positie van de onafhankelijke deskundige instanties te herstellen. Alleen op deze manier ontstaat een voorspelbaar en betrouwbaar investeringsklimaat. 

 

5. Van polarisatie naar tolerantie

Het huidige debat over de landbouw wordt gekenmerkt door een hoge mate van polarisatie. Voor de gewasbescherming is dit niet anders. Een beetje tolerantie is dan ook een kans voor 2030. Veel gehoorde tegenstellingen die een relatie hebben met gewasbescherming zijn die tussen biologisch versus gangbaar, chemisch versus natuurlijk en traditioneel versus genetisch gemodificeerd. Nog los van het feit dat deze tegenstellingen inhoudelijk geen hout snijden, vormen zij ook een bedreiging voor een duurzame gewasbescherming. Er zijn namelijk meerdere wegen naar duurzaamheid en dat is maar goed ook. Wedden op één paard is een slecht idee als je streeft naar duurzame en robuuste geïntegreerde teeltsystemen. Een teeltsysteem is namelijk zo robuust als de diversiteit aan middelen, methoden en maatregelen in de gereedschapskist van de teler. Dit bepaalt immers of een teler onder alle omstandigheden in staat is zijn gewassen tegen ziekten, plagen en onkruiden te beschermen. Het mooie is dat er ook geen keuze tussen technieken hoeft te worden gemaakt. De verschillende technieken en methoden kunnen met een beetje tolerantie prima naast elkaar bestaan, of beter nog elkaar versterken.

 

Conclusie

Toekomstvisie Gewasbescherming 2030’ schetst minister Schouten een ambitieus vergezicht. De effectieve bestrijding van ziekten, plagen en onkruiden staat onder druk. Dit kan leiden tot oogstverliezen en dat is niet duurzaam. Het goede nieuws is dat er kansen zijn voor de toekomst van de gewasbescherming. Het herstellen van het risicodenken, het sturen op doelen in plaats van middelen, handelen op basis van het in de praktijk behaalde resultaat, waardering van de onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling en tolerantie ten opzichte van verschillende aanpakken en denkwijzen zijn hier voorbeelden van. Laten we deze kansen benutten. Op die manier vergroten we de kans dat telers ook in 2030 de beschikking hebben over een goed gevulde gereedschapskist voor duurzame robuuste en weerbare geïntegreerde teeltsystemen.

 

 

Afb.1. Polarisatie in het debat over duurzame landbouw belemeert verdere verduurzaming. Duurzaamheid is gebaat bij diversiteit. Er zijn meerdere wegen naar duurzaamheid die prima naast elkaar kunnen bestaan.

 

 

Hinse Boonstra, 17 april 2019 (06 46024177, hinse.boonstra@bayer.com)